Universiteit Leiden

nl en

Oude Grieken brengen ons op nieuwe ideeën

Nog steeds kunnen we nieuwe dingen leren van de oude Grieken. Hoe ze zorgden dat innovaties geaccepteerd raakten, bijvoorbeeld. Een groep classici, onder Leidse leiding, gaat hier onderzoek naar doen dankzij de grootste NWO-subsidie die er is.

Het gaat haar nog altijd aan het hart. Ineke Sluiter, hoogleraar Griekse taal- en letterkunde aan de Universiteit Leiden, was betrokken bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) toen in 2012 negen Topsectoren werden aangewezen en de Topconsortia voor Kennis en Innovatie werden ingesteld. ‘Dat werd compleet technisch ingestoken. Toen dacht ik: het kan niet waar zijn dat de kennis van hele wetenschapsgebieden hiervan buitengesloten wordt.’ Haar gelijk haalt ze vijf jaar later, als ze met een groot team een NWO Zwaartekrachtsubsidie van 18,8 miljoen euro binnensleept voor het programma ‘Anchoring Innovation’. Naar dit thema gaan classici van vijf universiteiten, verenigd in de onderzoeksschool OIKOS, samen tien jaar onderzoek doen. Het is de eerste keer dat Geesteswetenschappen in deze categorie in de prijzen valt.

Classici die miljoenen krijgen om onderzoek te doen naar innovatieprocessen; het zal niet voor iedereen een logische keuze zijn. Wat kunnen wij nou leren van de oude Grieken en Romeinen? Veel, zolang je ‘innovatie’ niet versmalt tot technische uitvindingen.

Anchoring

Sluiter: ‘Als we de bril van anchoring opzetten, kunnen we een nieuwe draai geven aan een aantal vragen die we altijd al hadden als ­classici. ­Bijvoorbeeld de Griekse democratie, die is op alle gebieden radicaal nieuw. Hoe snapten die Atheners nog wat ze aan het doen waren?’ Kijk je daarnaar door de bril van anchoring, dan zie je processen waar eerder de focus niet op lag, legt ze uit. ‘Maar die verklaren wel waarom mensen nog steeds denken ‘o ja, dat is van ons’. Zo werd de bevolking in tien groepen ingedeeld voor het stemmen bij verkiezingen. Elk van die groepen werd verbonden met een bekende figuur uit de mythologie. Zulke dingen helpen om iets nieuws tegelijk vertrouwd te maken.’

Wat betekent dat voor ons? Dat een vernieuwing verankerd moet worden in bestaande begrippen en praktijken, zeggen Sluiter en haar collega en mede-hoofdaanvrager Miguel John Versluys, hoogleraar Klassieke en Mediterrane Archeologie. Nieuwe producten of processen moeten mensen aanspreken, willen ze ook aanslaan. Dat betekent dat mensen ze moeten kunnen integreren in wat er al is; in bestaande procedures, waarden, normen, gewoonten. Dat integreren lukt niet als het verschil tussen het oude vertrouwde en het nieuwe onbekende te groot is; die twee moeten soepel met elkaar verbonden kunnen worden. Is dat het geval, dan is de kans op een succesvolle verankering van de vernieuwing veel groter.

Het oude en vertrouwde

Een ander voorbeeld van verankering – ook in de vijfde eeuw voor Christus –  is de introductie van muntgeld in het oude Athene, iets wat een radicale verandering betekende. De muntstukken zagen er echt Atheens en dus betrouwbaar uit, omdat aan de ene kant de godin Athene was afgebeeld, en aan de andere kant de uil (met olijftak) die haar als godin van de wijsheid vergezelde. Tegenwoordig staat diezelfde uil met olijftak afgebeeld op de Griekse euromunten, en dat is evenmin toeval. Alle euromunten hebben aan één zijde een afbeelding die bekend en vertrouwd is voor een specifiek Europees land. Dat is ook een voorbeeld van het verankeren van een innovatie, namelijk door in het nieuwe ontwerp ruimte te houden voor het oude en vertrouwde. 

Wie om zich heen kijkt, ziet in allerlei nieuwe ontwerpen en technologieën verwijzingen naar het oude of bekende. In de eerste elektrische auto’s komt de stroom binnen op de plek waar bij andere auto’s de brandstoftank zit. Of neem de symbolen op je tablet of smartphone, zoals het envelopje van de elektronische mail. De telefoonhoorn (in een tekstballon) voor whatsapp. De wijzerplaat voor de digitale klok. De ‘boekenkast’ waarin je e-books staan. Sluiter: ‘Er is in het verleden vaak afzonderlijk onderzoek gedaan naar traditie en vernieuwing, alsof ze niets met elkaar te maken hebben. Wij zijn juist geïnteresseerd in de relatie tussen die twee.’

Daarnaast is er bij het bestuderen van innovatieprocessen, juist door de technische ­oriëntatie, in het algemeen veel te weinig aandacht voor de sociale component, zegt Versluys. ‘Terwijl die vaak doorslaggevend is voor het ­mislukken of slagen van innovaties.’ Dat betekent werk voor de sociale wetenschappers, maar niet voor hen alleen, zegt Versluys: ‘Je begrijpt innovatie­processen pas goed in historisch perspectief. Wat wij als Oudheidkundigen kunnen toevoegen aan de sociale wetenschappen, is deep history. Ons langetermijnperspectief geeft, in combinatie met een focus op het sociale aspect, een heel vernieuwende kijk op hoe innovatie eigenlijk werkt.’

Lees verder in de nieuwste editie van Leidraad, ons gratis alumni-magazine.