Universiteit Leiden

nl en

De Universiteit Leiden wordt elke dag een beetje duurzamer

10 oktober is de Dag van de Duurzaamheid. Hoe staat het met de duurzaamheid bij de Universiteit Leiden? Het schiet op. Hoogleraar Milieubiologie en decaan van de Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen, Geert de Snoo, schetst alweer een nieuw vergezicht: biodiversiteit.

Het Milieubeleidsplan 2016-2020 van de Universiteit Leiden is erg breed. Het betreft zowel duurzame huisvesting en energiebesparing als duurzaam inkopen en het verminderen en scheiden van afval. Elk half jaar stelt de afdeling Veiligheid, Milieu en Gezondheid nauwgezet vast wat de status is van elk aspect. Alles overziend ziet het er al best ‘groen’ uit. Zo worden alle nieuwbouw- en renovatieprojecten, inclusief sloop, kritisch langs een hoge lat van duurzaamheid gelegd. Die lat is een internationale set van criteria, vastgelegd in BREEAM (zie kader). Alle projecten liggen op schema. Hetzelfde geldt voor de beperking en vergroening van het energieverbruik: gas en elektriciteit.

Voor het nieuwe Gorlaeusgebouw hoeft geen gas meer te worden aangekocht voor verwarming.

CO2-footprint

Belangrijk is de zogenoemde CO2-footprint, de bijdrage van de Universiteit Leiden aan de uitstoot van CO2, verantwoordelijk voor het broeikaseffect. Het streven is die footprint met 50% te verminderen in de periode 2016-2020. Het streven ligt ruim op schema. Alleen is het punt dat er niet voldoende 'groen' gas beschikbaar is. Daarom koopt de Leidse universiteit certificaten in waarmee elders CO2-winst wordt behaald. Dat gebeurt bijvoorbeeld in een project in Kenia waarbij koken op open houtvuur wordt vervangen door zogenoemde cook stoves. Er is veel minder hout nodig omdat de houtverbranding efficiënter is. Dat scheelt houtkap en het is gezonder dan open vuur. Het levert de vrouwen ook tijd op om te ondernemen omdat houtsprokkelen en koken minder tijd vergen.

Eten, drinken en afval

Ook het eten en drinken in de universitaire restaurants voldoet meer en meer aan de geformuleerde criteria. Dat zijn: biologisch, fair trade en bij voorkeur van lokale herkomst. Dat gaat langzamer dan gedacht: een kwart van het aangeboden voedsel voldoet nu aan die eisen maar 80% blijkt niet zo snel haalbaar als gehoopt. De zogenoemde coolers waaruit je koud water kon tappen, zijn volgens plan uit veel gebouwen verwijderd. Want waarom geen kraanwater drinken? In plaats van de coolers worden – buiten de geijkte locaties als wasbakken bij toiletten en keukens/pantry’s -  (kraan)watertappunten aangelegd waaronder je je waterflesje kunt vullen (project 'Join the Pipe'). Echter, niet overal wil men afscheid nemen van de coolers.
Op veel punten blijkt dat iets willen ook echt tot het beoogde resultaat leidt. Maar dat is dus niet altijd zo. Bij het scheiden van afval doet zich een heel ander, algemeen maatschappelijk probleem voor namelijk dat afvalverwerkers met vervuilde plastics niks kunnen; het kost te veel om er producten van te maken dus zijn er geen afnemers voor.

Geert de Snoo bij de 26 slootjes voor milieubiologisch onderzoek die onlangs werden geopend.

Grote klapper

Maar het algemene beeld is positief, vindt ook Geert de Snoo, decaan van de Faculteit Wiskunde en Natuurkunde en hoogleraar Milieubiologie. Hij is tevreden over de voortgang die wordt geboekt. Met name de nieuwbouw van zijn faculteit – de eerste fase is klaar, met de tweede wordt begonnen – is een grote klapper. ‘De warmte/koude-opslag zorgt ervoor dat geen gas meer nodig is voor verwarming. Er is alleen nog wat gas nodig voor gebruik in de laboratoria. Ook dat wordt vergroend via compensatie elders. De elektriciteitsbehoefte is enorm teruggebracht en er zijn hoge BREEAM-scores gerealiseerd.’ Voor de tweede fase wordt hetzelfde nagestreefd. Ook voor de nieuwbouw van Geesteswetenschappen is warmte/koude-opslag een reële mogelijkheid. Verder worden waar mogelijk zonnepanelen aangelegd zoals op de Oude UB, het Einthovengebouw, het collegezalengebouw van Wiskunde en Natuurwetenschappen, het Van Steenisgebouw en het Kamerlingh Onnes Gebouw.

Betere zichtbaarheid

De Snoo vertelt dat in 2014 de aanzet is gegeven tot een meer systematisch aanpak. ‘De Universiteit Leiden deed van alles aan duurzaamheid maar het was onvoldoende zichtbaar. Dat moest beter. In 2016 waren we de snelste stijger in Sustainabul, de landelijke duurzaamheidsranking voor het hoger onderwijs. We stonden toen op 5 en dit jaar al op 3. Mooi toch? Ik ben ook blij met de betrokkenheid van studenten, bij Sustainabul en natuurlijk in LUGO.' (Zie kader.)

Ranking is aanjager

De Snoo legt uit dat meedoen aan zo’n ranking niet alleen de zichtbaarheid van je inspanningen vergroot maar ook fungeert als aanjager. ‘Op criteria waarop je niet zo goed scoort wil je het beter doen, dus daar ga je aan werken.’ Om die reden wil hij dat de Universiteit Leiden ook mee gaat doen aan de UI Green Metric, een internationale, wereldwijde duurzaamheidsranking voor universiteiten. ‘Ambitieus, maar waarom niet? Stel dat we in de top 200 komen, dat zou toch geweldig zijn? Internationale studenten, al 10% van onze studentenpopulatie, zijn erg kritisch op duurzaamheid, dat merken we.’

Lonkend vergezicht

Er moet nog veel gebeuren, stelt De Snoo. Maar dat weerhoudt hem niet van een lonkend vergezicht. ‘Je mag best al vooruit denken, en dan denk ik aan biodiversiteit.’ Het huidige Milieubeleidsplan komt als het ware niet of nauwelijks buiten de muren van de gebouwen maar er is ook buitenruimte. Een aantal gebouwen heeft een (binnen)tuin, zoals de Oude UB, maar de grootste mogelijkheden liggen volgens De Snoo op het Bio Science Park, grotendeels gerealiseerd op universitair terrein. ‘Het heet toch Bio Science Park!’, zegt De Snoo enthousiast. ‘Daar kun je via gerichte beplanting een paradijs voor vogels, vlinders en bijen van maken. Maar: de uitvoering van het Milieubeleidsplan is nu natuurlijk de eerste prioriteit.’

(CH)

  • Milieubeleidsplan 2016-2020
  • De duurzame universiteit: dossier van de Universiteit Leiden waarin alle informatie over het duurzaamheidsstreven bij elkaar staat, alsook het onderwijs en onderzoek op dit gebied.
  • Duurzaamheid in beeld: interactieve site waarop per locatie te zien is hoe de energiebesparing bij de Universiteit Leiden zich ontwikkelt.
  • LUGO: Leiden University Green Office. Zes studenten (student-assistenten) werken aan concrete duurzaamheidsprojecten, zoals het het vergroten van de bewustwording bij medewerkers en studenten, het vervangen van bronwatercoolers door kraanwatertappunten en het verkopen en bevorderen van het gebruik van hervulbare waterflesjes.
  • BREEAM: internationaal stelsel van duurzaamheidscriteria voor nieuwbouw, renovatie, sloop en gebiedsontwikkeling. De Leidse universiteit streeft voor nieuwbouw minimaal naar de kwalificatie very good, voor sloop naar excellent en voor gebiedsontwikkeling naar very good. Voor renovatie zijn nulmetingen verricht.
  • Sustainabul: landelijke duurzaamheidsranking voor het hoger onderwijs.
  • UI Green Metric: wereldwijde duurzaamheidsranking voor universiteiten.