Universiteit Leiden

nl en

Notarieel Recht (LL.B.)

Over de opleiding

Notarieel recht is een afwisselend en veelzijdig vakgebied. Een notaris is dienstverlenend en bedenkt creatieve oplossingen binnen de grenzen van het recht.

Een belangrijke rol is weggelegd voor de notaris bij het samenwonen, de koop van een woning, het oprichten van een onderneming en het opstellen van een testament. De notaris staat dan ook midden in de samenleving.

Opbouw van de bacheloropleiding

In het eerste jaar, de propedeuse, heb je ongeveer 12 uren onderwijs per week. Daarnaast moet je veel tijd besteden aan zelfstudie, zodat je wekelijks gemiddeld 40 uur met je studie bezig bent. Het eerste jaar is een algemeen jaar met vakken als Strafrecht, Burgerlijk Recht en Europees Recht. Verder train je juridische vaardigheden: argumentatie, het opbouwen van een betoog en tekstanalyse. In het eerste jaar wordt ook een taaltoets onder alle studenten afgenomen. Met deze toets weet je of je het juiste niveau hebt om de studie goed te doorlopen. Je taalvaardigheid is belangrijk voor je latere succes in de rechtenstudie en in een juridische loopbaan. Denk daarbij aan spelling, zinsbouw en algemene woordenschat. Het eerste jaar is een algemeen jaar waarin je dezelfde vakken volgt als studenten Rechtsgeleerdheid en Fiscaal recht.

In het tweede jaar ga je echt aan de gang met je specialisatie. De bacheloropleiding biedt dan naast algemene vakken enkele onderdelen speciaal voor Notarieel rrecht. Je volgt vakken zoals personen-en familierecht, onderneming en recht en verbintenissenrecht. Je maakt de eerste keuzes in je juridische specialisatie en je werkt aan een academische houding bij het bestuderen van juridische vraagstukken.

In het derde jaar ga je met een specialisatie de diepte in. De nadruk ligt dan op de specifieke rechtsterreinen van een notaris, zoals  onroerendgoedrecht, vennootschapsrecht, huwelijksvermogensrecht en erfrecht. Daarnaast is een belangrijk onderdeel de oefenrechtbank Moot Court, waarin je je juridische vaardigheden traint. Het derde jaar sluit je af met een scriptie. Zo pas je de opgedane kennis meteen toe. Met de bachelorscriptie bewijs je dat je een academicus bent.

Met een bachelordiploma van Notarieel Recht voldoe je niet aan de eisen voor het civiel effect. Civiel effect is nodig om toegang te krijgen tot de zogeheten toga-beroepen (advocatuur, rechterlijke macht, officier van justitie, etc.). Door het behalen van een paar extra bachelorvakken kan je alsnog voldoen aan de vereisten van het civiel effect. In de praktijk blijkt dat bijna alle studenten deze extra vakken in hun tweede of derde jaar volgen en dat dit goed haalbaar is. Je krijgt de vermelding van het civiel effect pas na afronding van de bachelor én de master Notarieel Recht op je masterdiploma.

Wil je precies weten hoe het bachelorprogramma is opgebouwd en welke colleges je volgt? Bekijk dan het studieprogramma in de Studiegids.

Lenina Broers

Hoe ervaart Lenina Broers de studie Notarieel Recht?

Lenina Broers

"In het eerste jaar loop je redelijk gelijk op met de studie Rechtsgeleerdheid, maar volgend jaar gaan we onder andere aan de slag met huwelijksrecht, verbintenisrecht en erfrecht; stuk voor stuk interessante onderwerpen waar ik veel zin in heb. Ik ben van plan om echt een allround juriste te worden."

Annelies van der Sluis

Hoe ervaart Annelies van der Sluis het lopen van een stage naast de studie Notarieel Recht?

Annelies van der Sluis

"Sinds kort werk ik drie dagen in de week als werkstudent bij Stibbe, een van de grotere advocaten- en notarissenkantoren van Nederland. Tijdens een ‘speeddate’-sessie met verschillende kantoren, georganiseerd door de BNSL, kwam ik in contact met Stibbe, waar ik nu voor vier maanden werk. Ik zoek allerlei zaken uit en houd me bezig met het voorbereiden van aktes. Erg leuk om als student al met de praktijk bezig te kunnen zijn! Sommige regels en wetten die ik voorheen alleen kende uit mijn studieboeken en die eerst abstract leken, worden nu concreet en begin ik door mijn stage pas echt goed te begrijpen."

In de bacheloropleiding heb je vanaf het eerste jaar te maken met verschillende onderwijsvormen:

  • Hoorcolleges, waarin gedreven docenten de leerstof presenteren en die verbinden met de actualiteit en hun eigen onderzoek. Van jou wordt verwacht dat je deze colleges voorbereidt door de opgegeven literatuur te bestuderen.
  • Werkgroepen, waarin kleine groepen – ongeveer vijfentwintig studenten – onder leiding van een docent dieper ingaan op de stof van het hoorcollege. In de werkgroepen lever je een actieve bijdrage door vragen te stellen, te discussiëren, en een presentatie te geven.
  • Vaardigheidstrainingen bij Moot Court. Je verdiept je in een complex juridisch probleem en je brengt zowel mondeling als schriftelijk je partijstandpunt voor het voetlicht.
  • Scriptie. Voor je scriptie voer je zelfstandig een onderzoek uit en verwoord dit in een wetenschappelijk betoog.

Elk vak wordt met een tentamen afgesloten. In het eerste jaar bestaan de tentamens grotendeels uit meerkeuzevragen, daarna worden dat meer open vragen of het schrijven van een essay. Des te verder je in je studie komt, des te belangrijker wordt het beredeneren. Ook komt het voor dat je voor een bepaald vak wordt beoordeeld op basis van werkstukken (papers) en presentaties (referaten).

In het eerste jaar, de propedeuse, krijg je intensieve begeleiding. Bij de start van het eerste jaar word je (als voltijd-student) ingedeeld in een werkgroep met een docent- en een studenttutor, Leiden Law Practices. In deze tutorgroep volg je het hele eerste jaar werkgroepen en legt de basis voor je studie aan de rechtenfaculteit. De studieadviseur van jouw opleiding is de deskundige op het gebied van je studie en eventuele problemen, zoals studievertraging, planning, examenregelingen, etc.

Meer over begeleiding en advies.

Een jaar telt 60 studiepunten, de hele bacheloropleiding dus 180 punten. Aan het eind van het eerste studiejaar moet je ten minste 45 van het eerste studiejaar hebben gehaald en aan de aanvullende eis hebben voldaan indien je opleiding die heeft vastgelegd in de Onderwijs- en Examenregeling. Voldoe je hier niet aan, dan mag je deze studie aan de Universiteit Leiden niet voortzetten. Voor deeltijdstudenten geldt een norm van tenminste 30 studiepunten in het eerste jaar. Mocht je niet aan het bindend studieadvies (BSA) kunnen voldoen, dan ga je samen met je studieadviseur zoeken naar een geschikt alternatief. Natuurlijk houden we rekening met bijzondere omstandigheden zoals ziekte en andere persoonlijke factoren. Door deze goede begeleiding komt een negatief studieadvies trouwens vrijwel nooit als een verrassing.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie.