Moddermanprijs 2026 toegekend aan het proefschrift van Aart de Vries
De gerenommeerde Moddermanprijs over de jaren 2024-2025 is toegekend aan het proefschrift van Aart de Vries.
Het proefschrift van Aart de Vries, getiteld Evidence and Transnational Punitive Enforcement Proceedings in the European Union, is geschreven onder begeleiding van prof. dr. J.A.E. Vervaele en prof. dr. R.J.G.M. Widdershoven en werd op 5 april 2024 cum laude verdedigd aan de Universiteit Utrecht. De auteur is op dit moment werkzaam als universitair docent (Europees) strafrecht aan diezelfde universiteit.
De gerenommeerde Moddermanprijs wordt eens in de twee jaar toegekend ter bekroning van de beste strafrechtelijke dissertatie door de aan de Universiteit Leiden Prof. A.E.J. Moddermanstichting tot bevordering van het onderzoek op het gebied van de strafrechtswetenschappen. In aanmerking komt iedere dissertatie die is verdedigd in de twee kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van de uitreiking aan een Nederlandse universiteit en die betrekking heeft op het strafrecht en aanverwante wetenschappen voor zover die van belang zijn voor een goed inzicht in het strafrecht.
De jury bestond dit jaar uit prof. mr. dr. S. Van der Aa, prof. dr. J.P. van der Leun, prof. mr. dr. A.R. Mackor en prof. mr. dr. L.A. van Noorloos.
De toekenning van de prijs wordt gemotiveerd door de selectiecommissie tijdens de uitreiking op 16 oktober 2026 in het Academiegebouw van de Universiteit Leiden. De prijs bestaat uit een door de beeldhouwer F. Letterie ontworpen bronzen penning.
De penning
Op de penning staat op de voorzijde een afbeelding van het hoofd van prof. A.E.J. Modderman (1838-1885), hoogleraar strafrecht te Leiden van 1870-1879 en daarna minister van Justitie. Aan de achterzijde van de penning staat het motto van de Universiteit Leiden en een kunstzinnige afbeelding.
A.E.J. Modderman studeerde rechten in Leiden en promoveerde aldaar in 1863 op een proefschrift, getiteld ‘De hervorming onzer strafwetgeving’. Hij werd in 1864 hoogleraar aan de voorganger van de Universiteit van Amsterdam, in 1870 gevolgd door een hoogleraarschap in Leiden. Hij was vanaf 1870 lid van de Staatscommissie voor de samenstelling van een Wetboek van Strafrecht. Als minister van Justitie (1879-1883) wist hij onder andere een nieuw Wetboek van Strafrecht tot stand te brengen.