Universiteit Leiden

nl en

Rechtsgeleerdheid - Economie (LLB)

Over de opleiding

Veel maatschappelijke vraagstukken kunnen op een juridische manier worden bekeken, maar de economische gevolgen zijn zeker niet weg te denken. Een goede jurist zal zich dan ook willen en moeten verdiepen in het economische reilen en zeilen van de samenleving.

Met Recht en Economie combineer je een brede rechtenstudie met een boeiende mix van economische vakken. Zo leer je maatschappelijke problemen op te lossen vanuit twee invalshoeken. De driejarige bacheloropleiding bestaat voor 70% uit Recht en voor 30% uit Economie. Gedurende je bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid volg je een ruim pakket met economische vakken, waarbij veel aandacht wordt besteed aan praktische economische vraagstukken en economisch beleid.

Voorbeelden van vragen die aan de orde komen zijn: Is het sociaal leenstelsel een goede of een slechte maatregel? Welke invloed heeft de overheid op de economie? Wat zijn de gevolgen van de vergrijzing en hoe kunnen we daar op inspelen? Door Recht en Economie te combineren, kan je dit soort vraagstukken beter begrijpen.

Opbouw van de bacheloropleiding

In het eerste jaar, de propedeuse, heb je ongeveer 12 uren onderwijs per week. Daarnaast moet je veel tijd besteden aan zelfstudie, zodat je wekelijks gemiddeld 40 uur met je studie bezig bent.

Het eerste jaar is een algemeen jaar met vakken als Strafrecht, Burgerlijk Recht en Europees Recht. Verder train je diverse juridische vaardigheden: argumentatie, het opbouwen van een betoog en tekstanalyse. Op deze manier doe je meteen in het eerste jaar stevige basiskennis van het recht op en volg je alle vakken uit de propedeuse Rechten.

Je volgt ook een eerste economisch vak, namelijk het algemene Oriëntatievak Recht en Economie waarbij je kennis maakt met economische onderwerpen die sterk in de belangstelling staan, zoals de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de woningmarkt. Studenten voeren discussies over het beste beleid op deze terreinen.

Tot slot wordt in het eerste jaar een taaltoets afgenomen onder alle studenten. Met deze toets weet je of je het juiste niveau hebt om de studie goed te doorlopen. Je taalvaardigheid is belangrijk voor je latere succes in de rechtenstudie en in een juridische loopbaan. Denk daarbij aan spelling, zinsbouw en algemene woordenschat.

Vanaf het tweede jaar verdiep je de juridische kennis die je in het eerste jaar hebt opgedaan. Je ontwikkelt de juridische vaardigheden die je in je carrière nodig hebt. Je volgt vakken zoals Onderneming en recht, Bestuursrecht en Verbintenissenrecht. Daarnaast is een belangrijk onderdeel de oefenrechtbank Moot Court, waarin je je juridische vaardigheden traint. Je kruipt in de huid van een van de procespartijen binnen een rechtbank. Aan de hand van een op een bepaald rechtsgebied (burgerlijk recht, strafrecht, staats- en bestuursrecht, internationaal publiekrecht, Europees recht, ondernemingsrecht of een ander rechtsgebied) toegespitste casus maak je zelfstandig drie schriftelijke werkstukken, waarin je de argumenten opneemt die naar aanleiding van de rechtsvraag aan de orde moeten komen. Daarnaast wordt er meerdere keren geoefend met pleiten door middel van videotrainingen en uiteindelijk zal je je zaak verdedigen voor een oefenrechtbank. Hierbij treden professionals uit de praktijk op als rechter.

De economische vakken die in het tweede jaar aan bod komen zijn Economie in hoofdlijnen en Marktwerkingsvraagstukken. Het eerste vak geeft een brede inleiding in de economie en vormt zo de basis voor de rest van de bachelor. De vraagstukken die behandeld worden lopen dan ook sterk uiteen. Voorbeelden van vragen die aan de orde komen zijn: Waardoor wordt een recessie veroorzaakt en kan de overheid met haar begrotingsbeleid recessies bestrijden? Waarom zijn zowel inflatie als deflatie gevaarlijk, en hoe kan een centrale bank deze verschijnselen voorkomen? Wat is economische groei, en hoe kan de overheid die bevorderen?

Bij de economische vakken wordt niet alleen kennis getoetst, maar er is ook veel ruimte voor het verbeteren van je presentatie- en schrijfvaardigheden. Door te kiezen voor Recht en Economie oefen je intensief met deze vaardigheden. Het vak Marktwerkingsvraagstukken is het eerste vak waarbij deze vaardigheden aan bod komen. In kleine groepjes en onder intensieve begeleiding van de docent ga je aan de slag met een onderwerp op het terrein van marktwerkingsvraagstukken, waarbij je zelf beleidsaanpassingen bedenkt. Dit zijn altijd actuele thema’s binnen een bepaalde markt zoals mobiliteit op de weg, de eigen woning en de arbeidsmarkt. De papers worden uiteindelijk ook gepresenteerd aan de hele werkgroep. Middels presentaties en commentaar van docenten en medestudenten, leer je op een intensieve wijze onderzoek te doen en een economisch vraagstuk op te lossen.

In het derde jaar ga je nog een stap verder met het verdiepen van de juridische kennis die je in het eerste jaar hebt opgedaan. Je volgt onder andere Goederenrecht, Burgerlijk procesrecht en Public International Law. Daarnaast mag je kiezen uit een van de volgende twee vakken: Arbeidsrecht of Personen-, familie- en erfrecht. Bovendien ga je met de specialisatie Economie de diepte in. Je volgt de vakken Trade and Finance in the Global Economy, Openbare Financiën, Sociale Zekerheid, Rechtseconomie, Hervorming van Sociale Regelgeving en Economic Policy in the EU.

Het vak Openbare Financiën draait om de economie van de publieke sector. Er wordt gekeken welke invloed de overheid heeft op de economie, hoe voorzieningen als onderwijs, gezondheidszorg en een schoner milieu tot stand komen en hoe het beste belasting kan worden geheven.

Het recht beïnvloedt het gedrag van mensen. Dat is wat je leert bij het vak Rechtseconomie, waarbij het recht en economische vraagstukken samenkomen. De twee belangrijkste vragen die aan bod komen zijn: Welke invloed heeft het recht op het gedrag en welke invloed heeft het recht op de maatschappelijke welvaart? Met behulp van het economische efficiëntiecriterium kan je bijvoorbeeld onderzoeken of bepaalde vormen van criminaliteitsbestrijding per saldo een bijdrage leveren aan de maatschappelijke welvaart.

Bij het vak Sociale Zekerheid wordt gekeken hoe het Nederlandse stelsel van sociale zekerheid precies in elkaar zit. Daarbij wordt niet alleen aandacht besteed aan nationaal beleid, maar ook internationale ontwikkelingen komen aan bod. Er wordt onder andere aandacht besteed aan de volgende actuele thema’s: de relatie tussen de sociale zekerheid en de arbeidsmarkt, recente hervormingen van socialezekerheidsregelingen en de toekomst van de verzorgingsstaat. Het vak Hervorming van Sociale Regelgeving bouwt hier vervolgens op voort. Studenten analyseren in groepjes zelfstandig hervormingen op het terrein van de sociale zekerheid en de arbeidsmarkt, zoals de hervorming van arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidsregelingen.

De internationale en Europese dimensie ontbreekt natuurlijk niet in deze afstudeerrichting. Deze aspecten komen met name aan bod bij de vakken Trade and Finance in a Global Economy en Economic Policy of the European Union. Er wordt onder andere stilgestaan bij belangrijke grensoverschrijdende thema’s als globalisatie, Europese en internationale handel, de risico’s van een financiële crisis en het Europese monetaire beleid.

Het derde jaar sluit je af met een scriptie. Zo pas je de opgedane kennis meteen toe. Met de bachelorscriptie bewijs je dat je een academicus bent. Je bachelorscriptie schrijf je over een economisch onderwerp. Als je de bacheloropleiding Recht en Economie hebt afgerond, kun je kiezen uit een van de juridische masteropleidingen.

Met een bachelordiploma van de afstudeerrichting Rechtsgeleerdheid - Economie voldoe je niet aan de eisen voor het civiel effect. Civiel effect is nodig om toegang te krijgen tot de zogeheten toga-beroepen (advocatuur, rechterlijke macht, officier van justitie, etc.). Door het behalen van een paar extra bachelorvakken kan je alsnog voldoen aan de vereisten van het civiel effect. In de praktijk blijkt dat bijna alle studenten deze extra vakken in hun tweede of derde jaar volgen en dat dit goed haalbaar is. Je krijgt de vermelding van het civiel effect pas na afronding van de bachelor én de master Rechtsgeleerdheid op je masterdiploma.

Bachelorprogramma Recht en Economie

Wil je precies weten hoe het bachelorprogramma is opgebouwd en welke colleges je volgt? Bekijk dan het studieprogramma in de Studiegids.

Armin Ademovic

Student Recht en Economie

Armin Ademovic

"Recht en Economie is een mooie combinatiestudie waarbij je een volwaardig jurist wordt, maar ook veel over de economie te weten komt. Je leert veel over macro-economie, ons belasting- en sociale zekerheidsstelsel, maar vooral ook of en hoe dit verbeterd kan worden. Naast het bestuderen van het recht, wat het grootste deel van je studie blijft omvatten, ben je ook erg actief bezig met economische verbeteringen. De hoogleraren zijn op hun gebied de experts van Nederland en delen graag hun kennis. Ik ga zelf de master Financieel recht doen en de bachelor Recht en Economie heeft mijn interesse voor de financiële wereld versterkt. Met deze studie word je goed opgeleid tot een jurist met economisch denkvermogen."

Lilian de Vries

Studente Recht en Economie

Lilian de Vries

"Op de middelbare school vond ik economie altijd al heel interessant en daarom was de keuze voor Recht en Economie snel gemaakt. Het is leuk voor de afwisseling om naast rechtenvakken ook economische vakken te volgen. De richting economie is een stuk kleinschaliger dan rechten, zodat de docenten jou ook leren kennen. De opdrachten die bij de economische vakken worden gegeven, gaan vaak over recente ontwikkelingen. Afgelopen jaar heb ik bijvoorbeeld een paper geschreven over de economische gevolgen van de Brexit en een over de aardbevingsschade in Groningen. Ik vond vooral het vak Sociale Zekerheid erg leuk, omdat we daar veel leerden over bijvoorbeeld werkloosheidsregelingen en over hoe de AOW wordt gefinancierd."

Kees Goudswaard

Prof.dr. K.P. Goudswaard

Kees Goudswaard

"Tijdens de bacheloropleiding Recht en Economie wordt veel aandacht besteed aan het ontwikkelen van verschillende vaardigheden. In mijn colleges laat ik de studenten bijvoorbeeld nadenken en discussiëren over beleid ten aanzien van arbeidsmarkt en sociale zekerheid, in nationaal en in internationaal perspectief. Hoe verandert de arbeidsmarkt en wat betekent dat voor het overheidsbeleid? Hoe ziet de toekomst van de verzorgingsstaat eruit? Door zelfstandig met dit soort maatschappelijke thema’s aan de slag te gaan, oefenen studenten intensief met vaardigheden als schrijven, onderzoeken en presenteren."

Bij een aantal economische vakken worden intensieve werkvormen gehanteerd, bijvoorbeeld aan de hand van een casus. Een casus heeft als doel om studenten ‘zelfstandig’ (d.w.z. groepsgewijs en onder intensieve begeleiding van docenten) toepassing van economische instrumenten op een bepaald terrein te laten analyseren. Centraal staat een actueel maatschappelijk en/of beleidsthema, bijvoorbeeld de gevolgen van de vergrijzing voor de oudedagsvoorzieningen, de Europese economische integratie, de economische gevolgen van onderwijs en scholing of de vraag hoe de inkomensverdeling in Nederland eruit ziet. Groepjes studenten krijgen verschillende opdrachten die schriftelijk moeten worden uitgewerkt aan de hand van de verplichte literatuur. Deze notities dienen als basis voor hun paper, presentatie, commentaar, aanvulling en evaluatie door docenten.  

In de bacheloropleiding heb je daarnaast vanaf het eerste jaar ook te maken met andere onderwijsvormen:

  • Hoorcolleges, waarin gedreven docenten de leerstof presenteren en die verbinden met de actualiteit en hun eigen onderzoek. Van jou wordt verwacht dat je deze colleges voorbereidt door de opgegeven literatuur te bestuderen.
  • Werkgroepen, waarin kleine groepen – ongeveer vijfentwintig studenten – onder leiding van een docent dieper ingaan op de stof van het hoorcollege. In de werkgroepen lever je een actieve bijdrage door vragen te stellen, te discussiëren, en een presentatie te geven.
  • Vaardigheidstrainingen bij Moot Court. Je verdiept je in een complex juridisch probleem en je brengt zowel mondeling als schriftelijk je partijstandpunt voor het voetlicht.
  • Scriptie. Voor je scriptie voer je zelfstandig een onderzoek uit en verwoord dit in een wetenschappelijk betoog.

De meeste juridische vakken worden met een tentamen afgesloten. In het eerste jaar bestaan de tentamens grotendeels uit meerkeuzevragen, daarna worden dat meer open vragen of het schrijven van een essay. Des te verder je in je studie komt, des te belangrijker wordt het beredeneren. Ook komt het voor dat je voor een bepaald vak wordt beoordeeld op basis van werkstukken (papers) en presentaties (referaten). Deze vaardigheden leer je bijvoorbeeld bij het vak Moot Court. Ook bij veel economische vakken wordt er geen schriftelijk tentamen afgenomen. Vaak is het zo dat je wordt beoordeeld op basis van een paper dat je schrijft en vervolgens presenteert.

In het eerste jaar, de propedeuse, krijg je intensieve begeleiding. Bij de start van het eerste jaar word je (als voltijd student) ingedeeld in een werkgroep met een docent- en een studenttutor, Leiden Law Practices. In deze tutorgroep volg je het hele eerste jaar werkgroepen en leg je de basis voor je studie aan de rechtenfaculteit. De studieadviseur van jouw opleiding is de deskundige op het gebied van je studie en eventuele problemen, zoals studievertraging, planning, examenregelingen, etc. De bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid – Economie is bovendien kleinschalig. Dit heeft als voordeel dat de docenten van de Afdeling Economie erg betrokken zijn bij de studenten die de afstudeerrichting volgen en goede begeleiding kunnen bieden.

Meer over begeleiding en advies.

Een jaar telt 60 studiepunten, de hele bacheloropleiding dus 180 punten. Aan het eind van het eerste studiejaar moet je ten minste 45 van het eerste studiejaar hebben gehaald en aan de aanvullende eis hebben voldaan indien je opleiding die heeft vastgelegd in de Onderwijs- en Examenregeling. Voldoe je hier niet aan, dan mag je deze studie aan de Universiteit Leiden niet voortzetten. Voor deeltijdstudenten geldt een norm van tenminste 30 studiepunten in het eerste jaar. Mocht je niet aan het bindend studieadvies (BSA) kunnen voldoen, dan ga je samen met je studieadviseur zoeken naar een geschikt alternatief. Natuurlijk houden we rekening met bijzondere omstandigheden zoals ziekte en andere persoonlijke factoren. Door deze goede begeleiding komt een negatief studieadvies trouwens vrijwel nooit als een verrassing.

Wij maken gebruik van cookies. Lees de voorwaarden