Universiteit Leiden

nl en

Taalwetenschap (BA)

Over de opleiding

In de opleiding Taalwetenschap verdiep je je in alle aspecten van taal. Je onderzoekt de regels en structuur, bestudeert hoe we taal gebruiken en bekijkt hoe taal zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld. In deze bachelor leer je veel vaardigheden die zowel in het academische als in het dagelijkse leven waardevol zijn, zoals werken in een team, creatief denken en informatie kritisch beoordelen.

Opbouw van de bacheloropleiding

In het eerste jaar kom je met uiteenlopende aspecten van taal in aanraking en ontwikkel je een stevige basis waaraan je in het vervolg van je opleiding verder kunt bouwen. Je maakt kennis met afzonderlijke benaderingen van taal en menselijke communicatie. Tegelijk leer je ook dwarsverbanden leggen. Je houdt je bezig met vragen als: hoe zijn zinnen opgebouwd, wat gebeurt er in je hersenen als je praat en hoe hebben talen zich door de tijd heen ontwikkeld. Ook oefen je de vaardigheden die je nodig hebt als taalwetenschapper, bijvoorbeeld op het gebied van onderzoek. In het tweede semester kies je vakken die je voorbereiden op de keuze voor een afstudeerrichting. Vakken waaruit je kunt kiezen, zijn onder andere Word and Meaning, Experimental Phonetics, Argumenteren en overtuigen en Gothic.

In het tweede jaar kies je één van vier afstudeerrichtingen: Descriptive Linguistics, Language and Cognition, Comparative Indo-European Linguistics (alle drie in het Engels) of Taal en Communicatie (in het Nederlands). Je ontwikkelt je onderzoeksvaardigheden, zoals schrijven, presenteren en een onderzoek opzetten. Naast de verplichte vakken van je afstudeerrichting volg je ook taalkundige keuzevakken. Je kunt kiezen uit verschillende vakken, bijvoorbeeld over tweedetaalverwerving, kritisch denken, Oudnoords en gebarentaal.

In je derde jaar heb je een keuzeruimte van een half jaar. Je kunt hier kiezen voor een stage, een minor, een pakket van keuzevakken van een andere opleiding of een verblijf in het buitenland. Daarnaast volg je ook vakken die verbonden zijn met je afstudeerrichting. In dit afsluitende jaar schrijf je bovendien je eindwerkstuk. Het onderwerp bepaal je samen met je docent. In het werkstuk laat je zien dat je een academicus bent: je kunt gericht informatie zoeken, deze kritisch analyseren en op heldere wijze verslag doen.

Je vindt meer over de keuzeruimte op deze pagina, onder "Hoe vul jij je keuzeruimte in"?

Isaac Eaton

Student

Isaac Eaton

"Door de keuzeruimte in de specialisatie Beschrijvende Taalkunde heb ik de kans om ook interessante vakken van andere specialisaties te volgen. Deze opleiding biedt de unieke kans om vakken over zowel Beschrijvende als Vergelijkende Taalkunde te volgen."

Alwin Kloekhorst

Docent

Alwin Kloekhorst

"Wat ik zo boeiend vind aan mijn vakgebied is dat je in wetenschappelijk onderzoek nieuwe ontdekkingen kan doen, terwijl je hele oude taalgegevens gebruikt. We analyseren oude bronnen van talen die dicht bij de Indo-Europese oertaal zitten, zoals het Hittitisch, maar kunnen daarmee de moderne talen beter begrijpen."

"Bovendien ben je vaak de eerste in pakweg 3500 jaar die een bepaalde tekst bestudeert én begrijpt! Bevindingen die ik de week daarvoor nog als onderzoeker heb gedaan, kan ik direct op mijn studenten loslaten. Er valt dus nog een hoop te ontdekken en ik probeer mijn studenten te leren hoe ze die ontdekkingen kunnen doen. Ik hou van de interactie met studenten, zoals tijdens de werkcolleges die ik geef. Het zijn hele actieve bijeenkomsten. Ik leg ze kwesties voor, vraag naar hun mening en laat studenten met elkaar discussiëren."

Onderwijsvormen

Als student Taalwetenschap studeer je in principe 40 uur per week. Een volle werkweek dus. In je eerste jaar besteed je in de collegeweken ongeveer 14 uur aan colleges en werkgroepen. De rest van de studieweek bereid je die zelfstandig voor.

De hoorcolleges zijn voor de grote lijnen. In de werkgroepen ga je in kleine groepjes dieper in op bepaalde onderwerpen. Ook ga je zelf aan de slag met kleine onderzoeken. De resultaten van je onderzoek presenteer je voor je medestudenten tijdens het college en schrijf je op in een werkstuk.

Engels en Nederlands

In het eerste jaar wordt 50% van de vakken in het Nederlands gegeven tegenover 50% in het Engels. Voor internationale studenten zijn echter vanaf het begin alle vakken Engelstalig. In jaar twee en drie krijgt iedereen Engelstalig onderwijs, behalve de studenten die de afstudeerrichting Taal en Communicatie kiezen. Deze wordt in het Nederlands onderwezen.

Studiebegeleiding

De studiecoördinator van de opleiding helpt je met zaken als keuzemogelijkheden, studieproblemen, studievertraging en studiestaking.

Ook buiten je studie kun je terecht voor ondersteuning, bijvoorbeeld bij de studentendecaan of studentenpsycholoog. Heb je een functiebeperking? Fenestra Disability Centre staat voor je klaar met speciale regelingen, advies en een luisterend oor.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie.