Universiteit Leiden

nl en
Dossier

Waarom dierproeven?

We doen alleen dierproeven als dat echt nodig is en we de onderzoeksvraag niet op een andere manier kunnen beantwoorden. Hier lees je hoe wij dit afwegen en verantwoorden.

Het liefst zouden we helemaal geen dierproeven doen. Helaas zijn sommige belangrijke onderzoeksvragen alleen te beantwoorden door gebruik te maken van proefdieren. Zo geven dieren essentiĆ«le informatie over de werking, de dosering en de veiligheid van medicijnen. Op die manier kan een medicijn in een later stadium veilig gebruikt worden in mensen.

Daarnaast verzamelen onze wetenschappers veel fundamentele kennis met dierproeven, bijvoorbeeld over de werking en ontwikkeling van het lichaam en de ontwikkeling van ziekten. Dit type onderzoek is vanwege ethische of praktische redenen niet uitvoerbaar in mensen. Denk bijvoorbeeld aan onderzoek naar ziektes die zich in mensen over tientallen jaren ontwikkelen. Zonder gebruik van proefdieren zou dit soort onderzoek veel te lang duren.

Grote verantwoordelijkheid

Een dierproef doe je niet zomaar: je werkt met wezens met gevoel. Als wetenschappers hebben we een grote verantwoordelijkheid om zorgvuldig om te gaan met dieren. De volgende afwegingen gaan aan een dierproef vooraf:

  • We doen alleen onderzoek in proefdieren als we de onderzoeksvraag niet op een andere manier kunnen beantwoorden (dus zonder het gebruik van proefdieren).
  • We wegen altijd vooraf af of het belang van het onderzoek het ongerief aan de dieren kan verantwoorden. Weegt het nut van de proef op tegen het verwachte ongerief voor het dier? Deze ethische afweging doen we niet alleen zelf, ook de onafhankelijke dierexperimentencommissie doet deze afweging. Deze commissie toest elk voorgenomen onderzoek. 
  • We willen alleen dierproeven uitvoeren als er zoveel mogelijk rekening is gehouden met de zogenoemde 3 V's van de proefdierkunde: vervanging, vermindering en verfijning. Lees hier verder over de 3 V's en alternatieven voor dierproeven.

Elk project met dierproeven moet natuurlijk voldoen aan de wettelijke regels, voorzien zijn van een vergunning door de Centrale Commissie Dierproeven (CCD). De CCD geeft alleen een vergunning na een positief advies van een onafhankelijke dierexperimentencommissie (DEC). De Universiteit Leiden gebruikt hiervoor vaak de DEC Leiden.

Onze Instantie voor Dierenwelzijn (IvD Leiden) speelt hierin een belangrijke rol: de IvD Leiden adviseert wetenschappers over de opzet van hun onderzoek met proefdieren, over de toepassing van de 3 V's en over dierenwelzijn. De IvD is formeel adviseur van de DEC Leiden en controleert en rapporteert over proefdieren en dierproeven.

Het College van Bestuur van de Universiteit Leiden heeft de Transparantieovereenkomst Dierproeven van de Stichting Informatie Dierproeven ondertekend. Lees hier meer over deze overeenkomst.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.