Universiteit Leiden

nl en

Leidse Honours studenten organiseren jeugdzorgsymposium

Vrijdag 19 september vond een symposium plaats over de decentralisatie in de Jeugdzorg. Het symposium was een welkom voor de nieuwe Thorbecke-hoogleraar Job Cohen en diende tegelijkertijd als afscheid voor zijn voorganger Hans Engels.

Verschillende deskundigen gaven hem ‘food for thought’ voor zijn onderzoek. Het symposium werd georganiseerd door studenten van het Honours College Law, die zelf ook een bijdrage hadden voorbereid.  

Een van de meest dynamische en actuele dossiers waarin de taakverdeling tussen Rijk en decentrale overheden een belangrijke rol speelt, is de komende decentralisatie van de jeugdzorg. Risico’s en kansen, theorie en praktijk werden tijdens het symposium besproken. Bovenal werd duidelijk dat de decentralisatie veel vragen oproept.  Deze vragen werden voor een bomvolle zaal studenten en genodigden meegegeven aan Job Cohen.

Opzet

“Er is meer wetenschappelijk onderzoek nodig. Wetenschappelijk onderzoek naar de organisatie van gemeentelijke verhoudingen en instituties, maar ook naar de inhoud van de betrokken overheidstaak, namelijk de zorg voor de jeugd.” Met deze boodschap besloot Honours college student Heleen van Amerongen haar betoog, waarin zij de jeugdzorg in Nederland en Denemarken vergeleek.  Om een aanzet te geven tot verder wetenschappelijk onderzoek naar een verantwoorde decentralisatie in de jeugdzorg, kwamen sprekers met verschillende achtergronden aan het woord.

Verschillende invalshoeken

Na de opening door congresvoorzitter en Dean van het Leidse Honours College Willemien den Ouden, was het woord aan Hans Engels. Hans Engels was de ambtsvoorganger van Job Cohen. Hij schetste het constitutionele kader en besprak fundamentele beginselen die van belang zijn bij decentralisatie, zoals lokale autonomie en gemeentelijke draagkracht. André Rouvoet, oud-minister van Jeugd en Gezin en huidig voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland, sprak vervolgens over de ideologie achter de decentralisatieplannen vanuit zijn bestuurlijke ervaring. Hoewel hij nog steeds achter de plannen staat, uitte hij zijn zorgen over de gelijktijdigheid van de verschillende transities, de snelheid waarmee dit alles moet gebeuren en de gelijktijdige bezuinigingen. Dat deze combinatie bij gemeenten tot hoofdpijn leidt, werd duidelijk uit de presentatie van Sandra van Heukelom. Als advocaat-partner bij de landsadvocaat adviseert zij veel gemeenten bij de vormgeving van hun jeugdzorgproces.  Zij deed de oproep om de vele en complexe regelgeving te blijven toetsen aan de gemeentelijke praktijk. Vanuit de praktijk van de jeugdgezondheidszorginstellingen sprak Robert Vermeiren, hoogleraar kinder- en Jeugdpsychiatrie aan het LUMC. Hij signaleerde binnen deze instellingen grote chaos en deed  Job Cohen dan ook het dringende verzoek onderzoek te doen in verbinding met de praktijk. Hij benadrukte ten slotte de rol van ouders binnen het decentralisatieproces en uitte zijn zorgen over de gevolgen voor de privacy van ouders en kinderen. Het belang van het kind werd centraal gezet door Mariëlle Bruning, hoogleraar Jeugdrecht aan Universiteit Leiden. Vanuit het kinderrechtenperspectief zag zij niet alleen risico’s bij de nieuwe Jeugdwet. Ook wees zij op kansen, zoals de gerichtheid op passende ondersteuning thuis en het recht voor het kind om gehoord te worden.

"Food for thought"

De sprekers hebben vanuit hun verschillende invalshoeken veel aandachtspunten en onderzoeksvragen meegegeven. Job Cohen sloot het symposium af met een reactie. Hij zag de problemen op korte termijn, maar wees ook op het gunstige perspectief op de lange termijn. Hij sprak zijn waardering uit voor de inbreng van zovele disciplines en de betrokkenheid van de studenten. Zo wil hij ook zijn leerstoel invullen: met oog voor verschillende disciplines en vanuit het perspectief van de student.