Universiteit Leiden

nl en

Pieters Corner: Het nut van vrijheidsbeperking

Van 15 naar 25 jaar, bepleit een nieuw wetsvoorstel voor de gevangenisstraf op doodslag. ‘Dit zeer ernstige misdrijf (...) leidt tot gevoelens van afkeer en onveiligheid in de samenleving,’ aldus Minister Grapperhaus over de strafmaat die sinds 1886 niet was veranderd. Over het nut van gevangenisstraf bestaat veel discussie. Iemand opsluiten bij crimineel gedrag, wat doet het met ons? Is celstraf effectief? Moeten mensen die de fout ingaan geholpen worden? En hoe werkt vrijheidsbeperking bij landsgrenzen, zoals de muur van Trump? Onze sociale wetenschappers vertellen over hun standpunt.

Anna van Duijvenvoorde

Brein in de bajes?

Anna van Duijvenvoorde en Lotte van Dillen - Psychologie

In Nederland zitten ongeveer 33000 mensen in de gevangenis, vaak met een korte gevangenisstraf. Cijfers van het CBS in 2017 tonen dat zelfs 74% een straf uitzit van minder dan 3 maanden. Deze korte gevangenisstraffen nemen de laatste jaren toe en staan op scherp door de ontwrichtende effecten op iemands dagelijks leven (verlies van baan, huis e.d.) met weinig oog –en tijd– voor re-integratie in de maatschappij. Maar naast deze praktische consequenties speelt er nog een belangrijke vraag: wat doet –zelfs een korte– tijd in de bajes met ons brein?

Lotte van Dillen

In het dagelijks leven verwerkt en reageert ons brein continu allerlei prikkels en worden onze mentale vermogens voortdurend ingezet voor het maken van inschattingen en keuzes. We weten dat ons brein langdurig ontwikkelt tot in de jong-volwassenheid, en waarschijnlijk zelfs tot diep in je twintigste. Deze ontwikkeling wordt gedreven door biologische factoren (onder andere de pubertijd en bijbehorende hormonale veranderingen), maar ook door onze ervaringen en werkt volgens het principe: use it or lose it. En al wordt een jonger brein sterker gevormd door dit principe, ook een volwassen brein is veranderbaar en gevoelig voor de hoeveelheid input die het krijgt.

Als je een passief leven leidt en er dus minder van je brein wordt gevraagd ga je er op achteruit. Zo hebben onderzoekers aan de VU bestudeerd hoe een verblijf in de bajes de executieve functies van gedetineerden beïnvloedt. Dit zijn belangrijke vaardigheden voor het reguleren en controleren van je gedrag, zoals het beheersen van impulsen (belangrijk voor lange-termijn keuzes), het werkgeheugen (het vermogen om iets in gedachten te houden), het flexibel wisselen tussen taken, en het plannen van gedrag. De onderzoekers vonden dat veel gedetineerden overdag op bed liggen of slapen, soms wel tot 6.5 uur per dag. Tests lieten zien dat executieve functies zelfs in een inactieve periode van 3 maanden al achteruitgingen. De implicatie van deze bevindingen is dat gedetineerden met verminderde gedragsregulatievaardigheden uit deze korte celstraffen kwamen. Dit kan een belangrijk gegeven zijn voor het begrijpen en verminderen van recidive.

Op de jaarlijkse publieksdag van het Leiden Institute for Brain and Cognition wordt in 2021 de relatie tussen het brein, straf, en jeugdrecht verder uitgediept. Kijk op LIBC Brein & Recht voor informatie en aanmelding.

Liza Cornet

Groeien in de gevangenis

Liza Cornet - Pedagogische Wetenschappen

Het opsluiten van mensen is een manier om de maatschappij te beschermen tegen criminaliteit. Maar een straf, uitsluitend gericht op het ontnemen van vrijheid, kan in mijn ogen nooit leiden tot beter gedrag. Uit neurowetenschappelijk onderzoek blijkt dat delinquenten vaker problemen ervaren in ‘executieve functies’. Dat zijn complexe vaardigheden zoals emotieregulatie en impulscontrole, die worden aangestuurd vanuit met name het voorste deel van het brein.

Verschillende factoren spelen een rol bij het minder goed functioneren van het frontale brein: genen, maar ook omgevingsfactoren als opvoeding, trauma en middelenmisbruik. Zij kunnen het brein zodanig beïnvloeden dat de kans op het ontwikkelen van delinquent gedrag toeneemt. Dit betekent niet dat het minder goed functioneren van het brein een excuus zou zijn voor delinquent gedrag. Wel helpt het ons te begrijpen waarom delinquent gedrag ontstaat en wat ervoor nodig is om het aan te pakken.

Onderzoek laat zien dat het louter opsluiten van individuen met delinquent gedrag niet leidt tot  verbetering van executieve functies die zo hard nodig zijn voor sociaal aangepast gedrag. Om goed te functioneren heeft ons brein stimuli nodig: uitdaging, oefening, herhaling. Een straf die uitsluitend gericht is op vrijheidsbeneming zal in zekere zin het brein ‘platleggen’.

Uiteraard wordt in Nederlandse gevangenissen aandacht besteed aan diverse activiteiten, waaronder intensieve gedragsinterventies, maar cijfers laten zien dat meer dan de helft van de gedetineerden binnen drie jaar na vrijlating opnieuw de fout ingaat. Ik denk dat vrijheidsbeneming als zodanig een negatief effect heeft op het brein. Met re-integratie activiteiten wordt het functioneren van de hersenen nog enigszins op peil gehouden, maar het zal er niet per se beter op worden dan vóór detentie. Toch wordt verwacht dat mensen zich na een gevangenisstraf beter gedragen dan daarvoor.

Kan het anders? Er zijn voorbeelden waarbij vrijheidsbeneming gepaard gaat met een voor gedetineerden verrijkte omgeving. Kijk naar Detentiehuizen in België en het Noorse gevangeniseiland Bastøy. In Nederland wordt sinds enige tijd geëxperimenteerd met ‘kleinschalige voorzieningen’ met als doel jongeren met delinquent gedrag tijdens detentie de mogelijkheid te geven werk of school in de eigen omgeving voort te zetten. Hoewel harde cijfers over de effectiviteit van dit soort initiatieven er nog niet zijn, verwacht ik dat deze vormen van vrijheidsbenemende straffen het in neuropsychologisch opzicht beter doen. Het is in ieder geval hoopvol dat behalve een vrijheidsbenemende maatregel er ook aandacht is voor de persoonlijke ontwikkeling van gedetineerden ter voorbereiding op een nieuw bestaan in de samenleving.

Matthew Longo

De grens als gevangenis

Matthew Longo - Politieke Wetenschap

Omdat grenzen mijn onderzoeksgebied zijn, word ik regelmatig gevraagd naar het verband tussen grenzen en gevangenissen. De associatie ligt voor de hand, gezien de opmars van muren en hekken wereldwijd, vooral in de Verenigde Staten – waar ik vandaan kom, en waar ik het grootste deel van het onderzoek gedaan voor mijn boek, The Politics of Borders. In veel opzichten vormen de stalen pijlers, camera's en lichttorens die de Amerikaanse grensgebieden domineren een border-industrial-complex dat niet zo veel verschilt van het meer bekende prison-industrial-complex.

Afschuwelijke beelden van het scheiden van ouders en kinderen, die terloops "kinderen in kooien" worden genoemd, overspoelen de media, naast verhalen van agenten van de US Immigration and Customs Enforcement die de immigrantengemeenschappen aanpakken met de vurigheid van premiejagers. Zonder overdrijven kun je beweren dat de VS bezig zijn hun grensgebieden om te bouwen tot gigantische openluchtgevangenissen die zich tot ver in het binnenland uitstrekken, vooral als het gaat om migranten uit bepaalde doelgroepen.

Hoe heeft het zover kunnen komen? Hoewel het gemakkelijk is om met de vinger te wijzen naar de boze, revanchistische retoriek van de huidige Amerikaanse president Trump, is het gevangenisachtige van grenzen in feite van veel oudere oorsprong – ouder zelfs dan de staat zelf. De grensgebieden van het Romeinse rijk waren bevolkt door “ontrouwe onderdanen”, zoals nomaden, dieven en belastingontduikers. De hoofdstad probeerde deze aan het rijk te binden door middel van een beleid van assimilatie en coöptatie. Dit was een van de belangrijkste functies van de vroege ommuringssystemen, zoals de muur van Hadrianus, die in de woorden van Edward Luttwark was ontworpen “to divide the barbarians beyond from the barbarians within, who were in the process of becoming Roman”. Ook de Grote Muur van China is voor een groot deel ontworpen om trouw (en belastinginkomsten) van verafgelegen onderwerpen af te dwingen. In beide gevallen was de staat net zo geïnteresseerd in wie ze binnen de muren hield, als wie ze buiten de muren hield.

Zoals bij alles in de politiek zijn de etiketten die wij plakken op onze instellingen in hoge mate standplaatsgebonden. Voor degenen die het gevoel hebben dat zij niet in een bepaalde bevolkingsgroep thuishoren of door de centrale staat worden gewantrouwd, zijn grenzen altijd net gevangenissen geweest. Zo bekeken lijken de huidige misstanden van het grens-industrieel-complex meer een historische voortzetting te zijn dan een structureel en geheel nieuw onrecht. Dit moet niets afdoen van de verontwaardiging die wij voelen bij de taferelen van bibberende kinderen in detentiecentra: integendeel, het moet juist helpen om onze verontwaardiging te focussen. Het is één ding om Trump te bekritiseren als wreed en onmenselijk. Dit moeten we natuurlijk blijven doen. Maar de grens zal niet ophouden een gevangenis te zijn simpelweg als er geen muren meer gebouwd worden. Daarvoor moet de rol van de grenzen überhaupt radicaal heroverwogen worden.

 

Pieters Corner – Sociale wetenschappers op de zeepkist

De Pieters Corner is een online variant van de Londense Speakers' corner. Hierin reageren de wetenschappers van onze verschillende disciplines binnen de Faculteit der Sociale Wetenschappen op het nieuws. Via deze digitale zeepkist geven de ‘bewoners’ van het Pieter de la Courtgebouw zo elk hun visie op de actualiteit vanuit het eigen vakgebied.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.