Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

In memoriam Professor dr. Jan Cornelisse

Op 2 november jongstleden overleed, na een kort ziekbed, op 72-jarige leeftijd onze collega en goede vriend Jan Cornelisse.

Jan Cornelisse

Professor Cornelisse was een geïnspireerd onderzoeker in de organische chemie die zich in zijn onderzoek liet leiden door zijn nieuwsgierigheid naar het onbekende. Daarnaast was hij een begenadigd docent, zowel voor studenten aan wie hij door de jaren heen verschillende aspecten van de organische chemie heeft bijgebracht, als voor jongere collega’s die hij de fijne kneepjes van het colllege geven leerde. Met het overlijden van Jan Cornelisse verliest de Universiteit Leiden een markant academicus die in belangrijke mate mede vorm gegeven heeft aan de organische chemie binnen het Leids Instituut voor Chemisch Onderzoek.

Zijn carrière

Jan Cornelisse is 42 jaar in dienst geweest van de Universiteit Leiden. Hij begon zijn carrière in 1959 als wetenschappelijk assistent onder leiding van de toenmalige hoogleraar Organische Chemie Dr. Egbert Havinga. Na de rangen van wetenschappelijk medewerker en lector te hebben doorlopen werd hij in 1979 benoemd tot hoogleraar in de Organische Chemie. Deze positie heeft hij bekleed tot aan zijn pensioen in 2002, waarna hij, middels een nulaanstelling, verbonden bleef aan de universiteit. Zodoende konden collega’s in de Gorlaeus Laboratoria, zijn standplaats, nog tot zeer kort geleden profiteren van zijn kennis en goede raad.

Gedurende zijn carrière heeft Jan Cornelisse met ruim 150 studenten onderzoek gedaan, in het bijzonder aan de organische chemie van aromatische verbindingen. Hij is verder vier keer co-promotor geweest en is 53 keer als promotor opgetreden. Zijn werk heeft geresulteerd in 131 wetenschappelijke publicaties. Zijn wetenschappelijk onderzoek werd gekenmerkt door in de kern heel eenvoudige vragen als ‘Wat gebeurt er als we een aromatische verbinding blootstellen aan fotonen van een bepaalde energie?’ of: ‘Wat gebeurt er als we electronen toevoegen aan deze organische verbinding?’ De uitkomst van dergelijke experimenten was vrijwel altijd verrassend en leidde tot nieuwe inzichten in de fotochemie en de chemie van electronoverdrachtsprocessen. Deze inzichten kon Jan Cornelisse op voortreffelijke wijze beschrijven, niet alleen in zijn wetenschappelijke publicaties maar ook en vooral in de colleges die hij over deze onderwerpen doceerde. En tenslotte leidde de uitkomst van een experiment dat naar tevredenheid geduid was altijd weer tot een nieuwe vraagstelling, en tot nieuwe uitdagingen.

Veel Leidse studenten chemie zullen zich de colleges van Jan Cornelisse herinneren. Hij heeft door de jaren heen aan eerstejaars tot en met afstudeerders zo ongeveer alle organische chemie gerelateerde vakken gedoceerd. Beroemd was zijn caputcollege fotochemie, en nog steeds veelgeroemd zijn college organisch IV. Dit laatste college wordt nu onder de noemer ‘Advanced Organic Chemistry’ in een grotendeels ongewijzigde vorm nog steeds gegeven, en is nog steeds één van de meest populaire colleges in de masterfase chemie. Studenten konden voorts altijd een voorbeeld nemen aan de student Jan Cornelisse, die het studiemateriaal waaruit hij les gaf ter voorbereiding letterlijk kapot bestudeerde. 
Naast zijn bezigheden als onderzoeker en onderwijzer heeft Jan Cornelisse ook verschillende bestuursfuncties vervuld. Hij was onder andere lid van het bestuur van de vakgroep Organische Chemie, de subfaculteit Scheikunde, en de faculteit Wiskunde & Natuurwetenschappen. Hij is tevens jarenlang bestuurslid, en later voorzitter, geweest van de stichting Havinga-fonds.

In alles handelde Jan Cornelisse indachtig zijn lijfspreuk: 
‘Oh Lord, help me to keep my big mouth shut, until I know what I’m talking about.’

We zullen hem missen. 

Gerrit Lodder 
Gijs van der Marel 
Herman Overkleeft 
Jaap Brouwer