Universiteit Leiden

nl en

Onderzoeksrapport over voorlopige hechtenis van jeugdigen gepubliceerd

Op maandag 27 november 2017 is het rapport ‘Voorlopige hechtenis van jeugdigen in uitvoering’ verschenen. Het rapport is opgesteld door onderzoekers van de afdelingen Jeugdrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, hebben mr. drs. Yannick van den Brink, dr. Hilde Wermink, mr. Apollonia Bolscher, mr. Céril van Leeuwen, prof. mr. drs. Mariëlle Bruning en prof. mr. Ton Liefaard onderzoek verricht naar de voorlopige hechtenispraktijk van jeugdigen. Dit heeft geresulteerd in het rapport ‘Voorlopige hechtenis van jeugdigen in uitvoering’.

Exploratief kwantitatief onderzoek

In het rapport worden de bevindingen gepresenteerd van een exploratief kwantitatief onderzoek naar de voorlopige hechtenispraktijk in jeugdstrafzaken en de kenmerken van de betrokken jeugdige verdachten. Door middel van een dossierstudie is in kaart gebracht wat de kenmerken zijn van jeugdigen die worden voorgeleid aan de rechter-commissaris en hoe deze kenmerken zich verhouden tot de rechterlijke besluitvorming over de voorlopige hechtenis.

Populatiekenmerken en rechterlijke beslissingen

Het onderzoek geeft nieuwe inzichten in de kenmerken die verband houden met de beslissingen van de rechter-commissaris en raadkamer over de schorsing van de voorlopige hechtenis. Is het bijvoorbeeld zo dat bepaalde jeugdigen minder kans hebben op een schorsing dan andere jeugdigen? Ook laat het onderzoek zien hoe beslissingen over de voorlopige hechtenis van jeugdige verdachten zich verhouden tot de uiteindelijke afdoening van jeugdstrafzaken en in hoeverre van de voorlopige hechtenis een ‘prejudiciërende werking’ uitgaat.

Passende alternatieven voor voorlopige hechtenis van jeugdigen

De bevindingen van het onderzoek kunnen worden gebruikt om beter invulling te geven aan de verplichtingen die voortvloeien uit het Nederlandse en internationale recht ten aanzien van jeugdigen in voorlopige hechtenis. Ook wordt een belangrijke basis gelegd voor specifieke beleidskeuzes die zijn gericht op de ontwikkeling van passende alternatieven voor de voorlopige hechtenis van jeugdige verdachten in justitiële jeugdinrichtingen.

Promotieonderzoek

De uitvoering van bovenstaand onderzoek liep parallel aan de eindfase van het promotieonderzoek van Van den Brink, dat eveneens handelt over de voorlopige hechtenis in jeugdstrafzaken. In dat onderzoek wordt de voorlopige hechtenispraktijk van jeugdigen door middel van kwalitatieve onderzoeksmethoden in beeld gebracht en geanalyseerd in het licht van internationale en Europese kinder- en mensenrechten. Van den Brink verdedigt zijn proefschrift op 25 januari 2018.