Universiteit Leiden

nl en

De impact van terrorisme en crisiscommunicatie

Een zorgvuldige reactie op een crisis of daad voorkomt dat er een angstcultuur ontstaat. Ook op die manier zijn we minder kwetsbaar zijn voor terrorisme.

Waarom zijn we zo kwetsbaar voor terrorisme als de kans dat er iets gebeurt zo klein is? “De angst voor een terreurdaad kan een heel krachtig wapen zijn", zegt Edwin Bakker. “De maatschappij en de politiek moeten ervoor zorgen dat de verspreiding van angst zo snel mogelijk wordt ingedamd.” Terroristen hebben in landen die in voortdurende angst leven voor een aanslag feitelijk al succes zonder in actie te hoeven komen. Terrorismebestrijding heeft dan ook twee belangrijke kanten: enerzijds de kans op een terroristische aanslag zo klein mogelijk maken en anderzijds de onrust en angst onder de bevolking zo veel mogelijk reguleren. De laatste jaren krijgt ook die tweede kant steeds meer aandacht. De reden daarvoor is het groeiende besef dat angst en onrust discriminatie en polarisatie in de hand werken en zelfs kunnen leiden tot radicalisering en zo tot meer terrorisme. De overheid kan een belangrijke rol spelen bij het beperken van de angstcultuur.

Protest in Luxemburg na de aanslag op de Charlie Hebdo-redactie in Parijs (foto: Wikipedia Commons)

Risk society

Die angstcultuur kan tegenwoordig makkelijker ontstaan, zegt Bakker. “We leven in een veranderende maatschappij die risico's niet meer zo goed aankan, de zogeheten risk society. Dat maakt ons extra kwetsbaar voor terrorisme. Zeker in Nederland gaan we soms wel erg ver in het beperken van risico's. Als er een incident is, is de reactie van de politiek vaak: 'dit mag nooit meer gebeuren'. Maar honderd procent veiligheid is een illusie. We kunnen nu eenmaal niet alles voorkomen.  “Misschien zouden overheden en politici dat vaker moeten benadrukken en meer weerbaarheid moeten tonen.

“Oorlog”

“De politiek heeft een belangrijke rol bij het vergroten of verkleinen van angst. In Nederland hebben we het een keer heel slecht gedaan, namelijk na de aanslag op Theo van Gogh. Daarbij ging het om één man die een andere man heeft gedood. Maar de vicepremier zei, als antwoord op een vraag van een journalist, dat het 'oorlog' was. Zo wekte hij de indruk dat één iemand een oorlog binnen een land kan ontketenen. Daarmee geef je die dader enorm veel macht en je maakt het aantrekkelijk voor een ander om ook iets te gaan doen.

Apeldoorn

We hebben het ook één keer heel goed gedaan, namelijk met Koninginnedag in Apeldoorn, in 2009. Het was een verschrikkelijke gebeurtenis: een geplande aanslag op het staatshoofd. Als je de beelden terugkijkt schrik je je weer kapot. Wie weet nog wat de laatste woorden van de dader waren? Bijna niemand. De hele dag is verder rustig verlopen, het woord terrorist is nauwelijks gevallen. Kortom: heel goed afgehandeld.”

Handvaten voor beleid en protocollen

“Voor overheden hebben we voorbeelden verzameld om te laten zien wanneer de reactie op een terreurdaad wel en niet verstandig  was. Ook hebben we de beste voorbeelden uit de crisiscommunicatie erbij gehaald. Zo bieden we hen handvaten om beleid en protocollen te formuleren.” De komende tijd richt Bakker’s onderzoek zich op concrete strategieën voor overheden om maatschappijen weerbaarder te maken voor terrorisme. Bovendien kijken hij en zijn collega’s op het Institute of Security and Global Affairs breder naar crisiscommunicatie. Zo deed Ruth Prins onderzoek naar de rol van burgemeesters met betrekking tot veiligheid en crisissituaties en hoe zij hierover communiceren. Zij zijn als politici die dicht bij de bevolking staan enorm belangrijk als het gaat om het versterken van het veiligheidsgevoel.

Burgemeester Ahmed Aboutaleb houdt een toespraak tijdens een demonstratie naar aanleiding van de aanslag op de Charlie Hebdo-redactie in Parijs (foto: ANP).

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie