Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Onderzoeksthema

Bewijs - waarheidsvinding

De Leidse faculteit heeft een levendige traditie op het terrein van strafrechtelijke waarheidsvinding en bewijs.

Contact Marieke Dubelaar

Sedert decennia wordt gewerkt aan strafrechtelijk bewijsrecht en bewijzen (Melai, Nijboer en Borst) en is er ruim baan voor criminalistiek, de forensische psychiatrie en de verwante forensische criminologie. Mede als gevolg van rechterlijke dwalingen die  de afgelopen tien jaar in het licht zijn gekomen, is het thema waarheidsvinding ook maatschappelijk sterk in de belangstelling komen te staan. Met name de wijze waarop het onderzoek naar de feiten en de vaststelling daarvan in het strafproces wordt vormgegeven, is zowel binnen als buiten het strafrecht onderwerp van discussie.

Dit deelproject heeft tot doel het identificeren en beantwoorden van fundamentele vragen met betrekking tot de aard en omvang van de strafrechtelijke waarheidsvinding en de validiteit van de daaraan gerelateerde onderzoeksmethoden. Daarbij worden juridische, sociaal wetenschappelijke en technische inzichten met elkaar verweven.

In dit verband liggen de volgende concrete vragen voor.

  • Wat is waarheidsvinding en wat behelst de verplichting om te zoeken naar de waarheid?
  • Zijn de taken en bevoegdheden met het oog daarop effectief en voldoende verantwoord met het op de rechtstatelijke aspecten van inbreuken op vrijheidsrechten van de burger en diens privacy?
  • Hoe wordt de waarheidsvindende taak gepercipieerd en vormgegeven door de actoren in het strafproces, en hoe verhoudt dat zich tot opvattingen over waarheidsvinding in (rechts)politiek en samenleving?
  • Welke ketenfactoren zijn van invloed het proces van waarheidsvinding en de perceptie daarvan? Welke psychologische factoren zijn van invloed het proces van waarheidsvinding en de perceptie daarvan?

De focus in dit onderzoeksproject ligt op alle ketenpartners, die zijn betrokken in de waarheidsvinding, wetgever, politie, openbaar ministerie, deskundigen en rechter. De fundamentele vragen rondom strafrechtelijke waarheidsvinding nopen tot een interdisciplinair georiënteerde benadering waarbij perspectieven vanuit de epistemologie, de rechtspsychologie, de neuropsychiatrie en de retorica/taalwetenschap worden meegenomen. De sterke verbinding van strafrechtelijke waarheidsvinding met de aard van het stelsel van strafvordering (inquisitoir – accusatoir, common law – civil law) noodzaakt tot het verrichten van rechtsvergelijking en tot het meenemen van internationale ontwikkelingen op dit gebied.

In dit deelproject participeren onderzoekers vanuit verschillende disciplines. De onderzoekers binnen dit project zijn ook actief in de praktijk. Zij geven onderwijs over bewijs voor ZM, OM en advocatuur en participeren in diverse leergangen gericht op gerechtelijk deskundigen. Daarnaast maken onderzoekers deel uit van commissies en adviesraden waar hun kennis in een breder maatschappelijk verband wordt benut (NRGD, CEAS/ACAS).

Lopende onderzoeksprojecten

  • Toezeggingen aan getuigen in Nederland en daarbuiten. Een rechtsvergelijkende studie naar de juridische regelingen en operationele praktijk inzake de inzet van toezeggingen aan getuigen ten behoeve van opsporing en vervolging van strafbare feiten.

Dit onderzoek wordt verricht in opdracht van het WODC. Zie voor meer informatie: https://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/2725-inzet-van-criminele-burgerinfiltranten.aspx.

Kernpublicaties

  • J.W. de Keijser, M. Malsch, E.T. Luining, M. Weulen Kranenbarg & D.J.H.M. Lenssen, Differential reporting of mixed DNA profiles and its impact on jurists’ evaluation of evidence: An international analysis’, Forensic science International: Genetics 23: 71-81.
  • C.P.M. Cleiren & M.J. Dubelaar, ‘De betekenis van het scenario-denken voor het bewijs op grondslag van de tenlastelegging en de rechterlijke onderzoeksplicht’, Strafblad 2014, 445-446.
  • M.J. Dubelaar, Betrouwbaar getuigenbewijs: totstandkoming en waardering van strafrechtelijke getuigenverklaringen in perspectief (proefschrift), Deventer: Kluwer 2014.
  • J.W. de Keijser, E.G.M. de Lange & J.A. van Wilsem Wrongful convictions and the Blackstone ratio: An empirical analysis of public attitudes, Punishment & Society, 2014, 16: 32-49.
  • J.W. de Keijser, M. Malsch., M. Kranendonk & M. Gruijter, Written records of police interrogation: Diff erential registration as determinant of statement credibility and interrogation quality, Psychology, Crime & Law 2012, 613-629.
  • J.W. de Keijser & H. Elffers, Understanding of forensic expert reports by judges, defense lawyers and forensic professionals, Psychology, Crime & Law 18(2) 2012, p. 191-207.
  • C.P.M. Cleiren, ‘De rechterlijke overtuiging. Een sprong met hindernissen’, Rechtsgeleerd Magazijn Themis 2010 5/6: p. 259-267.
  • C.E.H. Berger & D. Aben, Bewijs en overtuiging. Drieluik:
    • Rationeel redeneren sinds Aristoteles, Expertise en Recht 2010(2): 52-56.
    • Redeneren in de rechtszaal, Expertise en Recht 2010(3): 86-90.
    • Een helder zicht op valkuilen, Expertise en Recht 2010(5/6): 159-165.
  • M.J. Dubelaar, ‘Betrouwbaarheid versus rechtmatigheid in strafzaken’, Rechtsgeleerd Magazijn Themis 2009, p. 101-113.
  • H.J.R. Kaptein, H. Prakken & B. Verheij ed., Legal Evidence and Proof: Statistics, Stories, Logic, Ashgate Publishing Limited 2009.
  • H.J.R. Kaptein, Strijd om strafrechtelijke waarheid: inbreng van buiten blijft nog wel even belangrijk, Expertise en Recht 2009, p. 53-61.
  • J.H. Crijns, P.P.J. van der Meij, J.M. ten Voorde (red), De waarde van waarheid, Opstellen over waarheid en waarheidsvinding in het strafrecht’ , Den Haag: boom Juridische Uitgevers 2008.