Universiteit Leiden

nl en

Pieters Corner: Huisvesting

Studenten, starters, ouders met thuisblijvende kinderen, migranten die een huis nodig hebben; de problemen op de huizenmarkt raken vele lagen van de samenleving. De nood wordt steeds hoger. Wat doet dat met ons gedrag en de manier we over wonen denken? Wat heeft het voor gevolgen voor ons gezin en onze kinderen? Hoe gaat de politiek hiermee om en welke invloed heeft dat op ons? Hoe kan het tij worden gekeerd en waarom willen we daar niet aan?

Studenten in tentenkampen

- Willem van der Does, hoogleraar Klinische Psychologie

Het academisch jaar begint weer, dus zien we artikelen over de sterke groei van de Nederlandse universiteiten. Het zou de indruk kunnen wekken dat het goed gaat. Het artikel Na het tentenkamp is de student al blij met een logeerplek (NRC, 20/8) toont ons een van de schaduwkanten. Het verweer van het universiteitsbestuur, dit keer uit Wageningen, is stuitend. “Het ligt niet aan ons”, zegt de woordvoerder, “huisvesting is niet onze kerntaak.” Ook van de wethouder mag de universiteit doorgroeien. Studenten zijn intussen overgeleverd aan louche huisjesmelkers die hen het vel over de oren halen. En maar glossy folders drukken over studeren aan een top 100 universiteit.

In dat laatste zit ook de oplossing. Van de politiek is namelijk weinig te verwachten. Politici willen dat onze universiteiten top zijn, maar ook goedkoop en onbeperkt toegankelijk. De hoop is dat het tot de makers van ranglijsten doordringt dat betaalbare huisvesting een belangrijk criterium van de beoordeling zou moeten zijn. Topuniversiteiten dwingen hun studenten om in elk geval het eerste jaar op campus te wonen. Weg van het gepamper, op eigen benen. In Nederland zit een groot deel van de studenten – soms vrijwillig, soms noodgedwongen – thuis bij de ouders. Gemiste kans in de ontwikkeling, zou punten moeten kosten in de Elsevier enquête, de ‘Times Higher Education’ ranglijst en wat dies meer zij. Zo gauw onze universiteiten uit de top 100 vallen omdat ze de ‘Bildung’ van hun studenten aan de NS en huisjesmelkers overlaten, bestaat een kans dat de prioriteiten verlegd worden.

Huisvesting door de lens van eigendom

- Marianne Maeckelbergh, hoogleraar Globale Sociologie

Eten, kleding en een dak boven ons hoofd. Niets is essentiëler dan deze 3 dingen. En toch is toegang ertoe niet gegarandeerd. Waarom? Huisvesting gaat om veel meer dan een plek waar mensen wonen; als huisvesting goed is geregeld, is dat een graadmeter  van een gezonde democratie. Wanneer huisvesting niet goed geregeld is, is er sprake van een samenleving met veel bestaansonzekerheid en angst. Deze onzekerheid weerhoudt mensen van hun actieve deelname aan de samenleving.

Om inzicht te krijgen in de bredere betekenis van de groeiende huisvestingsonzekerheid, niet alleen voor degenen die in benarde situaties leven, maar voor de samenleving als geheel, moeten we huisvestiging bekijken door het concept van ‘eigendom’ – een kernbegrip in de geschiedenis van het democratisch denken.

Als we huisvesting op deze manier inkaderen roept dit een aantal fundamentele vragen op. Wat zou bijvoorbeeld het belangrijkste doel van eigendom in een democratische samenleving moeten zijn? Wanneer eigendom zich uit in ontroerend goed, zou het dan vooral moeten dienen als een plek om te wonen, als een plek voor het produceren van goederen, of als een bron van winst? Als winst een hoofddoel van onroerend goed is, wie zou dan het recht hebben op deze winst? Degenen die in het huis wonen? Degenen die het huis bezitten? De overheid in de vorm van belastingen? De banken die hypotheken verstrekken? Of beleggers op financiële markten die hypotheken kopen in de vorm van financiële producten (de zogenaamde ‘mortgage backed securities’)?

Als we begrijpen dat huisvesting niet alleen een plek om te wonen inhoudt, maar ook is verstrengeld in een reeks morele discoursen die van invloed zijn op welke beleidsregels en financiële instrumenten worden gecreëerd om huisvesting te reguleren, dan zien we dat huisvesting als een woonplek en huisvesting als een bron van winst nogal tegenstrijdig zijn.

Wat is de invloed van vastgoed met een winstoogmerk op het vermogen van de samenleving om huisvesting aan te bieden aan degenen die het nodig hebben? Uiteindelijk  gaat het om mensen – sommigen eisen het recht op om ergens te blijven wonen; anderen het recht om geld te verdienen met hun bezittingen; en weer anderen die het belang behartigen van de wereldwijde financiële markten (en soms zijn het dezelfde mensen die alle drie de standpunten verdedigen).

Als we het hebben over huisvesting, dan moeten we aandacht hebben voor al deze dimensies. Uiteindelijk gaat het hier over de democratie: wie beslist wat de rol van eigendom zou moeten zijn in een democratische samenleving, en op basis van welke criteria?

Eigendom, welvaart en het belang van een plaats om je in te verstoppen

- Maurits de Jongh, docent Politicologie

Eigendom en welvaart worden in de politieke filosofie vaak in 1 adem genoemd. Als ze al niet als identiek worden beschouwd, dan vormt de eerste toch ten minste een belangrijke indicatie voor de laatste. Hierin schuilt ongetwijfeld een kern van waarheid. Maar er zijn ook goede redenen om eigendom en welvaart van elkaar te onderscheiden. Bijvoorbeeld omdat eigendom van oudsher refereert aan een ‘onroerend’ of duurzaam object, terwijl welvaart veelal wordt getransformeerd in ‘vluchtig’ kapitaal. Zo bezien staan de 2 ook op gespannen voet met elkaar, en heeft de welvaart of rijkdom van de een vaak een historische oorsprong in de onteigening, of ontoegankelijkheid, van eigendom voor de ander. In deze zin stelde Hannah Arendt dat de “individuele toe-eigening van rijkdom op de lange termijn niet meer respect zal tonen voor privé eigendom dan de socialisatie van het accumulatieproces.”

De huizencrisis waarmee Nederland vandaag de dag kampt, is tekenend voor de spanning in een economisch systeem dat berust op zowel eigendom als op de vermeerdering van welvaart. Wanneer op een krappe huizenmarkt een particuliere belegger een startersgezin de loef afsteekt bij het aankopen van een woning, en daarmee de prijzen verder doet stijgen, wordt de spanning tussen het winstbejag van de een en de toegankelijkheid van eigendom voor de ander groter.

Aan de politiek valt de taak ten deel om de (on)wenselijkheid van deze spanning te adresseren, en er door wetgeving en beleid grenzen aan te stellen. In dit kader is het van belang om ons opnieuw af te vragen wat nu ook weer de zin en het belang van privé eigendom is. Is het toegankelijk maken van privé eigendom voor iedereen vooral een doel op zichzelf, of moeten hierin ook andere overwegingen meewegen? Op deze vraag bood Arendt een treffend antwoord. Zij stelt dat ieder individu een geborgen plaats nodig heeft om zich “in te verstoppen.” Met deze uitdrukking bedoelde zij dat participatie in het licht van de publieke ruimte – als burger of anderszins – niet houdbaar en betekenisvol kan zijn wanneer wij ons niet tussentijds kunnen terugtrekken in een beschermde ruimte van privacy en intimiteit.

Dat privé eigendom niet de enige institutie is om de complementaire verhouding tussen het publieke en private domein te garanderen lijdt geen twijfel, ook sociale huisvesting en het huurrecht spelen hier een belangrijke rol. Desalniettemin is het uiterst zorgelijk dat voor veel mensen, veelal van jongere generaties, het verwerven van een stabiele, beschermde plaats om zich in te verstoppen in de vorm van privé eigendom ontoegankelijker is dan ooit.

 

Pieters Corner – Sociale wetenschappers op de zeepkist


De Pieters Corner is een online variant van de Londense Speakers' corner. Hierin reageren de wetenschappers van onze verschillende disciplines binnen de Faculteit der Sociale Wetenschappen op het nieuws. Via deze digitale zeepkist geven de ‘bewoners’ van het Pieter de la Courtgebouw zo elk hun visie op de actualiteit vanuit het eigen vakgebied.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie