Universiteit Leiden

nl en

Onderzoeksproject

Leefklimaat in Nederlandse penitentiaire inrichtingen

Binnen de Life in Custody Study wordt grootschalig onderzoek gedaan naar het leefklimaat in Nederlandse penitentiaire inrichtingen (PI’s).

Looptijd
2016 - 2024
Contact
Hanneke Palmen
Financiering
Dienst Justitiële Inrichtingen en Universiteit Leiden

Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en heeft twee doelen. Enerzijds het periodiek in kaart brengen van het leefklimaat in alle PI’s, anderzijds het beantwoorden van onderzoeksvragen omtrent de maatschappelijke baten van het leefklimaat. Zo wordt er binnen de Life in Custody Study bijvoorbeeld onderzocht hoe het leefklimaat in gevangenissen samenhangt met gedrag, welzijn, werkklimaat en recidive.

Om het leefklimaat in kaart te brengen, is een nieuwe vragenlijst ontwikkeld en gevalideerd: de Prison Climate Questionnaire. De vragenlijst is reeds afgenomen onder alle mannelijke en vrouwelijke gedetineerden in 2017 en 2019 in de reguliere PI’s en vreemdelingenbewaring (respons ongeveer 80%). In 2021 en 2023 zijn wederom landelijke afnames gepland.

De surveydata is gekoppeld aan registratiedata om informatie te verkrijgen over achtergrondkenmerken van gedetineerden, crimineel verleden, wangedrag in detentie, bezoek in detentie, eigenschappen van de inrichtingen en recidive.

De Life in Custody Study is ook uitgebreid met een uniek onderzoeksproject rondom bezoek in detentie, de Dutch Prison Visitation Study, die zich richt op bezoek van familie en vrienden en contact met professionals (bijvoorbeeld casemanagers en re-integratieprofessionals), in relatie tot gedrag tijdens en na de gevangenis, evenals voorbereiding op re-integratie.

Twee aanvullende projecten van de Life in Custody Study richten zich op sociale netwerken in detentie en cognitieve vaardigheden en autonomie van gedetineerden.

Voor meer informatie over de Life in Custody Study kunt u contact opnemen met de onderzoekers via LIC-study@law.leidenuniv.nl.

Betrokken onderzoekers: Dr. Hanneke Palmen (projectleider), Dr. Esther van Ginneken (projectleider), Prof. dr. Paul Nieuwbeerta (projectleider), Maria Berghuis, MSc. (promovenda), Amanda Pasma, MSc. (promovenda), Dr. Miranda Sentse (senior onderzoeker), Ellen de Jong, MSc. (promovenda) & Jan Maarten Elbers, MSc. (promovendus).

Bekijk een overzicht van de onderzoeksoutput van de Life in Custody Study. 

1. Prison climate

Contact: Dr. Esther van Ginneken

Het eerste project heeft het leefklimaat in de verschillende regimes en gevangenissen in Nederland in kaart gebracht. Er is onder andere gemeten hoe veilig gedetineerden zich voelen, hoe ze contacten met medegedetineerden en medewerkers ervaren, en hoe tevreden ze zijn over voorzieningen in de gevangenis. Vervolgens is gekeken hoe het leefklimaat op individueel en afdelingsniveau samenhangt met welzijn en gedrag van gedetineerden. Hiervoor waren zowel zelfrapportage als officiële registraties van misdragingen beschikbaar. Daarnaast wordt in dit project de relatie tussen het leefklimaat van gedetineerden en het werkklimaat en de ervaren veiligheid van medewerkers onderzocht. In toekomst zal ook bekeken worden of een positiever leefklimaat verband houdt met lagere recidive.

Betrokken onderzoekers: Dr. Hanneke Palmen (projectleider), Dr. Esther van Ginneken (projectleider), Dr. Anouk Bosma (projectleider) Prof. dr. Paul Nieuwbeerta (projectleider), Dr. Miranda Sentse (senior onderzoeker).

2. De Dutch Prison Visitation Study

Contact: Dr. Hanneke Palmen

Als onderdeel van de Life in Custody (LIC)-studie wil de Dutch Prison Visitation Study (DPVS) het bezoek aan de gevangenis vanuit verschillende perspectieven en in al zijn verscheidenheid onderzoeken. De DPVS bestaat uit twee dataverzamelingen: De dataverzameling voor 2017 richtte zich op determinanten en gevolgen van gevangenisbezoek en combineerde daartoe surveygegevens van de 2017 afname met registratie data over bezoek.

De dataverzameling van 2019 richtte zich in de eerste plaats op de heterogeniteit van de bezoekervaring bij het ontvangen van persoonlijke bezoekers. Onderzocht wordt hoe gespreksonderwerpen tijdens het bezoekuur en de ervaring van het bezoekuur in relatie staan tot gedrag tijdens detentie, en de voorbereiding op re-integratie tijdens detentie. Uniek aan deze dataverzameling was dat deze zowel gericht was op gedetineerden als hun bezoekers. Zodoende konden we bezoek aan de gevangenis bestuderen vanuit drie perspectieven: 1) de gedetineerden, 2) de bezoekers, en 3) de gedetineerde/bezoeker-paren. De dataverzameling van 2019 richtte zich in de tweede plaats op het in kaart brengen van contacten met re-integratie professionals. De prevalentie en het doel van contacten tussen gedetineerden en professionals van binnen (bijv. casemanagers) en buiten de gevangenis (bijv. reclasseringsambtenaren, gemeenten) wordt in kaart gebracht. Daarnaast zal worden onderzocht in welke mate deze contacten bijdragen aan een succesvolle re-integratie. Ook hier was de dataverzameling gericht op zowel gedetineerden als hun professionele bezoekers.

Betrokken onderzoekers: Dr. Hanneke Palmen (projectleider), Dr. Esther van Ginneken (projectleider), Prof. dr. Paul Nieuwbeerta (projectleider),  Maria Berghuis, MSc. (promovenda), Ellen de Jong, MSc. (promovenda), Amanda Pasma MSc. (promovenda),  Dr. Miranda Sentse (senior onderzoeker), Dr. Anke Ramakers (senior onderzoeker).

De Dutch Prison Visitation Study (DPVS) bestaat uit drie projecten, die hieronder worden beschreven:

Bezoek is een belangrijk onderdeel van het leefklimaat in gevangenissen. Gedetineerden geven aan dat het krijgen van bezoek een van de belangrijkste aspecten is van hun detentie. Daarnaast beschermt bezoek tegen sociale isolatie, want alleen door bezoek kunnen gedetineerden familie of vrienden van buiten elkaar zien. De contacten die onderhouden worden door bezoek hebben mogelijk een effect op gedrag tijdens en na detentie. In Nederland is er nog weinig bekend over bezoek. In dit project wordt daarom eerst in kaart gebracht wie bezoek ontvangt. Hierbij wordt gekeken naar welke omstandigheden maken dat de ene gedetineerde minder of meer bezoek ontvangt dan de ander. Het tweede deel van dit project gaat over de mogelijke effecten van bezoek op gedrag zowel tijdens als na detentie. Hierbij wordt gekeken naar de effecten van bezoek op het welzijn van gedetineerden, misdraging, recidive en het re-integratie proces. 

Om deze onderzoeksvragen te beantwoorden wordt gebruik gemaakt van data uit de Life In Custody (LIC) studie. De data bestaat uit survey data en registratiedata van de PI’s. Daarnaast is ook extra data verzameld over de opzet van bezoek in Nederlandse gevangenissen.

Betrokken onderzoekers: Maria Berghuis, MSc. (promovenda), Dr. Hanneke Palmen (copromotor) & Prof. dr. Paul Nieuwbeerta (promotor).

Periode: okt. 2018 – feb. 2023

Het doel van dit onderzoeksproject is het verdiepen van de kennis over bezoek in gevangenissen. Het bouwt voort op eerder onderzoek waarin in kaart werd gebracht wie bezoek ontvangt en welke mogelijke effecten bezoek heeft op gedrag tijdens en na detentie. Wat in eerder onderzoek nog weinig aandacht heeft gekregen in Nederland, en ook internationaal, zijn de verschillen in bezoekervaring. Hoe een bezoek verloopt is waarschijnlijk afhankelijk van de gedetineerde, zijn of haar bezoeker(s) en de context waarin het bezoek plaatsvindt. Deze verschillen staan in dit onderzoeksproject centraal.

Betrokken onderzoekers: Ellen de Jong, MSc. (promovenda), Dr. Hanneke Palmen (copromotor), Dr. Anke Ramakers (copromotor) & Prof. dr. Paul Nieuwbeerta (promotor).

Looptijd: 2018 – 2022.

Goed contact tussen gedetineerden en diverse re-integratieprofessionals tijdens detentie is van belang om gedetineerden goed voorbereid terug te laten keren naar de vrije samenleving. Zo kunnen interne professionals, zoals de casemanager en de mentor, inventariseren welke problemen op de leefgebieden (werk & inkomen, huisvesting, zorg, schulden, een geldig ID-bewijs, sociaal netwerk) er spelen bij gedetineerden en kunnen zij hen begeleiden om deze zaken tijdens detentie op orde te krijgen of houden. Aanvullend kunnen gedetineerden tijdens detentie ook bijgestaan worden door externe re-integratieprofessionals zoals medewerkers van de gemeente, de reclassering, gezondheidsinstellingen en vrijwilligersorganisaties. Zij kunnen gedetineerden toegang verschaffen tot hulpbronnen vanuit de samenleving en een soepele transitie naar de vrije maatschappij mogelijk maken. Zowel in de Nederlandse literatuur als in de internationale literatuur, weten we echter nog weinig over de omvang en aard van het contact tussen deze interne en externe re-integratieprofessionals en gedetineerden. Dit project zal daarom in eerste instantie de omvang van het contact in kaart brengen, alsmede de factoren die maken dat gedetineerden al dan niet in contact staan met de diverse professionals. Idealiter staan gedetineerden met de meeste hulpvragen bijvoorbeeld het meest intensief in contact met één of meerdere professionals. Vervolgens wordt onderzocht in welke mate het contact met professionals de gedetineerden helpt in de voorbereiding op de terugkeer naar de samenleving, en in hoeverre het contact recidive kan verlagen.

Betrokken onderzoekers: Amanda Pasma, MSc. (promovendus), Dr. Esther van Ginneken (copromotor), Dr. Hanneke Palmen (copromotor) & Prof. dr. Paul Nieuwbeerta (promotor).

3. Autonomie, cognitieve vaardigheden en resocialisatie

Looptijd: 2019 - 2023

Gedetineerden in Nederland kunnen promoveren van een basis- naar een plusregime, mits zij prosociaal gedrag ontwikkelen. In het plusregime zijn meer vrijheden en verantwoordelijkheden dan in het basisregime, die de autonomie van gedetineerden zouden moeten vergroten. Maar is die aanname wel te staven met wetenschappelijk bewijs? In het eerste deel van dit project wordt de theorie achter dit beleid, evenals de toepassing ervan, geëvalueerd. In het empirische deel van dit project worden autonomie en cognitieve vaardigheden van gedetineerden in kaart gebracht. Cognitieve vaardigheden zijn essentieel voor gedragsverandering; en daarmee voorwaardelijk voor toelating tot het plusregime. Internationaal gezien is echter maar weinig bekend over cognitieve vaardigheden van gedetineerden. In Nederland wordt het aantal Licht Verstandelijk Beperkte (LVB) gedetineerden hoog geschat (tot 50%). Vervolgens wordt er gekeken naar het effect van cognitieve vaardigheden op autonomie(beleving), en gedragsverandering tijdens en na detentie.

Betrokken onderzoekers: Jan Maarten Elbers, MSc. (promovendus), Dr. Esther van Ginneken (copromotor), Dr. Hanneke Palmen (copromotor), Prof. dr. Paul Nieuwbeerta (promotor) & Prof. mr. dr. Miranda Boone (promotor).

4. Sociale netwerken

Periode: voorjaar 2017-lopend

Doel van dit deelproject is om inzicht te krijgen in de sociale relaties tussen gedetineerden binnen gevangenisafdelingen. Wie kan het goed vinden met wie? Wie staat er centraal in het netwerk (heeft veel sociale connecties op de afdeling) en wie staat er juist buiten? Naast het in kaart brengen van het sociale netwerk op de afdeling, wordt tevens bekeken of de sociale posities en relaties op de afdeling geassocieerd zijn met (individuele) kenmerken en gedragingen van de gedetineerden. Wat maakt dat sommige gedetineerden wel of juist niet met elkaar omgaan?

Dit deelonderzoek heeft betrekking op de afdelingen met een gevangenisregime in twee penitentiaire inrichtingen. Om de sociale relaties in kaart te brengen is gebruik gemaakt van peernominaties, waarbij gedetineerden tot maximaal 10 medegedetineerden van dezelfde afdeling konden noemen als antwoord op vragen als ‘Met wie kun je het beste opschieten?’. Deze gegevens worden gekoppeld aan data van zelfrapportage vragenlijsten uit de LIC study en van administratieve gegevens van de PI’s.

Betrokken onderzoekers: Dr. Miranda Sentse (projectleider), Dr. Hanneke Palmen (senior researcher), Prof. dr. Paul Nieuwbeerta (senior researcher) & Prof. dr. Derek Kreager (senior researcher).

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.