Universiteit Leiden

nl en
Lindsay Mailzland/Flickr

Nederlandse betrokkenheid bij arbeidsuitbuiting in Noord-Korea, China en Pakistan

Kleding van westerse merken in Nederlandse winkels wordt onder andere gemaakt door Noord-Koreaanse arbeiders. Daarnaast financiert de Nederlandse staat mede de aanleg van een snelweg in Pakistan waar arbeidskrachten worden uitgebuit. Dat concludeert het LeidenAsiaCentre dat op 2 april een rapport hierover publiceerde.

Remco Breuker bij de presentatie van het rapport in Nieuwspoort.

Het onderzoek toont aan dat westerse bedrijven en financiële instellingen zich direct of indirect schuldig maken aan arbeidsuitbuiting en zelfopgelegde normen schenden op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Leids hoogleraar Koreastudies Remco Breuker is projectleider van het onderzoeksteam dat twee case studies onderzocht waarbij ook sprake is van Nederlandse betrokkenheid.

Made in China

Kleding die grotendeels gemaakt is in Noord-Korea krijgt echter het label ‘Made in China’. Het team analyseerde de import-en exportgegevens van Chinese bedrijven die aan grote Europese en Amerikaanse kledingmerken leveren en kon zo achterhalen dat sommige bedrijven gebruikmaken van Noord-Koreaanse arbeidskrachten. Terwijl bekend is dat deze arbeiders worden uitgebuit en hun mensenrechten worden geschonden. Daarom roept het LeidenAsiaCentre op tot meer transparantie en eerlijke arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie.

Eerdere rapporten over Noord-Koreaanse dwangarbeid

Het LeidenAsiaCentre bracht in 2018 en 2016 ook al rapporten uit waarin gewaarschuwd werd dat Europese en Nederlandse bedrijven gebruikmaken van Noord-Koreaanse dwangarbeiders op onder andere Poolse scheepswerven. Dankzij deze tewerkstelling beschikt het Noord-Koreaanse regime over buitenlandse valuta waarmee wapens gekocht kunnen worden. Naar deze misstanden op Poolse scheepswerven loopt nu een gerechtelijk vooronderzoek.

Arbeidsuitbuiting in Pakistan

De tweede case study in het rapport betreft de aanleg van de snelweg M4 in Pakistan. Dit project wordt mede gefinancierd door de Asian Development Bank en de Asian Infrastructure Investment Bank. De Nederlandse staat is stakeholder in beide banken en de snelweg wordt dus mede gefinancierd met geld uit Nederland. De Asian Development Bank heeft zich als eerste multilaterale ontwikkelingsbank gecommitteerd om de richtlijnen van de International Labour Organisation na te leven. Maar uit interviews met de bouwvakkers van het M4-project blijkt dat de arbeidsomstandigheden zeer slecht zijn. Ze worden onderbetaald en doen gevaarlijk werk zonder goede beschermingsmiddelen. Veel medewerkers hebben geen officieel contract en worden ingehuurd door illegale onderaannemers. De onderzoekers stellen dat er een veel beter toezicht nodig is op de arbeidsomstandigheden binnen de projecten van deze Aziatische ontwikkelingsbanken die Nederland mede financiert.

Paul van der Heijden: bedrijven hebben de zorgplicht hun productie te onderzoeken.

Politiek en bedrijfsleven aan zet

Bij de presentatie van het rapport in het Haagse perscentrum Nieuwspoort noemde Breuker het schokkend dat de Nederlandse samenleving dit soort wanpraktijken toestaat. Hij legde de bal neer bij de politiek en het bedrijfsleven om deze moderne vormen van slavernij nu aan te pakken. Sjoerd Sjoerdsma, Tweede Kamerlid en buitenlandwoordvoerder voor D66, is het daar mee eens: ‘Ik ben geschrokken dat er in Nederlandse winkels producten liggen die door Noord-Koreaanse slavernij vervaardigd zijn.’ Sjoerdsma vindt dat de overheid, eventueel door scherpere wetgeving, samen met het bedrijfsleven deze praktijken moet bestrijden.

Sjoerd Sjoersma (midden): het bedrijfsleven en de overheid moeten dit samen oppakken.

Zorgplicht

‘Er is een zorgplicht voor de betrokken bedrijven die de richtlijnen van maatschappelijk verantwoord ondernemen onderschrijven’, aldus Paul van der Heijden, Leids hoogleraar Internationaal arbeidsrecht. ‘Bedrijven moeten bereid zijn onderzoek te doen in de toeleveringsketen van hun producten.’ Jef Wintermans, coördinator Convenant Duurzame Kleding en Textiel van de Sociaal Economische Raad (SER), zei dat het rapport zeker handvatten biedt om verder onderzoek te doen. De SER moet controleren of de kledingindustrie zich houdt aan de afspraken in het Convenant Duurzame Kleding en Textiel. Voorkomen van dwangarbeid in de productieketen is een van de thema’s waaraan de ondertekenaars van het convenant zich gecommitteerd hebben. Naar aanleiding van dit rapport kwamen de partijen van het Convenant Duurzame Kleding en Textiel met een gezamenlijke verklaring waarin ze alle aangesloten bedrijven oproepen hun productieketens te onderzoeken op misstanden.  

Lees het volledige onderzoeksrapport 'Tightening Belts: Two regional case studies on corporate social responsibility'

Bannerfoto: een textielatelier in China: Lindsay Mailzland
Overige foto's: Monique Shaw
Mail de redactie

Het LeidenAsiaCentre is een onafhankelijk onderzoekscentrum dat verbonden is aan de Universiteit Leiden. Het onderzoeksteam bestaat uit Aziëdeskundigen, mensenrechtenspecialisten en arbeidsrechtdeskundigen. Het centrum publiceert maatschappelijke studies over het moderne Oost-Azië.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie