Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

De schaal van Oegstgeest: Een tweede Dorestad?

Onlangs werd bekend dat archeologen van de Universiteit Leiden bij opgravingen in Oegstgeest een zeer zeldzame zilveren schaal uit de eerste helft van de zevende eeuw hebben gevonden. Leidse historicus Hans Mol werpt een blik op deze vondst vanuit historisch perspectief. "Belangrijk is in de eerste plaats de context waarin de schaal gevonden is."

Onlangs werd bekend dat archeologen van de Universiteit Leiden bij opgravingen in Oegstgeest een zeer zeldzame zilveren schaal uit de eerste helft van de zevende eeuw hebben gevonden. Leidse historicus Hans Mol werpt een blik op deze vondst vanuit historisch perspectief. "Belangrijk is in de eerste plaats de context waarin de schaal gevonden is."

Grote handelsnederzettingen

Volgens Mol hebben we zo op het eerste gezicht te maken met een vrij omvangrijke nederzetting die zich met zowel agrarische als op handel gerichte activiteiten bezighield. Het deel van Oegstgeest waar de schaal gevonden is, grensde met de zuidkant aan de Rijnbedding en was door kreken met de Rijn verbonden. Deze rivier had in de zevende en achtste eeuw nog steeds haar hoofdmonding in de Noordzee tussen Katwijk en Valkenburg. "Alles wat vanuit Duitsland stroomafwaarts ging richting Engeland, kwam hierlangs," verklaart Mol.

Tot nu toe waren er nog weinig aanwijzingen voor grote handelsnederzettingen bij de Rijnmond. "Het mooie van de opgraving is dat die aanwijzingen nu in de vorm van kaden en beschoeiingen naar boven zijn gekomen. En dat is misschien nog een grotere winst dan de schaal zelf," aldus Mol. "Ik heb in de globale berichtgeving van de archeologen nog niets gelezen over een 'tweede Dorestad', maar het doet me er wel aan denken."

Het lijkt er op alsof we nu met 'Oegstgeest-Rijnmond' een derde machts- en handelszwaartepunt langs de benedenstroom van de Rijn hebben naast Dorestad en Utrecht, die ook in de eerste helft van de zevende eeuw tot ontplooing kwamen.

Raadselachtig

"De prangende vraag is natuurlijk wie de eigenaar van deze prachtige schaal was," zegt Mol. Hij vraagt zich af of de laatste bezitter een handelaar of vervoerder was - die een vorst of aristocraat elders als opdrachtgever had - of juist een aristocraat ter plaatse, die dan toch een bepaalde macht moet hebben bezeten?

Jasper de Bruin, archeoloog aan de Universiteit Leiden, denkt aan dat laatste. "Maar," merkt Mol op, "het feit dat op het hele opgravingsterrein vooralsnog alleen 'gewone' boerderijen zijn gevonden, doet vermoeden dat dit niet het geval was. Tenzij we dan maar met Jasper de hypothese moeten omdraaien en gaan veronderstellen dat elite toen (nog) niet in elite-behuizigingen woonde?"

De vondst blijft toch ook raadselachtig en onverklaarbaar. Internationaal gezien is het uiteraard een product van groot ambachtelijk vakmanschap, waarschijnlijk geproduceerd in verschillende fasen. Daarnaast zegt de vondst ook iets over de vindplaats, Oegstgeest. Het is immers een aanwijzing dat de Rijnmond als handels- en bewoningscentrum belangrijker was en een hogere graad van welvaart had bereikt dan tot dusver werd gedacht.