Universiteit Leiden

nl en

Boek

De filosoof en de filoloog: Brieven van twee Leidse hoogleraren (1879-1899)

Digitale editie van de correspondentie tussen de filosoof Gerardus Johannes Petrus Josephus (Gerard) Bolland (1854-1922) en de filoloog Pieter Jacob Cosijn (1840-1899), bestaande uit 46 brieven over de periode 1879 tot 1899.

Auteur
Thijs Porck
Datum
13 mei 2019
Links
Editie met digitale foto's van de brieven

‘Of gij niet eenigertijd als de verloren zoon tot de vleeschpotten van Vader Grimm zult terugkeren? Zoiets durf ik niet meer hopen’ (28-10-1888; brief 28). Deze woorden schreef Pieter Jacob Cosijn (1840-1899), hoogleraar Oudgermaans en Angelsaksisch te Leiden, op 28 oktober 1888 aan Gerardus Johannes Petrus Josephus (Gerard) Bolland (1854-1922). Laatstgenoemde had zich een aantal jaren verdiept in de Germaanse filologie, alvorens hij in 1881 naar Batavia was vertrokken voor een lucratieve baan als docent aan het gymnasium Willem III. In Nederlands Indië, ontwikkelde Bolland zich tot een vooraanstaand filosoof, maar de Oudgermanistiek liet hem niet los. In een brief aan Cosijn in 1885 sprak hij nog weemoedig over zijn ‘vroeger Germaniserend ik’ en stelde hij: ‘oude liefde roest niet, en ik heb grooten lust weer Germanist te worden’ (02-07-1885; brief 19). Toch kwam Cosijns voorspelling uit: na terugkeer uit Batavia in 1896 werd Bolland benoemd tot hoogleraar Wijsbegeerte in Leiden en nam hij definitief afscheid van de Germaanse filologie. 

De correspondentie tussen deze twee Leidse hoogleraren bestrijkt de periode 1879 tot 1899 en wordt in deze digitale, peer-reviewed editie ontsloten via het eLaborate platform van het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis. Het is een rijke correspondentie (c. 34 duizend woorden) met veel aanknopingspunten, waaronder:

Een uniek inzicht in de geschiedenis van de Oudgermanistiek in Nederland, Engeland en Duitsland

Bolland, hoewel voornamelijk bekend als filosoof, verdiepte zich eerst in de bestudering van het Oudengels (de vroegmiddeleeuwse variant van het Engels). Hij deed dit in Londen en Jena en werd daarbij gesteund door Cosijn, de hoogleraar Oudgermanistiek en Angelsaksisch te Leiden. De brieven van Bolland en Cosijn staan vol van taalkundige observaties (waaronder een van de vroegste systematische overzichten van het Katwijkse dialect, zie: Unieke bron over het Katwijks uit 1879 aan het licht gebracht), kritiek op gepubliceerde tekstedities en geroddel over collega’s. Bolland was bijvoorbeeld zeer kritisch over de hoogleraren in Jena, dat in die tijd juist hoog aangeschreven stond.

Pieter Jacob Cosijn (1840-1899), hoogleraar Oudgermaans en Angelsaksisch te Leiden

De bijzondere band tussen hoogleraar Cosijn en autodidactisch student Bolland

Hoewel Bolland een grotere naamsbekendheid geniet, is Cosijn de ware held van dit verhaal. De correspondentie maakt duidelijk hoe Cosijn zijn student ondersteunde bij het bestuderen van de Oudgermanistiek in Londen en Jena - hij droeg zelfs financieel bij, door geld in te zamelen bij zijn collega’s. Bolland, op zijn beurt, hield Cosijn op de hoogte van zijn vorderingen en stuurde hem onder meer een liefdesgedicht van zo’n 120 regels dat hij in het vroegmiddeleeuwse Engels had geschreven voor zijn verloofde. Toen Bolland om financiële redenen koos voor een baan als leraar aan het gymnasium Willem III in Nederlands Indië en uiteindelijk de Oudgermanistiek de rug toekeerde, bleef Cosijn hem steunen. Hij probeerde bijvoorbeeld uitgevers te vinden voor Bollands wijsgerige geschriften en zorgde er uiteindelijk voor dat Bolland in 1896 werd benoemd tot hoogleraar Wijsbegeerte in Leiden.

Gerardus Johannes Petrus Josephus (Gerard) Bolland (1854-1922), hoogleraar Wijsbegeerte in Leiden

De vormende jaren van Gerard Bolland, ’s lands meest roemruchte filosoof

Als hoogleraar filosofie was Bolland een invloedrijk figuur - hij zorgde bijvoorbeeld voor een opleving van de filosofie van Hegel en aan het einde van zijn leven genoot hij landelijke bekendheid (overigens niet alleen in positieve zin: zijn lezing De teekenen des tijds uit 1921 was uitgesproken antisemitisch en antidemocratisch). De brievenwisseling geeft inzicht in een vormende periode uit het leven van Bolland: zijn huwelijk met Klazina Bakker (voor wij hij een Oudengels liefdesgedicht schreef), hun leven in Nederlands Indië, de geboorte van hun zoon en hoe hij uiteindelijk zijn aanvankelijke liefde voor de Oudgermanistiek inruilde voor de filosofie.

Digitale editie met reproducties van de brieven

Via het innovatieve eLaborate platform van het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis kunnen gebruikers de editie van deze correspondentie lezen naast fotografische reproducties van de brieven. De editie is voorzien annotaties en een uitgebreide introductie en is online beschikbaar via via: http://correspondentie-bolland-en-cosijn.huygens.knaw.nl/ .

De filosoof en de filoloog: De correspondentie tussen G. J. P. J. Bolland en P. J. Cosijn (1879-1899) maakt onderdeel uit van het project “My former Germanicist me”: G. J. P. J. Bolland (1854-1922) as an Amateur Old Germanicist, mede mogelijk gemaakt door het LUF/Bolland fonds.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie