Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Van Ent tot Ork: hoe Tolkien middeleeuwse bronnen recyclede

De beroemde schrijver Tolkien was naast auteur van een klassieker als The Hobbit ook hoogleraar Engelste taal- en letterkunde in Oxford. Hoe verwerkte hij zijn onderzoek in zijn fictie? Daarover gaat een internationaal congres op 18 juni in Leiden.

‘Fictie leidde Tolkien teveel af’

Hij was maar liefst veertig jaar professor. Toch heeft John Ronald Reuel Tolkien (1892-1973) relatief weinig wetenschappelijke werken gepubliceerd: zo’n dertig artikelen en geen enkel boek. Een klein aantal artikelen over oude middeleeuwste talen wordt wel nog steeds gewaardeerd en gebruikt, zegt de Leidse cultuurhistoricus Thijs Porck, medeorganisator van het congres. 

Tolkien was hoogleraar in Oxford.

Hoe kijken wetenschappers naar Tolkien? Die vraag staat centraal tijdens het congres. Hedendaagse onderzoekers citeren nog altijd Tolkiens commentaar op het middeleeuwse gedicht Beowulf, aldus Porck. ‘Tolkien was bij leven al een bekende en gewaardeerde wetenschapper. Zijn collega’s vonden het jammer dat hij zoveel tijd besteedde aan zijn fictieboeken als The Hobbit, omdat het hem te veel zou afleiden van het academische werk.’

Drakenscène uit Beowulf

Maar in zijn fictie verwerkte Tolkien heel veel van zijn wetenschappelijke kennis van oude middeleeuwse talen. Ent, Ork en Warg zijn bijvoorbeeld Oudengelse woorden en dat geldt ook voor de namen van het paardenvolk Rohirrim in The Lord of the Rings. Ook veel thema’s komen voort uit oude sagen en gedichten. Het verstoren van de draak Smaug door Bilbo, een scène uit The Hobbit, ontleende Tolkien direct uit Beowulf. 

Het manuscript van Beowulf.

Kosmologie in Tolkiens werk

Op het congres belichten wetenschappers uit tien landen uiteenlopende kanten van Tolkiens werk. De Leidse sterrenkundige Simon Portegies Zwart bespreekt de kosmologie in zijn boeken. Hij legt Tolkiens universum naast de hedendaagse kennis van het heelal.

Ontdekking middeleeuwse kaart

Porck geeft een lezing over Tolkiens gebruik van Angelsaksische bronnen. De cultuurwetenschapper ontdekte in een middeleeuws geschrift een kaart die opvallend veel lijkt op een dwergenkaart in The Hobbit. In beide kaarten staat het noorden links en ze bevatten vergelijkbare verwijzingen en opmerkingen naar bijvoorbeeld de aanwezigheid van dieren. 

De eerste editie van The Hobbit (1937)

Erfgoed springlevend

Daarnaast zijn er diverse wetenschappers die nieuwe inzichten presenteren: bijvoorbeeld hoe Tolkien zijn kennis van het Frans, Fins en Noors (Gandalf betekent in het Noors ‘elf met een magische staf’) verwerkte in zijn fictie. Tolkiens erfgoed is springlevend, benadrukt Porck. Ieder jaar verschijnen er wetenschappelijke artikelen met nieuwe inzichten en er bestaan zelfs wetenschappelijke tijdschriften die zich uitsluitend op Tolkien richten. 

Populair onder studenten

Ook bij studenten is de Britse auteur een grote hit. Porck geeft dit collegejaar voor het eerst een mastercursus over zijn werk. Studenten leren naast Tolkiens fictie ook zijn wetenschappelijke werk kennen. ‘Dankzij Tolkien leren telkens weer nieuwe generaties studenten haast spelenderwijs Oudengels.’

(LvP)