Universiteit Leiden

nl en

Literatuur in tijden van degradatie van het geschreven woord

Is het einde van de literatuur dan eindelijk daar? Dat was de vraag waar het in de Albert Verweylezing van de Vlaamse schrijver, dichter en essayist Stefan Hertmans om draaide. Dat einde wordt al een eeuw voorspeld maar nu lijkt er iets fundamenteel veranderd.

Gastschrijver 2018
Yra van Dijk, hoogleraar moderne literatuur en voorzitter van de Commissie Gastschrijverschap, leidde de lezing van Hertmans in.

De lezing die Stefan Hertmans gaf in het Groot Auditorium van het Academiegebouw, sloot als een ring: de gastschrijver 2018 van de Universiteit Leiden begon en eindigde bij de Frankfurter Buchmesse, een van de belangrijkste boekenbeurzen ter wereld. Een dag voor de start ervan schreef een gezaghebbende Duitse criticus dat de boekenbranche in Duitsland nu toch echt op een crisis afstevent: 6 miljoen minder boeken werden er de afgelopen jaren verkocht. ‘De ontlezing zet zich door.‘ Maar toen was daar de Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie die bij de openingsceremonie zei dat de rol van de literatuur in crisistijden niet te onderschatten is. Volgens haar is het nut van de literatuur in de samenleving onmiskenbaar.

Paradox

Later in zijn lezing refereerde Hertmans aan de paradox dat alle totalitaire denkers schrijvers als boegbeelden van de vrijheid van meningsuiting monddood maken, terwijl vrije samenlevingen hun rol haast schouderophalend relativeren. In aansluiting bij Ngozi Adichie toonde ook de Duitse bondspresident Frank-Walter Steinmeier zich in een debat op de Buchmesse optimistisch, aldus Hertmans. ‘Schrijvers', zei Steinmeier, 'moeten door het vertellen van verhalen, het bieden van schoonheid, kritiek en reflectie mensen blijven herinneren aan de democratische waarden van het oude continent: openheid van geest, tolerantie en genuanceerd debat.’

Gastschrijver 2018
Hertmans luistert naar Yra van Dijk.

Gemurmel

In 1959 schreef de Franse essayist Maurice Blanchot een merkwaardige tekst: na de dood van de laatste ‘echte’ schrijver zou een eindeloos aanhoudend gemurmel ontstaan, een soort leegte die zelf maar klanken gaat produceren. Alleen een nieuwe waarlijke schrijver zou hier een eind aan kunnen maken en de echte stilte herstellen. Want een schrijver moet recht doen aan de stilte, volgens Blanchot. Als dat niet lukt, verdwijnt de literaire taal. ‘Blanchot’, zei Hertmans, ‘lijkt een perfecte voorspelling te hebben gedaan van wat de social media te bieden hebben: gemurmel.’

Status verloren

Het is niet waar dat dat er niet meer gelezen wordt, stelde Hertmans. Er wordt zelfs meer dan ooit gelezen, op telefoons en laptops. Maar het geschreven woord heeft zijn autoriteit en status, en zelfs zijn geloofwaardigheid verloren. ‘Pas sinds het fenomeen Trump komt dit ten volle aan licht. Het geschrevene is onderhevig aan een fundamentele waarheidscrisis door de manipulatiemogelijkheden van de nieuwe technologieën. Net zoals de waarheidsaanspraak van schilderijen ondermijnd raakte door de fotografie en de fotografie ondermijnd is geraakt door Photoshop. Daarnaast hebben dictators, manipulators en cynische politici de status van het geschreven woord ideologisch uitgehold en is de geschreven pers in haar rol van morele behoeder van samenlevingen ten prooi gevallen aan wantrouwen. Nieuwe profeten spinnen daar garen bij, door via talloze kanalen op internet desinformatie te verkopen en verkiezingen te beïnvloeden.’

Gastschrijver 2018
'Het geschreven woord is uitgehold.'

‘We zijn vrij’

Niemand hoeft meer iets te geloven van wat geschreven staat en in zekere zin is dat bevrijdend, vindt Hertmans. Maar ervoor in de plaatst gekomen zijn meningen, hearsays, citaten en elders weggeplukte slogans en stellingen, naar believen geknipt en geplakt. De Franse filosoof Gilles Deleuze noemde dit ooit een rizoom: een voortwoekerende tekstplant die alles inpakt wat op zijn weg komt. Vooral de gebruikelijke kanalen van het geschreven woord zoals de pers, schrijvers, de culturele elite en verfoeide intellectuelen moeten het ontgelden. Geen autoriteit meer, we zijn vrij. Ten koste van het ouderwetse kritische en analytische denken en de nuance, bedachtzaam op schrift gesteld.

Opmars gesproken

Maar terwijl het geschreven woord alleen nog als aanstellerij, oplichterij en duur doen wordt gekenschetst, en tot linkse hobby is verengd, merkte Hertmans op, is het gesproken (of gezongen) woord aan een opmars bezig. ‘Er komen mooie dingen uit voort’, meende hij, ‘zoals rap, poëzievoordrachten, TED-talks en pakkende songs.’ Daarin vinden we authenticiteit. Maar ook daarin schuilt een gevaar, zag Hertmans: emoties zijn in plaats van feiten de hoofdrol gaan spelen. Zelfs het journaal gaat die richting uit. Wat ooit begon als human interest, slaat ook bij het ooit zo betrouwbaar gevonden waarheidsbolwerk soms door naar feiten overstijgende emotie, vastgelegd bij vaak nietszeggende getuigen waar niemand warm of koud van wordt. ‘Er rest haast geen objectiviteitsaanspraak meer, het gaat om de onmiddellijke ik-ervaring.’

Gastschrijver 2018
Geen antwoorden maar vragen...

Nog heel veel boeken gelezen

'Tot hier de klaagzang', zei Hertmans bijna aan het einde van zijn lezing. Want er worden nog steeds ongelooflijk veel boeken gelezen, al gaan die tegenwoordig vaak over even stilstaan in het jachtige leven, quality time of onthaasten. En hebben schrijvers niet nog steeds prestige? Derderangspolitici willen graag met een schrijver poseren. En schrijvers zitten in panels en discussiegroepen, en ze schrijven voortdurend columns, stukjes en opinies. Of is dat toch juist dat eindeloze gemurmel waar Blanchot het over had?

Hertmans weet het ook niet. Hij heeft zijn publiek niet de antwoorden willen voorleggen maar de vragen die hij net als zoveel anderen zelf ook heeft. ‘Misschien hadden de Duitse criticus en de Nigeraanse schrijfster op de Buchmesse wel allebei gelijk.‘

Strofe van een gedicht

De lezing van Hertmans omvatte ook enkele van zijn gedichten. Een ervan betrof het eerste woord. Hierbij de eerste strofe:

Het moet iets donkers zijn geweest,
het eerste woord,
dik op de tong en pril,
iets tussen zucht en schreeuw
dat zich de dag in stootte
en meteen weer verdween.


Tekst van het artikel: Corine Hendriks
Fotografie: Marc de Haan
Mail de redactie

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie