Universiteit Leiden

nl en

Onderzoeksproject

Empirical Legal Studies

Binnen het speerpunt Empirical Legal Studies wordt in Leiden het thema ‘markt, gedrag en de regulerende rol van het recht’ als uitgangspunt genomen om empirisch-juridisch onderzoek verder te ontwikkelen.

Looptijd
2019 - 2024
Contact
Helen Pluut
Financiering
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Empirical Legal Studies is naast Conflictoplossende Instituties een van de twee speerpunten binnen het Nederlands Sectorplan Rechtsgeleerdheid.

De regulerende rol van het recht komt tot uiting in de economische realiteit, waar markten er idealiter voor zorgen dat vraag en aanbod samenkomen. De juridische realiteit opereert binnen de economische realiteit en kan een belangrijk middel vormen om markten op een efficiënte en rechtvaardige wijze in te richten.

Marktwerking kan immers resulteren in onrechtvaardige uitkomsten voor marktactoren, de maatschappij of het milieu. Het recht beoogt om vertrouwen in markten te voeden, om informatietekorten te verhelpen, om negatieve externe effecten van transacties te voorkomen en om uitwassen van geconcentreerde marktmacht tegen te gaan.

Om het recht zodanig in te richten dat marktfalen wordt voorkomen, is het belangrijk een goed begrip te hebben van de praktische werking van markten en van het denken, beslissen en handelen van marktactoren. Onze kennis daarover schiet met regelmaat tekort. We hebben niet altijd voldoende kennis over welke rechtsregels onder welke omstandigheden waarom werken.

Empirisch onderzoek naar de werking van het recht levert fundamentele kennis op over gedragsveronderstellingen die ten grondslag liggen aan de verschillende rechtsregels. Empirisch-juridisch onderzoek, waaronder wij toegepast economisch, psychologisch én sociologisch onderzoek verstaan, heeft dan ook niet alleen meerwaarde hebben voor de empirische ‘wat, wanneer en hoe’-vragen maar ook voor de normatieve ‘wat moeten we hiervan vinden’-vragen.

Door het beantwoorden van empirische vragen levert het onderzoek binnen dit speerpunt bouwstenen voor de beantwoording van normatieve vragen aangaande de regulering van markten. De interactie tussen empirische en normatieve vragen staat dus centraal.

Onderzoeksprojecten

Met ingang van maart 2020 zijn twee promotieprojecten gestart. Het zijn interdisciplinaire promotieprojecten die begeleid worden door onderzoekers van ten minste twee afdelingen en door zowel een jurist als een sociaalwetenschapper. De andere projecten betreffen onderzoekslijnen van de universitair docenten binnen dit speerpunt.

Mensenrechten zijn lang het unieke domein van staten geweest. Dat is veranderd met de globalisering en de opkomst van multinationale ondernemingen. De zorg voor fundamentele arbeidsrechten binnen mondiale toeleveringsketens vormt een probleem. Dit project richt zich op multinationale ondernemingen als marktactoren en de regulering van hun gedrag binnen de wereldwijde toeleveringsketen. Monitoren van het gedrag en de acties van multinationals is steeds ingewikkelder geworden, omdat internationale organisaties zoals de Verenigde Naties en de ILO terrein verliezen. In deze context is het belangrijk om naar soft law te kijken. Codes of Conduct zijn gedragsregels die vrijwillig zijn opgesteld door bedrijven, maar waar zij zich aan dienen te conformeren. Wat is de rol van deze Codes of Conduct in de naleving en handhaving van fundamentele arbeidsrechten in mondiale toeleveringsketens?

Onderzoekers

De data-economie is gebaseerd op het verzamelen en verwerken van grote hoeveelheden gegevens over consumenten en hun gedrag. Zulke gegevens worden gebruikt om winstmarges te optimaliseren met behulp van (dynamische) prijsdifferentiatie voor verschillende consumenten. Het is technologisch inmiddels mogelijk voor webshops om prijzen te formuleren die volledig zijn afgestemd op de bereidheid van de klant om ergens voor te betalen. Wat betekent dit voor het vertrouwen in markten? Wat vinden bedrijven en consumenten hiervan en wat moeten reguleringsactoren ermee? Het doel van dit project is om inzicht te verkrijgen in de psychologie van bedrijven en consumenten. Empirisch onderzoek naar percepties van rechtvaardigheid kan een belangrijke basis vormen voor de normatieve dimensie van marktregulering.

Onderzoekers

Het vertrekpunt van dit onderzoek is de bevinding dat het menselijk brein vatbaar is voor allerlei denkfouten en vooringenomenheden (biases), die onze percepties kleuren en onze redenaties beïnvloeden, zonder dat we dit bewust doorhebben. Integendeel, mensen hebben veelal het gevoel dat zij slechts de feiten waarnemen en deze op een rationele, objectieve wijze verwerken in het komen tot oordelen en beslissingen. 
 
Binnen het juridische domein kunnen waarnemingen en besluiten die op oneigenlijke wijze beïnvloed zijn door onbewuste biases verstrekkende gevolgen hebben. Denk bijvoorbeeld aan de vraag of een vorm van schade (bv. economisch of persoonlijk letsel) voorzienbaar was, de vraag of het handelen van een bestuur een belangrijke oorzaak is geweest van een faillissement, of de vraag of bepaalde informatie van dusdanige aard is dat een redelijke investeerder deze informatie zou gebruiken bij het maken van investeringsbeslissingen. Oordelen over voorzienbaarheid, causaliteit en redelijkheid zijn bij uitstek oordelen die vatbaar zijn voor menselijke biases. Uit onderzoek van Niek Strohmaier is naar voren gekomen dat met name morele en normatieve oordelen dergelijke juridisch relevante vraagstukken kunnen beïnvloeden. Voor dit interdisciplinaire, empirische onderzoek wordt geput uit inzichten uit de morele filosofie, cognitieve psychologie en met name het faillissementsrecht. 
 
Nieks onderzoekslijn houdt zich bezig met een drietal vraagstukken. Ten eerste wordt empirisch onderzocht welke biases mogelijk een rol spelen bij oordelen omtrent ondernemingen in zwaar c.q. faillissement, alsook bij het toezichthouden op en reguleren van financiële markten. Ten tweede wordt middels experimenteel onderzoek ingezoomd op de onderliggende processen van relevante biases om zodoende ons begrip hiervan te vergroten. Ten derde verkent dit onderzoek hoe de potentiële invloed van deze biases geminimaliseerd kan worden.
 

Onderzoeker

De regulering van productveiligheidsrecht is met de introductie van de Europese interne markt in een stroomversnelling geraakt. Het doel van Europese productveiligheidsregulering is – naast het tot stand brengen en bevorderen van de interne markt – het voorkomen van schade (preventie). Het productveiligheidsrecht wordt primair op nationaal niveau via toezichthouders gehandhaafd en vaak als meer-publiekrechtelijk bestempeld. De Europese wetgever heeft naast het productveiligheidsrecht, ook deels het privaatrecht via het productaansprakelijkheidsrecht geharmoniseerd. Aangenomen wordt dat de Richtlijn productaansprakelijkheid, naast het bevorderen van de interne markt en het bieden van ex post compensatie, mede het voorkomen van schade tot doel heeft doordat dreigende aansprakelijkheid een afschrikwekkende werking zou hebben. De Richtlijn productaansprakelijkheid (85/374/EEG) voorziet slechts in de remedie schadevergoeding voor de eindgebruiker van het product en regelt slechts de vergoeding van letselschade en schade aan andere zaken. De vereisten voor de vergoedbaarheid van andere soorten schade van andere actoren in de handelsketen worden aan het nationale privaatrecht gelaten. Tot op heden is onduidelijk hoe effectief het bestaande juridische kader is in de strijd tegen onveilige producten. Door de opkomst van e-commerce veranderen de traditionele handelsstromen en komen verdere kwetsbaarheden in het bestaande juridische kader bloot te liggen, waardoor de vraag rijst welke soort (juridische) interventies op dit moment het meest passend zijn en welke effecten ze sorteren. 

Dit onderzoek bouwt voort op Gitta’s eerdere onderzoek en beoogt een bijdrage te leveren aan de beantwoording van de overkoepelende vraag wat de rol van het privaatrecht is in relatie tot het voorkomen van schade, waarbij wordt gefocust op schade door onveilige producten. Daartoe zullen zowel B2B- als B2C-verhoudingen worden onderzocht. Wat zijn bijvoorbeeld de drijvende krachten binnen ondernemingen in de handelsketen die de maken dat een onveilig product wel of niet op de markt wordt gebracht of dat al dan niet tegen een reeds verhandeld onveilig product wordt ingegrepen? Welke rol speelt daarnaast de consument en zijn aankoopgedrag  en welke factoren beïnvloeden zijn individuele beslissing? 

Voor dit interdisciplinaire, empirische onderzoek wordt gebruik gemaakt van inzichten uit de rechtseconomie en samengewerkt met gedragswetenschappen, zodat de juistheid van aannames door de wetgever en rechter kan worden getoetst en beter kan worden beoordeeld welke typen juridische interventies in welke situaties de gewenste effecten kunnen sorteren. Daarmee hoopt zij mede bij te dragen aan privaatrechtelijke rechtsvorming die meer evidence based is. 

Onderzoeker

ELS Lab @Leiden activiteiten

Empirical Legal Studies Lab @Leiden organiseert ELS lab meetings! Deze sessies zijn gericht op onderzoekers die geïnteresseerd zijn in empirisch-juridisch onderzoek. Zou je meer te weten willen komen over empirische onderzoeksmethoden en/of deel willen nemen aan discussies over ELS gerelateerde onderwerpen? Doe mee met de aankomende ELS lab meetings!

Van een informele Lunch & Learn tot uitvoerige besprekingen van artikelen in Journal Clubs: de ELS lab meetings beslaan een breed scala aan empirische onderzoeksmethoden en ELS-gerelateerde onderwerpen. Deze sessies bieden de mogelijkheid om van elkaars onderzoek en ervaringen te leren, ideeën voor te leggen en feedback te ontvangen op lopend onderzoek. Je bent welkom om deel te nemen, ongeacht je ervaring op dit gebied tot nu toe. 

Zie hieronder voor meer informatie over de verschillende lab meetings. We geven de reeks van het afgelopen academisch jaar weer een vervolg. De voertaal van de sessies is Engels. 

Lunch & Learns zijn informele, interactieve sessies waarin we discussiëren over een (controversiële) stelling over een ELS-gerelateerd onderwerp. Deze sessies bieden de mogelijkheid om ideeën en ervaringen te delen over het doen van empirisch onderzoek en te leren van peers.

De eerstvolgende Lunch & Learn zal plaatsvinden op 21 oktober (12.00-13.00 uur) met als onderwerp ‘from legal scholar to empirical legal scholar’. Doe mee met deze informele sessie; iedereen is welkom om deel te nemen, ongeacht je ervaring op dit gebied.

Tijdens de Paper Development Sessions worden presentaties over lopend onderzoek gegeven. Deze presentaties kunnen betrekking hebben op iedere fase van het onderzoeksproces: van de opzet tot het schrijven van het artikel. Dit is bij uitstek een mogelijkheid om feedback te ontvangen op onderzoeksideeën en suggesties te krijgen over hoe je de methodologie zou kunnen verbeteren.

De eerstvolgende Work in Progress Session zal plaatsvinden op 3 december (10.oo-11.00). Niek Strohmaier en Sofia de Jong bespreken hun onderzoek naar ‘the biasing effect of character evidence in legal decision making and procedural justice’. 

Journal Clubs zijn sessies waarin we empirisch-juridische artikelen bespreken, waarbij wordt gefocust op de in het artikel toegepaste methodologie en de lessen die daaruit kunnen worden getrokken.

De eerstvolgende Journal Club zal plaatsvinden op 12 november (10.00-11.00 uur) met als onderwerp ‘designing vignette studies – tips and tricks’. Het proefschrift van Shosha Witznitzer naar defensieve dokters zal als uitgangspunt genomen worden.

Publicaties

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.