Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Internet bezorgt Friese brief uit 1780

Bij onderzoek naar door Engelsen op zee buitgemaakte brieven is een brief van schipper Tjebbe Rinkes uit Warns gevonden. Eind oktober 1780 gaf Rinkes de brief in Lissabon aan een collega mee, maar onderweg naar Holland onderschepten Engelsen de boot. De brief kwam nooit aan bij zijn Rinkes vrouw Fok Sierds in Warns, maar belandde in de National Archives in Londen. Nu kan de brief alsnog gelezen worden, ook in Warns, dankzij het internet.

Bij onderzoek naar door Engelsen op zee buitgemaakte brieven is een brief van schipper Tjebbe Rinkes uit Warns gevonden. Eind oktober 1780 gaf Rinkes de brief in Lissabon aan een collega mee, maar onderweg naar Holland onderschepten Engelsen de boot. De brief kwam nooit aan bij zijn Rinkes vrouw Fok Sierds in Warns, maar belandde in de National Archives in Londen. Nu kan de brief alsnog gelezen worden, ook in Warns, dankzij het internet.

Sinds 2008 geeft de Leidse hoogleraar Marijke van der Wal leiding aan het project Brieven als buit. Doel is het taalgebruik te onderzoeken van 17e- en 18e-eeuwse privébrieven die door de Engelsen op zee in beslag zijn genomen. De circa 15.000 brieven vertonen een heel spectrum van schrijfvaardigheid: van onbeholpen tot zwierig. Dat maakt het project erg boeiend.'

Toen Van der Wal een brief met Fries erin onder ogen kreeg, tipte ze meteen haar Leidse collega Rolf Bremmer, bijzonder hoogleraar Fries. Bremmer: 'Er zijn maar weinig Friese brieven uit de 18e eeuw bekend, dus elke nieuwe is winst.'

Overschakelen op het Fries

Opvallend is, dat Tjebbe zijn vrouw in goed Hollands schrijft, maar overschakelt op het Fries als hij zijn moeder aanspreekt. En dat is niet de eerste keer: “Dit is, leeu [geloof] ik, wol het toolfde of het 13 brief al, der [die] ik dij [jou] hier vandenne stierd [gestuurd] heb”, schrijft hij trots. En “Ik tienke [denk], dat ik en goe nemme [naam] bij de vroulie [vrouwen] te Wans sol krije, omdat ik so trou schriu [schrijf]”.

We weten nu, dat er toen “gewone” mensen waren die het Fries niet alleen in huiselijke kring spraken, maar het ook in brieven gebruikten. Wel valt het op dat de schrijflustige Tjebbe zijn vrouw in het Hollands schrijft, maar zijn “mim” in het Fries. Dat kan erop wijzen, dat het Fries ook in de Zuidwesthoek van Friesland al op de terugtocht was aan het eind van de 18e eeuw.

De brief met vertaling en toelichting van Bremmer, kan gelezen en bekeken worden op de website van het project 'Brieven als Buit'.

(Faculteit Geesteswetenschappen, 17 maart 2012)