Universiteit Leiden

nl en

Een op de drie (ex-)gedetineerden krijgt te maken met dakloosheid

Een stabiele woonsituatie is belangrijk voor een goede terugkeer van een gedetineerde in de samenleving. Hoe ziet de woonsituatie van (ex-)gedetineerden eruit? En wat is de invloed ervan op recidive? Promotie op 16 januari 2020.

Een plek om te wonen is een van de eerste levensbehoeften van mensen. Ook voor (ex-)gedetineerden is dit erg belangrijk, zegt promovenda Maaike Wensveen. 'Zij moeten na hun detentie hun leven zo goed mogelijk weer zien op te bouwen en ondervinden hier vaak al problemen bij door hun detentieverleden. Zonder woning is dit nog moeilijker. Het is zeer lastig om werk te vinden of een uitkering aan te vragen als je geen woning hebt.'

Wanneer het ex-gedetineerden niet lukt om hun leven weer op te bouwen, zullen zij eerder opnieuw de fout ingaan. Binnen detentie-onderzoek in Nederland wordt vaak weinig aandacht besteed aan de woonsituatie van gedetineerden. De huizenmarkt is ook momenteel weer een actueel onderwerp binnen de algemene samenleving. Zo is het voor eenverdieners steeds lastiger is om een huis te kopen en voor ex-gedetineerden kan dit vaak nog lastiger zijn, omdat ze weinig of geen inkomen hebben doordat ze wellicht hun baan verloren tijdens detentie.

Prison Project

Het promotieonderzoek naar de woonsituatie van gedetineerden is onderdeel van het Prison Project, een nationaal, langlopend onderzoek naar de gevolgen van detentie op het verdere leven van gedetineerden. Voor dit onderzoek zijn ongeveer 1900 mannelijke gedetineerden over langere periode van enkele jaren gevolgd en meermaals geïnterviewd, zowel tijdens hun detentie als na vrijlating, over hun levens voor en na detentie. De ex-gedetineerden zijn zes maanden en twee jaar na vrijlating voor een deel opnieuw opgespoord en geïnterviewd.

'Voor mijn onderzoek naar de woonsituatie heb ik zowel gegevens uit het interview gebruikt als officieel geregistreerde gegevens. In het interview gaven de respondenten bijvoorbeeld aan wat hun woonsituatie op een bepaald moment voor of na detentie was (bijvoorbeeld alleenwonend, inwonend bij ouders, met partner, dakloos, etc.) Vanuit officiële data uit de Basisregistratie Personen (BRP, voorheen GBA) haalde ik, met toestemming van de respondenten, exacte adressen en de begin- en einddata hiervan. Door deze gegevens te combineren kon ik achterhalen of en hoelang een respondent dakloos was, en of hij slechts eenmalig dakloos was of meerdere periodes. Ook heb ik officieel geregistreerde gegevens gebruikt om recidive in kaart te brengen en de verschillende woonsituaties te relateren aan latere recidive.'

Dakloosheid werd in dit onderzoek gemeten aan de hand van de afwezigheid van een postadres in de registratiedata van de gemeente in combinatie met gegevens uit de interviews. Het gaat hier zowel over het op straat leven en gebruikmaken van nacht- of crisisopvang als het op niet-structurele basis slapen bij familie of vrienden, zonder vaste verblijfplaats.

(Ex-)gedetineerden vaker dakloos

Uit het onderzoek van Wensveen blijkt dat dakloosheid heel vaak voorkomt onder (ex-)gedetineerden. '32 procent was minstens één keer dakloos tijdens de onderzoeksperiode. Binnen de algemene bevolking is het percentage daklozen veel lager.' Een deel van degenen die voor detentie dakloos waren, vindt tijdens hun detentieperiode een woonplek. Sommige anderen die bij vrijlating dakloos waren vinden in de maanden daarna alsnog een woonplek. Bijna niemand was tijdens de gehele onderzoeksperiode dakloos. Het gaat dus veelal om kortere periodes van dakloosheid.

Dit onderzoek benadrukt dat een groot deel van de respondenten op enig moment dakloos is, en dat deze dakloosheid op elk moment kan plaatsvinden. 'Deze resultaten maken duidelijk dat de hulpverlening op het gebied van huisvesting maatwerk moet zijn en per gedetineerde moet worden bekeken wat in zijn geval nodig is om dakloosheid te voorkomen of op te lossen.'

Opnieuw de fout in

Wensveens onderzoek toont ook aan dat respondenten die dakloos zijn geweest tijdens de onderzoeksperiode, vaker opnieuw de fout in gingen dan respondenten die nooit dakloos waren. Ook recidiveerden ex-gedetineerden die meerdere periodes van dakloosheid kenden vaker dan ex-gedetineerden die slechts één keer dakloos waren. Het maakt hierbij geen verschil of de dakloosheid voor detentie, direct na vrijlating of op een later moment plaatsvond.

Ook verhuizingen spelen een rol bij de kans op recidive, zegt Wensveen. 'Ex-gedetineerden die tijdens detentie verhuisden, en dus bij vrijlating op een ander adres woonden dan voor detentie, recidiveerden minder dan ex-gedetineerden die geen enkele keer verhuisden. Een verhuizing tijdens detentie kan hiermee duiden op het maken van een nieuwe start in een nieuwe omgeving. Respondenten die meer dan eens verhuisden, recidiveerden wel vaker dan de niet-verhuizers. Dit wijst op het belang van goede nazorg bij huisvesting, ook voor gedetineerden die wel over huisvesting beschikken.'

Promotor dr. J.M.H. Palmen over het onderzoek van Maaike Wensveen:

'Het proefschrift van Maaike Wensveen is een van de proefschriften die verschenen binnen het Prison Project, dat aan de Universiteit Leiden (in samenwerking met het NSCR en de Universiteit Utrecht) uitgevoerd werd onder leiding van Paul Nieuwbeerta (UL) en Anja Dirkzwager (NSCR). Maaike's proefschrift richtte zich specifiek op de woonsituatie van (ex-)gedetineerden, en levert een belangrijke bijdrage aan onze kennis over het belang van een stabiele woonsituatie voor deze groep. Huisvesting is tegenwoordig een van de vijf nazorgdomeinen die door de Dienst Justitiële Inrichtingen benoemd zijn als essentieel voor een goede terugkeer in de maatschappij, en het vinden van geschikte huisvesting voor gedetineerden is daarmee een belangrijk speerpunt voor beleid. Maaike's bevindingen kunnen richting geven aan dit beleid, en bevestigen in het algemeen het belang van een stabiele huisvesting. Haar resultaten laten echter ook belangrijke nuances zien. Zo zijn niet alle vormen van instabiliteit op woongebied risicofactoren, maar kan een verhuizing ook positieve uitkomsten tot gevolg hebben. Maaike is voor haar onderzoek in staat geweest grote hoeveelheden data aan elkaar te linken en te analyseren, en daarmee heeft zij een belangrijke bijdrage geleverd aan onze kennis over de woonsituaties van (ex-)gedetineerden en het belang daarvan in het resocialisatieproces.'

Tekst: Floris van den Driesche
Mail de redactie

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie