Universiteit Leiden

nl en

Griekse en Latijnse taal en cultuur (BA)

Over de opleiding

In de opleiding Griekse en Latijnse taal en cultuur leer je het Grieks en Latijn optimaal te beheersen. Je ontwikkelt inzicht in de wijsbegeerte, geschiedenis en literatuur van de klassieke tijd en leert antieke thema’s herkennen in moderne schilderkunst en literatuur.

Opbouw van de bacheloropleiding

In het eerste jaar ga je hard aan de slag om je beheersing en vertaalvaardigheid van het Latijn en Grieks te oefenen: je verrijkt je woordenschat, traint je leesvaardigheid en verkent de Griekse en Latijnse grammatica tot in de finesses. Daarna staat steeds een bepaalde auteur of een bepaald genre centraal. Tijdens deze colleges wordt je taalvaardigheid natuurlijk verder ontwikkeld, maar je concentreert je voornamelijk op de interpretatie van de Griekse en Latijnse literatuur. Je maakt kennis met taalkundige, literaire en cultuurhistorische aspecten van de teksten die je leest.

In het tweede jaar maak je kennis met meer auteurs, genres en periodes uit de Griekse en Latijnse literaire geschiedenis. Je verdiept je verder in de geschiedenis, filosofie en taalkunde. Ook krijg je in dit jaar een inleiding in bronnen en materiële cultuur van de oudheid. Een deel van je vakken kies je zelf in de keuzeruimte. Zo stippel je zelf je optimale weg door je studie uit. 

In het derde jaar kies je twee vakgebieden waarin je werkcolleges gaat volgen: in elk geval één bij Grieks of Latijn. Naast je hoofdstudie heb je keuzeruimte die je op verschillende manieren kunt benutten. Als laatste onderdeel van je bacheloropleiding schrijf je een eindwerkstuk, waarvoor je onderzoek doet naar een zelfgekozen onderwerp. De academische vaardigheden die je voor dit onderzoek nodig hebt, oefen je al vanaf het begin van je studie.

Voorbeelden van afstudeeronderwerpen

  • De Cycloop, zijn naam en zijn rol in de Odyssee
  • Drama queen Dido. Boek IV van Vergilius' Aeneïs beschouwd als Griekse tragedie
  • De draak op het Forum Romanum. Een christelijke interpretatie van Vestaals gedachtegoed

Kristie Thomassen

Eerstejaarsstudent

Kristie Thomassen

"De studie bevalt goed. Je hebt het best druk met het lezen van alle teksten. Wat het leuk maakt is dat je niet alleen met vertalen bezig bent, maar bijvoorbeeld ook met de interpretatie van teksten, zoals van Oepidus Rex. Je bent veel meer dan op de middelbare school bezig met tekstkritiek. Zo word je bewust van het genre, de tijdgeest en de gedachtegang. Wat mij aanspreekt in de studie is dat er naast taal ook aandacht is voor geschiedenis en filosofie. Zo krijg je in het eerste semester het vak Antieke Wijsbegeerte. Voor dat vak schreef ik een essay over de filosoof Heraclitus. Zijn standpunt ga je dan analyseren. Ik kreeg volledig de vrijheid om dat op mijn eigen manier te doen."

Sol Titarsolej

Ouderejaarsstudent

Sol Titarsolej

"Op de middelbare school had ik Grieks, maar geen Latijn. In het eerste jaar kreeg ik daarom extra contacturen om mijn Latijn te verbeteren. Daarna bood een docent aan om mij te begeleiden in de Latijnse taal door samen een uurtje extra in de week aan de taal te besteden. De docenten willen altijd extra tijd en ruimte maken voor persoonlijke begeleiding. De studie is kleinschalig. Je kent alle studenten van de opleiding en de klassen zijn klein. De docenten kennen je ook allemaal bij naam en dat maakt het persoonlijk."

Christoph Pieper

Docent

Christoph Pieper

"Mijn liefde voor de Latijnse poëzie van de 15e eeuw ontstond tijdens mijn studie in Duitsland en Italië. Hierover ging mijn promotieonderzoek. In de bachelorcolleges houd ik me echter met name bezig met de oudheid, met Cicero als speerpunt; maar ook de Romeinse liefdeselegie en de late oudheid liggen mij na aan het hart."

Onderwijsvormen

Als student Griekse en Latijnse taal en cultuur studeer je in principe 40 uur per week. Een volle werkweek dus! Je besteedt ongeveer 15 uur per week aan colleges, werkgroepen en tentamens. De rest van de studieweek bereid je die zelfstandig voor.

In hoorcolleges zet de docent de grote lijnen uit en licht de studiestof nader toe. In werkcolleges diep je onderwerpen verder uit en bespreek je oefeningen en opdrachten. Ook houd je mondelinge presentaties. Bij de meeste colleges zijn de groepen klein; je kunt altijd vragen stellen.

Studiebegeleiding

Een mentor of tutor helpt je samen met een groepje eerstejaarsstudenten op weg in je studie. In de mentorgroep oefen je academische vaardigheden: van correcte literatuurverwijzingen tot het schrijven van een wetenschappelijk betoog.

De studiecoördinator van de opleiding helpt je met zaken als keuzemogelijkheden, studieproblemen, studievertraging en studiestaking.

Ook buiten je studie kun je terecht voor ondersteuning, bijvoorbeeld bij de studentendecaan of – psycholoog. Heb je een functiebeperking? Fenestra Disability Centre staat voor je klaar met speciale regelingen, advies en een luisterend oor.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie