Universiteit Leiden

nl en

Doe effe normaal, man! Wat mag wel en wat niet in het parlementaire debat?

‘Hoe onbeschofter een parlementslid is, hoe minder het voor elkaar krijgt.’ Dat zei Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib op 25 januari op het symposium ‘Doe effe normaal, man!’ over de persoonlijke aanval in het parlementair debat.

Op het symposium werd nog eens duidelijk dat het heel lastig is een grens te trekken tussen wat wel acceptabel is en wat niet, en dat de meningen daarover verschillen. Zo zei Khadija Arib, sinds 2016 Kamervoorzitter, dat ze enthousiast was over het moment waaraan het symposium zijn naam ontleende: het Kamerdebat tussen PVV'er Geert Wilders en premier Mark Rutte in 2011 over een PVV-lid die de Turkse president Erdogan een islamitische aap genoemd zou hebben. 'Doe effe normaal man!', zei Wilders tegen Rutte, die boos antwoordde: 'Doe zelf eens normaal, man!'

Kadija Arib
Arib kreeg na afloop van haar optreden van Ton van Haaften (l) en Henk te Velde de nieuwste editie van Herfsttij der Middeleeuwen aangeboden.

Verklaring van Arib

Arib vond de emotie in dat debat mooi, zei ze op het symposium. Maar de - landelijke - discussie na het debat ging over de vraag die ook hoogleraar Vaderlandse geschiedenis Henk te Velde op het symposium opwierp: gooide de premier hier niet de waardigheid van het parlementaire debat en die van hemzelf te grabbel? Arib meende van niet. Dat het debat alweer bijna zeven jaar geleden plaatsvond, geeft overigens aan dat het in het collectieve geheugen van Nederland is blijven hangen.
Arib was zelf voorzitter toen Wilders in het najaar van 2018 tijdens de Algemene Beschouwingen appelleerde aan het vermeende misbruik van D66-voorman Alexander Pechtold van zijn Meppelse vriendin. Hoewel er veel commotie ontstond in de Kamer, greep Arib niet meteen in. 'Dan was ik deel gaan uitmaken van het conflict, en dat wilde ik niet', verklaarde ze op het symposium.' Wel kwam ze de volgende dag met een verklaring aan de Kamer dat veel kiezers zich hadden geërgerd. Ze stelde dat het parlementaire debat altijd met inhoudelijke argumenten gevoerd moet worden. 'Dat mag kritisch en op het scherpst van de snede, maar het mag nooit persoonlijk worden.' Het is zeker niet alleen de taak van de voorzitter om parlementariërs tot de orde te roepen, vindt ze. 'Ze moeten ook en vooral elkaar corrigeren.' Maar waar de grens precies ligt van wat nog acceptabel is wat niet meer, kon ook zij niet zeggen.

Doe effe normaal
Veel alumni waren afgekomen op het symposium.

De geest van Thorbecke

Ons parlement is een van de beschaafdste ter wereld, zo kwam op het symposium naar voren, maar de toon is ook hier onbeschofter en harder geworden. De Leidse jurist Johan Thorbecke - ook nog een tijdje rector magnificus van de Universiteit Leiden -  ontwierp voor Nederland de parlementaire democratie, vertelden de historici Jouke Turpijn (Universiteit van Amsterdam) en Henk te Velde (Leiden). Thorbecke benadrukte daarbij steeds het belang van beschaafde omgangsvormen. Die zijn overgeleverd tot ver in de jaren zestig van de vorige eeuw, toen de democratiseringsgolf een nieuwe wind deed waaien. In 1972 zei de jonge VVD-politicus Hans Wiegel in een verkiezingsdebat: 'Sinterklaas bestaat, hij zit daar.' En hij wees naar PvdA-politicus Joop den Uyl. De opmerking had betrekking op diens ruimhartige ideeën over het uitgavenbeleid van de staat. Zoiets had niemand daarvoor ooit gezegd, maar inmiddels zijn de normen aanzienlijk verder opgerekt.  Thorbeckes geest van beschaving waart echter nog steeds (een beetje) rond. Bij ons geen geschreeuw, en al helemaal geen vechtpartijen, zoals elders wel voorkomt.

Maarten van Leeuwen
Maarten van Leeuwen over Wilders

Wilders

De Leidse universitair docent Maarten van Leeuwen analyseerde op het symposium de taal en de taalstrategie van PVV-voorman en populist Geert Wilders. Populisme is een moeilijk te begrenzen begrip, maar dat Wilders een populist is staat volgens Van Leeuwen vast. Hij deed wat voorheen niemand deed: schelden op de persoon, zoals Job Cohen de bedrijfspoedel van Rutte I noemen (wat Arib weer wel had geschokt), Samsom en Rutte kenschetsen als de Bassie en Adriaan van de Nederlandse politiek en het kabinet als FC Knudde. Van Leeuwen beschreef dat Wilders, naast deze vergelijkingen, nog andere stilistische technieken gebruikt. Hij bezigt werkwoorden als blèren, kwekken, piepen, kletsen en slijmen. Hij gebruikt verkleinwoorden om het denigrerend effect: Pechtold was een miezerig mannetje en Jan Marijnissen had een maoïstisch vuistje. En verder noemt hij mede-politici strategisch, tegen de etiquette van het Kamerdebat in, soms bij de voornaam. Zie voor een vooorbeeld uit de praktijk onderaan deze webpagina.

Geen heilig boontje

Niet dat Thorbecke zelf zo heilig was. Hij had een bloedhekel aan Floris baron van Hall, Tweede Kamerlid en diverse malen minister. Toen van Hall als bestuurder buiten de parlementaire discussie om draagvlak ritselde voor de Spoorwegwet van 1859, zaagde Thorbecke hem bij de enkels af. Hij betitelde de politiek van Van Hall als parasitisch, omdat hij steeds amoreel en ad hoc meerderheden bij elkaar sjoemelde en daardoor een vaste koers ontbeerde. Beschaafd verwoord maar dodelijk: met de politieke carrière van Van Hall ging het bergafwaarts. Twee jaar later was hij ambteloos.

Het einde van een cursus
Het symposium ‘Doe effe normaal, man!’ op 25 januari werd georganiseerd ter afsluiting van het vak 'Politiek debat' dat de hoogleraren Henk te Velde (Geschiedenis) en Ton van Haaften (Nederlands en Taalwetenschap) na tien jaar afronden, vanwege  het emeritaat van Van Haaften over anderhalf jaar. Te Velde belichtte steeds het contextueel-historische perspectief, Van Haaften het systematisch-taalwetenschappelijke  perspectief. In het bijzonder studenten die het vak in de afgelopen tien jaar  hebben gevolgd, waren voor het symposium uitgenodigd. Het bezoek van van een (oud)politicus was steeds een vast onderdeel.
Ton van Haaften opende het symposium theoretisch met een lezing over een argumentatie-theoretische benadering  van  persoonlijke aanvallen in de Tweede Kamer. Die kunnen inhoudelijke argumenten bevatten, maar dat is vaak niet zo. Het is gebruikelijker de persoon in diskrediet te brengen door zijn of haar geloofwaardigheid (ethos, in de klassieke retorica) onderuit te halen. En daarbij worden meer dan voorheen scheldwoorden gebruikt, zoals VVD'ers patsers noemen, en de DENK-fractie troep (Wilders). Zo'n aanval zonder relevante argumenten noemen we een argumentum ad hominem (aanval op de persoon).

Grens blijft onduidelijk

Nu het debat harder en platter is, wordt vaker meer op de man dan op de bal gespeeld. Er wordt ook meer toegelaten. Maar wat gaat echt over de grens? Dat is en blijft subtiel en afhankelijk van de persoon die er een mening over heeft, inclusief de Kamervoorzitter. Te Velde zei: 'Op de man  spelen is een goedkope discussietruc. Toch is de truc populair. Waarschijnlijk omdat hij, hoewel niet zo netjes, toch heel effectief kan zijn. Misschien is een goed criterium dat je het debat niet dood mag slaan. Wat er ook gezegd wordt, er moet altijd voldoende grond zijn om verder te debatteren.'

Zo bezien sloeg Thorbecke Van Hall compleet knock out. Toen al.

Tekst: Corine Hendriks
Foto's: Mylène Tabernal (m.u.v. bannerfoto)
Bannerfoto: nieuwe leden van de PvdA (en hun kinderen) nemen een kijkje in de zaal van de Tweede Kamer
Mail de redactie

Hoe Geert Wilders zich van een combinatie van stijlmiddelen bedient. Een voorbeeld uit de praktijk van de Tweede Kamer (2008)

'Laat ik een voorbeeld geven van iemand die tekenend is voor die politieke elite. Dat is de heer Bert Bakker, die kennen we nog. Tot voor kort was hij Kamerlid voor D66. En wat een stoere politieke correcte geluiden sloeg hij uit! De Partij voor de Vrijheid noemde hij racisten, allemaal tuig. Hij liet het zelfs opschrijven, Bert Bakker, in de krant. Maar ja, dankzij de actie van het Turkse ministerie van religieuze zaken kwam niet hij in de Kamer voor D66 maar mevrouw Koşer Kaya. En nu probeert Bert wat geld bij elkaar te sprokkelen als lobbyist voor een vliegtuigbouwer. En zo kwam hij ook bij de PVV langs: een beetje likken, een beetje slijmen. Nou, voorzitter, wij hebben Bert Bakker medegedeeld dat hij de rambam kan krijgen. Lobbyen best, maar niet bij ons. En toen ineens - en dat is tekenend voor de elite - draaide Bert als een blad aan een boom om, en kijk wat ik nu in de post vind: een heuse excuusbrief van Bert Bakker (...) Kijk, voorzitter, zo ken ik onze elite weer. In het openbaar stoere, politiek correcte praatjes, maar als zij een baantje hebben een excuusbriefje sturen. Sommige mensen hebben idealen en staan daarvoor, anderen hebben nog een ruggengraat vol slagroom.' (APB, 2008)

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie