Universiteit Leiden

nl en

Anke Klein: 'Vermijding houdt angst in stand'

Het is vakantie, het zonnetje schijnt en de kinderen hebben zin in een uitje. De perfecte dag om naar het zwembad te gaan! Eenmaal bij het zwembad aangekomen stuit je op een probleem: je kind durft niet in het zwembad te springen. Wat nu? Je eerste instinct is misschien om je kind stiekem een duwtje te geven. ‘Niet doen!’, zegt kinderpsycholoog en orthopedagoog Anke Klein. ‘Een kind pushen werkt juist averechts.’

Angststoornissen worden niet altijd herkend bij kinderen. Toch behoren angststoornissen tot de meest voorkomende problemen in de kindertijd. Ongeveer een op de tien kinderen heeft te maken met angsten die een behoorlijke impact kunnen hebben op het leven. In maart 2020 is het KibA-project gestart. Dit programma is erop gericht zoveel mogelijk kinderen met een specifieke angst te helpen. Projectleider Anke Klein vertelt meer over het project. 

‘Angsten kunnen op verschillende manieren ontstaan’, zegt Anke. ‘Vaak zien we dat een kind iets naars heeft meegemaakt. Dit kan bijvoorbeeld een hond zijn die je gebeten heeft. Het is heel logisch dat je daar bang van wordt.’ Wat ook vaak voorkomt, is dat kinderen het gedrag van hun ouders of omgeving spiegelen. ‘Het feit dat anderen zeggen dat iets gevaarlijk is of angstig reageren, kan al genoeg zijn. Een vader of moeder die voor een spin wegrent, stimuleert bij het kind het gevoel dat de spin gevaarlijk is.’ Er is ook nog een genetisch component. ‘Sommige kinderen zijn simpelweg gevoeliger in hun temperament. Zij hebben eerder de neiging om situaties te vermijden dan andere kinderen. Vermijding is een van de grootste factoren die angst in stand houdt.’

Maaike Nauta, Ron Rapee, Anke Klein, Annelieke Hagen, Jeanine Baartmans (achter), Thomas Ollendick, Silvia Schneider, Susan Bögels

De juiste hulp

Helaas worden angsten vaak niet herkend. Dit kan verschillende redenen hebben. Angst is onderdeel van de normale ontwikkeling en op een gegeven moment groeien de meeste kinderen over een angst heen. De grote vraag is: wanneer is dat? ‘Vaak weten ouders of de school niet of een angst bij de ontwikkeling hoort of niet. Dit maakt een angststoornis lastig te herkennen. Het verschil tussen een normale angst en een angststoornis is dat een angststoornis de normale ontwikkeling van het kind juist belemmert. Vaak is die angst er ook langer dan een half jaar.’ Daarnaast uiten kinderen angst vaak op een onverwachte manier. ‘Bij jonge kinderen uit angst zich bijvoorbeeld door lichamelijke problemen, zoals buikpijn of hoofdpijn. Hierbij leggen ouders of de omgeving niet altijd de link met angst.’

Naast de gebrekkige herkenning, vinden ouders het vaak ook lastig om de juiste hulp te vinden voor hun kind. Hierdoor hebben ze soms de neiging om zelf een oplossing te vinden. Anke vindt het vooral belangrijk dat er meer aandacht komt voor vroegsignalering en dat het voor ouders duidelijker wordt waar ze terecht kunnen met hun hulpvraag. ‘Wat we willen voorkomen is dat de omgeving zelf van alles gaat proberen. Een kind dwingen, bijvoorbeeld door het kind in het zwembad te duwen, werkt meestal averechts. Als een kind bang is voor water, helpt het niet om dat kind in het zwembad te duwen. Je kunt best een paar dingen proberen, maar als het echt niet gaat is het beter om hulp te zoeken.’ Hoe kunnen ouders dan wel hun kind het beste helpen? ‘Het allerbelangrijkste is dat ouders de angst van hun kind serieus nemen. Ook is het belangrijk om op tijd actie te ondernemen. ‘Als je je zorgen maakt om je kind, of als je kind zich zorgen maakt en het langer duurt dan een half jaar, trek dan aan de bel!’ 

Het KibA-Project

Het KibA-project maakt gebruik van een behandeling ontwikkeld door twee hoogleraren uit Zweden en Amerika. De zogeheten One-Session Treatment bestaat uit een behandeling van slechts drie uur. Voorafgaand aan de sessie wordt een diagnose gesteld. Daarna volgt er een sessie waarbij een cognitieve analyse wordt gedaan. Annelieke Hagen, een van de teamleden van het KibA-project, is speciaal naar Amerika gegaan om de training te volgen. Zij heeft het belang van de cognitieve analyse ondervonden. Anke: ‘Laatst behandelde Annelieke een kind met een injectiefobie. Vaak wordt de oorzaak hiervan geassocieerd met bloed of flauwvallen, maar dit meisje was bang dat haar aderen zouden scheuren door de prik. Dit is waarom cognitieve analyse zo belangrijk is. Het is belangrijk om vast te stellen wat de oorzaak van een angst is, omdat je de behandeling hierop afstemt.’

Ze vervolgt: ‘Met behulp van de One-Session Treatment helpen we het kind op de juiste weg om van een angst af te komen. Als je net hebt leren autorijden en je stopt hier vervolgens mee, dan verleer je het weer en val je terug in je oude patroon. Oefenen is daarom een belangrijk onderdeel van het proces en de kern van ons project: hoe kan je kinderen na de behandeling zo goed mogelijk ondersteunen aan de hand van oefeningen? Vaak zien we toch dat door de hectiek van het leven kinderen weer een terugval krijgen. Dat is waarom we het KibA oefenprogramma hebben ontwikkeld!’

Hoe stimuleer je kinderen om te blijven oefenen? ‘Nu krijgen kinderen na een behandeling instructies van de therapeut mee om zelf verder te oefenen. Met ons project willen we onderzoeken of het ook anders kan. We hebben in samenwerking met IT-partner Trifork een app ontwikkeld waarmee het kind thuis verder kan oefenen. Die oefeningen zijn door het kind zelf, in overleg met de therapeut bedacht. Vaak heeft een kind veel enthousiaste ideeën. Dat is erg fijn! Met ons project onderzoeken we welke methode het meest effectief is. De helft van de kinderen krijgt het standaard programma, de andere helft krijgt de app. Zo kunnen we vergelijken wat de effecten van beide methodes zijn!’

In januari is het KibA-project van start gegaan. Het project zal de komende drie jaar lopen. Kinderen tussen de 7 en 14 jaar kunnen terecht op vijf locaties in Nederland (Kenniscentrum Angst en Stress bij Jeugd in Leiden, UvA minds in Amsterdam, Psychologenpraktijk Kuin in Haarlem, Sieverding Psychologie in Heemstede en Accare in Groningen) voor diagnostiek en behandeling. Deze instellingen doen samen met een groot internationaal team onderzoek naar kinderen met specifieke fobieën en hoe zij het beste geholpen kunnen worden. 
Meer informatie over het programma is te vinden op de projectpagina: www.angstbijkinderen.nl. Interesse of ken je iemand die mee wil doen? Neem contact op met het team of neem een kijkje op de website! Het team in dagelijks telefonisch of per mail bereikbaar.
Telefoonnummer: 071 527 6673 
E-Mail: kiba@fsw.leidenuniv.nl

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.