Universiteit Leiden

nl en

International Business Law (LL.B.)

Over de opleiding

De afstudeerrichting International Business Law (IBL) is onderdeel van de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid. IBL heeft een belangrijke oriëntatie op internationale ontwikkelingen binnen diverse rechtsgebieden en op economisch vlak. Het biedt een unieke combinatie van internationaal recht, economie en ondernemingsrecht.

Opbouw van de bacheloropleiding

Het eerste jaar volg je de vakken van Rechtsgeleerdheid en het Oriëntatievak International Business Law. In het eerste jaar, de propedeuse, heb je ongeveer 12 uren onderwijs per week. Daarnaast moet je veel tijd besteden aan zelfstudie, zodat je wekelijks gemiddeld 40 uur met je studie bezig bent.

Het eerste jaar is een algemeen jaar met vakken als Strafrecht, Burgerlijk Recht en Europees Recht. Verder train je juridische vaardigheden, voorbeelden hiervan zijn argumentatie, het opbouwen van een betoog en tekstanalyse. 

In het eerste jaar wordt ook een juridische taaltoets afgenomen onder alle eerstejaars studenten. Met deze taaltoets weet je of je het juiste niveau hebt om de studie goed te doorlopen. Je taalvaardigheid is belangrijk voor je latere succes in de rechtenstudie en in een juridische loopbaan. Denk daarbij aan spelling, zinsbouw en algemene woordenschat. Daarnaast wordt in het kader van het International Business Law oriëntatievak je Engelse taalvaardigheid getoetst.

In het tweede jaar volg je onder meer de vakken Business Accounting, Corporate Social Responsibility en Principles of Economics. Een belangrijk onderdeel is de oefenrechtbank Moot Court IBL waarin je juridische schrijf- en spreekvaardigheden traint. De faculteit beschikt over een echte oefenrechtbank, waarin je in toga kan oefenen met pleiten. Eveneens volg je vakken uit het algemene Nederlandstalige Rechtenprogramma, zoals Onderneming en Recht en Verbintenissenrecht.

In het derde jaar verdiep je je met de afstudeerrichting IBL nog verder in de voor de IBL student relevante onderwerpen. Je volgt de vakken Competition Law, EU Internal Market Law, International Commercial Law, International Dispute Resolution, International Insolvency Law en Financial Law. Ter afsluiting van je bachelor schrijf je een IBL-bachelorscriptie.

Met een bachelordiploma van de afstudeerrichting International Business Law voldoe je niet aan de eisen voor het civiel effect. Civiel effect is nodig om toegang te krijgen tot de zogeheten toga-beroepen (advocatuur, rechterlijke macht, officier van justitie, etc.). Door het behalen van een paar extra bachelorvakken kan je alsnog voldoen aan de vereisten van het civiel effect. In de praktijk blijkt dat bijna alle studenten deze extra vakken in hun tweede of derde jaar volgen en dat dit goed haalbaar is. Je krijgt de vermelding van het civiel effect pas na afronding van de bachelor én de master Rechtsgeleerdheid op je masterdiploma.

Wil je precies weten hoe het bachelorprogramma is opgebouwd en welke colleges je volgt?
Bekijk dan het volledige studieprogramma in de e-Studiegids IBL.

Welke studenten passen volgens Iris Wuisman goed bij International Business Law?

Hoogleraar Ondernemingsrecht

Welke studenten passen volgens Iris Wuisman goed bij International Business Law?

"International Business Law is een afstudeerrichting voor enthousiaste en ambitieuze studenten met een internationale drive. De juridische kant van internationaal ondernemen staat centraal, aangevuld met (bedrijfs)economische elementen."

"In mijn colleges neem ik studenten mee in het internationaliseringsproces van bedrijven. Wat betekent ondernemen over de grens heen? Gedurende de gehele IBL-opleiding is er specifiek aandacht voor vaardigheden, zoals schrijven, presenteren en in teams werken. Ook delen diverse vooraanstaande sprekers uit het bedrijfsleven en de juridische praktijk hun ervaringen tijdens de colleges, waardoor theorie en praktijk dichter bij elkaar komen."

In de bacheloropleiding heb je vanaf het eerste jaar te maken met verschillende onderwijsvormen:

  • Hoorcolleges, waarin gedreven docenten de leerstof presenteren en die verbinden met de actualiteit en hun eigen onderzoek. Van jou wordt verwacht dat je deze colleges voorbereidt door de opgegeven literatuur te bestuderen.
  • Werkgroepen, waarin kleine groepen – ongeveer vijfentwintig studenten – onder leiding van een docent dieper ingaan op de stof van het hoorcollege. In de werkgroepen lever je een actieve bijdrage door vragen te stellen, te discussiëren, en een presentatie te geven.
  • Vaardigheidstrainingen bij Moot Court. Je verdiept je in een complex juridisch probleem en je brengt zowel mondeling als schriftelijk je partijstandpunt voor het voetlicht.
  • Scriptie. Voor je scriptie voer je zelfstandig een onderzoek uit en verwoord dit in een wetenschappelijk betoog.

Elk vak wordt met een tentamen afgesloten. In het eerste jaar bestaan de tentamens grotendeels uit meerkeuzevragen, daarna worden dat meer open vragen of het schrijven van een essay. Des te verder je in je studie komt, des te belangrijker wordt het beredeneren. Ook komt het voor dat je voor een bepaald vak wordt beoordeeld op basis van werkstukken (papers) en presentaties (referaten).

In het eerste jaar, de propedeuse, krijg je intensieve begeleiding. Bij de start van het eerste jaar word je (als voltijd-student) ingedeeld in een werkgroep met een docent- en een studenttutor, Leiden Law Practices. In deze tutorgroep volg je het hele eerste jaar werkgroepen en legt de basis voor je studie aan de rechtenfaculteit. De studieadviseur van jouw opleiding is de deskundige op het gebied van je studie en eventuele problemen, zoals studievertraging, planning, examenregelingen, etc.

Meer over begeleiding en advies.

Een jaar telt 60 studiepunten, de hele bacheloropleiding dus 180 punten. Aan het eind van het eerste studiejaar moet je ten minste 45 van het eerste studiejaar hebben gehaald en aan de aanvullende eis hebben voldaan indien je opleiding die heeft vastgelegd in de Onderwijs- en Examenregeling. Voldoe je hier niet aan, dan mag je deze studie aan de Universiteit Leiden niet voortzetten. Voor deeltijdstudenten geldt een norm van tenminste 30 studiepunten in het eerste jaar. Mocht je niet aan het bindend studieadvies (BSA) kunnen voldoen, dan ga je samen met je studieadviseur zoeken naar een geschikt alternatief. Natuurlijk houden we rekening met bijzondere omstandigheden zoals ziekte en andere persoonlijke factoren. Door deze goede begeleiding komt een negatief studieadvies trouwens vrijwel nooit als een verrassing.

Wij maken gebruik van cookies. Lees de voorwaarden