Universiteit Leiden

nl en

Pieters Corner: Open Science

Op 20 september 2019 vindt de openingsborrel plaats van Open Science Community Leiden op de Faculteit der Sociale Wetenschappen. Open science is het initiatief om wetenschappelijk onderzoek vrij toegankelijk en reproduceerbaar te maken binnen en buiten de academische gemeenschap. Wat vinden onze onderzoekers van deze beweging? Welke voordelen denken ze dat open science nu en in de toekomst kan hebben en welke uitdagingen zien zij?

Anna van 't Veer

‘Het zou fantastisch zijn als we ‘Open Science’ in de toekomst gewoon weer ‘Science’ kunnen noemen.’

- Anna van 't Veer, Psychologie

Voor mij staat Open Science voor transparantie: open en eerlijk zijn over je wetenschappelijke proces. Voorbeelden van Open Science zijn het delen van gegevens en onderzoekstools, open peer-review, replicatieonderzoek en  open access publicatie. Als je wilt beginnen met Open Science, kan het nogal overweldigend zijn. Er zijn veel nieuwe termen, en allerlei losse organisaties die zich voor Open Science inzetten. De Open Science Community Leiden wil voor iedereen de nieuwe ontwikkelingen toegankelijk maken.

Mensen denken vaak dat je gelijk alles goed moet doen. Begin klein, vraag eens aan je collega verderop in de gang hoe die iets heeft aangepakt. Om die collega te vinden neem je een kijkje in de member profielen van de Open Science Community Leiden. Daar kun je aangeven wat je al weet, waar anderen je eventueel over kunnen benaderen en waarover je nog meer wilt leren. Over die onderwerpen organiseren we dan events zoals een workshop of een spreker, inclusief borrel zodat je elkaar leert kennen en weet te vinden voor vragen. Welkom op de aftrap met 'OPENing drinks' op 20 september om 16:00 in de centrale hal van FSW.

Open Science gaat hand in hand met bewegingen binnen de sociale wetenschappen om betrouwbaar en reproduceerbaar onderzoek te doen. Openheid helpt daarbij: je merkt bijvoorbeeld dat het soms lastig is om iets terug te vinden waar je een tijdje geleden aan werkte. Als je gewend bent om je werk te delen, dan zal je ook een transparanter systeem hebben waardoor jijzelf, maar ook anderen, beter jouw werk vinden en begrijpen. Hierdoor borduren we op elkaars werk voort en daarmee bouwen we kennis op die sneller voortschrijdend inzicht biedt.

Het zou fantastisch zijn als we in de toekomst het woord ‘open’ achterwege kunnen laten en het gewoon weer ‘science’ kunnen noemen. Ik geloof dat we met de nieuwe methoden die onder Open Science vallen nu de fundamenten leggen voor de wetenschap van de toekomst. Dit een interessante tijd om hieraan bij te dragen. Gelukkig is dat ook een kenmerk van Open Science: iedereen mag zijn geluid laten horen. Binnen de psychologie zijn er de afgelopen jaren een aantal veelbelovende initiatieven ontstaan die er niet bang voor zijn om onderwerpen zoals zelfverbetering, diversiteit, kritische evaluatie, en transparantie met elkaar bespreekbaar te maken (zie bijvoorbeeld “Society for Improvement of Psychological Science”).

Naast grote idealen is het ook belangrijk om voor alle disciplines te bekijken hoe deze idealen zich vertalen in de dagelijkse beslissingen. Gedragsverandering—in peer review, auteurschap, beloningen, vastleggen van onderzoeksplannen, transparant rapporteren, delen van data, etc. —gaat niet van de een op andere dag. We moeten met elkaar leren ons kompas voor wetenschappelijke integriteit te herijken.

Peter Bos

'Op naar een Open Science cultuur, maar ten koste van wie?'

- Peter Bos, Pedagogische Wetenschappen

Open Science is wetenschap zoals het bedoelt is: transparant, beschikbaar voor iedereen en controleerbaar. Het kan een oplossing bieden voor veel van de problemen waar de wetenschap momenteel mee te kampen heeft. De beweging naar een cultuur van Open Science is daarom zeer wenselijk.

Wel moeten we kritisch kijken naar de wijze waarop die beweging plaatsvindt. Open Science vraagt van onderzoekers investeringen zoals preregistratie, het georganiseerd beschikbaar maken van data en formalisering van alle analysestappen. Deze werkzaamheden komen met name terecht bij een jonge generatie onderzoekers, die al moeite heeft het hoofd boven water te houden in het competitieve academische bedrijf. Ik zie om mij heen voorstanders van Open Science, die met het morele gelijk aan hun zijde zelf niet degene zijn die de investering van een cultuuromslag hoeven te maken. Omdat ze geen empirische data voortbrengen, ofwel zich bezig houden met enkel replicatie of het uitpluizen van data door anderen verzameld. Daarbij lekt er vanwege het verzoek om open access publicaties ook nog eens meer belastinggeld weg naar commerciële uitgevers dan voorheen.

Open Science moet de nieuwe cultuur worden waar iedereen bij gebaat is, maar niet een moraliserend keurslijf, of extra pauwenveer op een competitief CV. Laten we het daarom de tijd geven, en ervoor zorgen dat de prijs van de cultuuromslag niet betaald wordt door diegenen die het in het huidige onderzoeksklimaat al niet makkelijk hebben: de jonge onderzoekers.

Nicolas Blarel

'Cruciaal voor het wetenschappelijke proces van kennisvergaring'

- Nicolas Blarel - Politieke Wetenschap

Om te gedijen als wetenschapper in de politicologie moet men van oudsher de kunst beheersen van het publiceren en het deelnemen aan het debat in de beste peer-reviewed wetenschappelijke tijdschriften en universitaire uitgeverijen, die voornamelijk worden gelezen door een selecte groep academici, als deze het geluk hebben om toegang te hebben via hun universitaire faciliteiten. Hoewel deze methode van kwaliteitsevaluatie zowel voor- als tegenstanders heeft, kan men niet ontkennen dat dit systeem een belangrijke beperking heeft: het bestaande publicatieproces belemmert een meer directe toegang tot onderzoeksresultaten en inzichten die direct relevant kunnen zijn voor het publieke debat. Waarom is dit van belang?

Mijn eigen onderzoek naar de politiek van de besluitvorming rondom buitenlands beleid in India heeft mij zeer gevoelig gemaakt voor de dringende noodzaak om wetenschappelijk onderzoek toegankelijk te maken voor een breder publiek, maar ook voor de inherente uitdagingen van het bevorderen van open political science. Hoewel mijn onderzoek en dataverzameling voornamelijk gericht is op het publiceren in wetenschappelijke fora vanwege de hierboven genoemde professionele beweegredenen, hebben herhaaldelijke en directe discussies met de gemeenschappen van het beleidsdomein, de academische wereld, de media en het maatschappelijk middenveld in India tot het inzicht geleid dat het delen van gegevens, informatie en bevindingen met betrekking tot belangrijke beleidskwesties op verschillende manieren moet worden verspreid onder een groter publiek.

Dit is niet alleen een gelegenheid om het debat over het openbare beleid te informeren, maar het is ook cruciaal voor het wetenschappelijke proces van kennisvergaring. Om economische, politieke, technologische, juridische en andere logistieke redenen is de toegang tot onderzoek dat wordt gepubliceerd door in Europa en Noord-Amerika gevestigde wetenschappers moeilijk, zo niet onmogelijk, voor de meerderheid van de grote academische gemeenschap in India. Van oudsher beperkt dit de mogelijkheden voor Indiase wetenschappers om bestaande werken en studies die in sommige van de zogenaamde mainstream wetenschappelijke tijdschriften worden gepubliceerd, te repliceren, uit te bouwen en uit te breiden en/of te bekritiseren.

Het gevolg is dat het bredere debat wordt ingekort en dat we uiteindelijk te maken krijgen met parallelle wetenschappelijke gemeenschappen die niet met elkaar spreken, en dat de bestaande verdeeldheid over het feit dat de politieke wetenschappen op het Westen gericht zijn, verder wordt aangewakkerd.

Er zijn verschillende manieren om deze kloof te overbruggen en om een sterkere cultuur van open political science te ontwikkelen. Ten eerste heb ik in de loop van mijn onderzoek geprobeerd om actoren in India en elders die direct baat hebben bij de bevindingen van een onderzoeksproject te betrekken, zowel door hun actieve inbreng in de eerste fasen van het onderzoeksproces te verzoeken als door mijn bevindingen in een later stadium te delen, of via presentaties, of door samenvattingen van de belangrijkste bevindingen te delen via meer toegankelijke media (preprints, kranten, blogposts, podcasts). De ontwikkelingen op het gebied van ICT en de vermenigvuldiging van online centra voor de verspreiding van kennis hebben deze voortdurende interactie met een groter aantal geïnteresseerde actoren, die voorheen geen toegang hadden tot wetenschappelijke centra, vergemakkelijkt.

Een tweede oplossing was om te proberen een aantal van de bestaande wetenschappelijke instellingen van binnenuit te hervormen. Sommige professionele organisaties zoals de Policy Studies Organization en de International Studies Association zijn zich steeds meer bewust geworden van de beweegredenen achter open science en zijn tot op zekere hoogte bereid om onderzoek onder bepaalde voorwaarden toegankelijk te maken. Zo was de Policy Studies Organization bijvoorbeeld zeer behulpzaam bij het bieden van open online toegang tot het nieuwe tijdschrift, Indian Politics and Policy, waarvoor ik een Associate Editor ben. Bovendien hebben sommige politicologische tijdschriften zich ingezet om vrije toegang te geven tot een paar van de meest impactvolle papers in elk nummer. Het doel is om deze organisaties verder te stimuleren om een betere toegang en meer dialoog te bevorderen.

Thed van Leeuwen

‘We kijken kritisch naar de acceptatie en aanpassing van Open Science’

- Thed van Leeuwen, Centrum voor Wetenschap en Technologie Studies (CWTS) 

Open Wetenschap (Open Science) is een onderdeel van het CWTS onderzoeksprogramma. We zijn geïnteresseerd in de positieve en negatieve effecten die Open Science heeft op de creatie van nieuwe kennis. Op dit moment zijn we betrokken bij een aantal studies gericht op verschillende niveaus van toepassing van Open Science methodologieën en technieken, en de aan- en inpassing van deze nieuwe manieren van werken door academische gemeenschappen.

Bij het CWTS realiseren we ons dat we in een bubbel leven; wij benaderen nieuwe ontwikkelingen zoals Open Science anders dan de meeste academici. Zo geeft het bestuderen van open access publiceren ons een voorsprong in inzicht waar het zaken als licenties en betaald publiceren betreft. Het bestuderen van Open Science laat ook zien hoe complex het hele proces van kenniscreatie is, in al haar dimensies en alle betrokken partijen. Denk aan het academische “Erkennen & waarderen” systeem: discussies over hoe onderzoekers en instituten te stimuleren en belonen om de move richting Open Science te maken zijn veel intensiever geworden. Vooral na de lancering van ‘Plan S’ vorig jaar, dat vanuit een coalitie van internationale onderzoek financiers, publiceren in Gold Open Access tijdschriften vereist. Hierdoor zijn niet langer alle tijdschriften toegestaan en gaan waarschijnlijk de tijdschriften met de sterkste reputaties, gekoppeld aan hoge Journal Impact Factors, buiten de boot vallen.

Studies naar de mate van acceptatie en aanpassing van Open Science laten zien dat de ontwikkeling van ‘Openness’ niet in alle dimensies van kenniscreatie even snel verloopt. Open Access publiceren is voor veel wetenschappers een bekend verschijnsel en velen brengen dat ook al in praktijk. Datzelfde kunnen we niet zeggen van de wijze waarop veel wetenschappers tegen openheid van data aankijken. Hoe data moeten worden behandeld, en hoe en onder welke voorwaarden het openen/delen van data mogelijk of wenselijk is, is iets waar veel academici nog geen beeld bij hebben.
 

Tegelijkertijd is het CWTS op dit moment bezig met het eigen Open Science beleid. Onze eigen institutionele praktijken laten zien dat je daarvoor terug moet gaan naar de basisprincipes van ons onderzoek, daarover willen communiceren met directe collega’s en daar buiten, en ons willen positioneren in een nieuw gevormd academisch landschap waarin Openness de standaard is.

Peter Pels

Naar een open Open Science

- Peter Pels, Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie

De idealen van Open Science zijn bewonderenswaardig: transparantie; duidelijkheid over doelen, procedures, en onderzoeksmaterialen (of “data”), voor zowel deelnemers aan onderzoek als collega’s en managers; open toegang voor het delen van onderzoeksmateriaal en publicaties – het belooft een haast utopische onderzoekswereld van gelijke kansen, toestemming en toegang. Wie is het niet eens met zulke idealen? Helaas blijkt de onderzoekservaring van antropologen met dit soort idealen – met welke idealen dan ook – iets prozaïscher te zijn.

Een grondlegger van de Britse sociale antropologie, Bronislaw Malinowski, zei al in 1926 dat je alleen begrijpt wat idealen betekenen als je onderzoekt hoe ze werken in de praktijk. Antropologen zijn daarom vaak bang dat het ideaal van wetenschappelijke transparantie en haar ondersteunende instituties in de meeste gevallen werkt ten gunste van mensen met bestaande privileges, en ten nadele van sociaal zwakkeren. (En sommige antropologen hebben dat al ervaren: zie het recente artikel van Annelies Moors in Ethnography, april 2019.) Wetenschappers zijn, met andere woorden, net als andere mensen: ze leven in ongelijke sociale relaties die altijd betwist worden en die irrationele vooroordelen reproduceren – ondanks de idealen van wetenschappelijke objectiviteit en onpartijdigheid.

Net als andere mensen maken wetenschappers reclame voor zichzelf en hun ‘producten’ en strijden ze voor een plek in een pikorde. Dit geldt ook voor hele disciplines, zoals ik gelegenheid had om op te merken tijdens het bespreken van "data management" voor antropologen (zie de forumdiscussie in Social Anthropology 26/3, 2018). Disciplines zoals antropologie en methodologieën zoals etnografie worden gediscrimineerd door veel van de protocollen die door universiteiten, financiers van onderzoek of academische tijdschriften worden toegepast. Het grote voordeel van etnografen ten opzichte van onderzoekers die met grotere databases werken, is dat ze het proces van het omzetten van kennis in onderzoeksmateriaal, en van daaruit in data en publicaties, in detail kunnen volgen. (De meeste andere sociale en gedragswetenschappers vragen zich zelfs zelden af wat "data" zijn.) Dit betekent ook dat de intieme persoonlijke kennis die ze verzamelen vaak niet met collega’s gedeeld kan worden, zelfs wanneer deze cruciaal is voor interpretatie. Daarnaast geeft dit een beter beeld van hoe informed consent verandert in de loop van het onderzoeksproces (etnografen weten uit ervaring dat vooraf ondertekende toestemmingsformulieren deze instemming niet dekken).

Protocollen van databeheer laten dit zelden toe. Zij laten ons weten dat, als we niet kunnen toepassen wat andere wetenschappelijke disciplines en methodologieën als geldig beschouwen, we iets uit te leggen hebben. We worden, met andere woorden, geïnterpreteerd als afwijkingen van de norm. Een daadwerkelijk “open” wetenschap moet niet alleen erkennen dat wetenschap op sociale relaties is gebouwd, maar ook de diversiteit van wetenschappelijke onderzoekers respecteren.

Pieters Corner – Sociale wetenschappers op de zeepkist

De Pieters Corner is een online variant van de Londense Speakers' corner. Hierin reageren de wetenschappers van onze verschillende disciplines binnen de Faculteit der Sociale Wetenschappen op het nieuws. Via deze digitale zeepkist geven de ‘bewoners’ van het Pieter de la Courtgebouw zo elk hun visie op de actualiteit vanuit het eigen vakgebied.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie