Universiteit Leiden

nl en

Drie LUF subsidies voor Faculteit Governance and Global Affairs

Eens per jaar worden door het Leids Universiteits Fonds subsidies toegekend voor onderzoeks- en onderwijsprojecten in verschillende wetenschapsgebieden. De Faculteit Governance and Global Affairs haalt dit jaar drie subsidies binnen voor Honorata Mazepus, Tanachia Ashikali en Jaroslaw Kantorowicz.

Winnaars

Van de Faculteit Governance and Global Affairs (FGGA) hebben de volgende onderzoekers een subsidie toegewezen gekregen:

Instituut Bestuurskunde

  • Tanachia Ashikalimet het project, What does it take to be an inclusive leader? Unravelling determinants of inclusive leadership in public organizations, € 11.075

Institute of Security and Global Affairs

  • Honorata Mazepus, met het project Information as a battle-ground: why do people believe in “fake news”?, € 10.000
  • Jaroslaw Kantorowiczmet het project, The Price of Creativity: An Experimental Investigation of Authors’ Remuneration Models€ 10.000

Springplank

De subsidies van het Leids Universiteits Fonds (LUF) voor academisch talent, die grofweg variëren van 5000 tot 25.000 euro, vormen vaak een belangrijke springplank naar aanvragen bij NWO en andere instellingen. 

De middelen zijn naast de algemene fondsen van het LUF afkomstig uit de Fondsen op Naam in beheer van het LUF en vanuit de samenwerking met onder andere de Gratama Stichting, de Stichting Elise Mathilde Fonds en de Stichting Verpakking en Milieu.

Tanachia Ashikali

What does it take to be an inclusive leader? Unravelling determinants of inclusive leadership in public organizations

Om de publieke dienstverlening te verbeteren, streven steeds meer publieke organisaties naar een inclusieve werkomgeving. Inclusief leiderschap draagt daaraan bij door te zorgen voor een werkomgeving waarin medewerkers zichzelf kunnen zijn, effectief samenwerken in een team en zich identificeren met de organisatie. We weten echter nog onvoldoende onder welke condities inclusief leiderschap tot stand komt en dus hoe het ontwikkeld kan worden. Dit project beoogd daarom meer inzicht te verkrijgen in de antecedenten van inclusief leiderschap. Vanuit wetenschappelijk onderzoek weten we dat zowel persoonlijke kenmerken als contextuele factoren een cruciale rol spelen bij andere vormen van leiderschap. In dit project ligt de focus op gender, etnisch-culturele diversiteit en diversity beliefs van leidinggevenden. Daarnaast worden organisatiefactoren als structuur, cultuur en organisatie van werk meegenomen als mogelijke verklarende factoren. Door middel van diepte-interviews met leidinggevenden in verschillende ministeries worden allereerst de verschillende persoonlijke en organisatorische factoren in kaart gebracht die mogelijk een belemmerende of stimulerende rol spelen bij het tonen van inclusief leiderschap. De verkregen factoren en een meting van inclusief leiderschap worden vervolgens in een survey voorgelegd aan een representatieve groep leidinggevenden binnen de publieke sector. Ontwikkelde proposities over de invloed van verschillende factoren op inclusief leiderschap worden tot slot getest met behulp van statische analyses.

Jaroslaw Kantorowicz

The Price of Creativity: An Experimental Investigation of Authors’ Remuneration Models

Als je jouw eerste gedicht zou opstellen, of een lied zou componeren, of een boek zou schrijven, hoeveel vergoeding zou je dan ervoor moeten ontvangen? Welke prijs zou eerlijk zijn gegeven de onzekerheid van jouw succes? Veel landen buigen zich over het vraagstuk hoe tegen billijke vergoeding moet worden aangekeken, en diverse vormen van auteursrechtbescherming zijn voorgesteld. Sommige landen hanteren een minimumprijs die tussenpersonen (e.g. uitgeverijen, platenmaatschappijen) zouden moeten betalen aan de makers voor hun werk, andere landen vereisen dat tussenpersonen een percentage over de gegenereerde inkomsten uit het werk afdragen aan de makers. Alternatieve modellen omvatten een voorwaarde om over de prijs te heronderhandelen als blijkt dat het werk succesvoller is dan alvorens werd gedacht, of er wordt in lijn met de gangbare praktijk eenvoudigweg een fatsoenlijke prijs geboden. Welk model erin slaagt om de onderhandelingspositie van de makers te verbeteren in hun onderhandelingen met tussenpersonen is een empirische vraag. Desondanks, voor zover ons bekend is, is dit niet empirisch getest, en de modellen zijn niet eerder vergeleken in een omgeving waar wet- en regelgeving ontbreekt. Het merendeel van de bestaande interventies zijn gebaseerd op aannames over het gedrag van de partijen. Echter, om beleidsmakers beter te informeren, is het belangrijk om tot evidence-based conclusies te komen. Daarom trachten we middels verschillende experimentele methodes de efficiëntie van elk model vast te stellen in het al dan niet bereiken van de doelstelling om beleidsmakers beter te informeren, dat de makers ervan profiteren, en om onderzoek op dit gebied te bevorderen.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie