Logo Universiteit Leiden.

nl en

Hoe worden talen geleerd?

Een gedeelde vraag voor onderzoek bij LUCL en ICLON

De titel van deze blog bevat een Grote Vraag: ‘Hoe worden talen geleerd?’ Ik zou zeggen dat dit een intrigerende vraag is, gezien hoe snel kinderen de enorme hoeveelheid kennis en vaardigheden leren die nodig zijn voor succesvolle communicatie. Ze beginnen met huilen, giechelen en wat geluiden brabbelen, en op driejarige leeftijd praten ze je de oren van het hoofd. Deze grote vraag is een van de fundamentele vragen van het brede onderzoeksveld van de taalwetenschap. ‘Hoe worden talen geleerd’ is óók een van de grote vragen voor praktijkgericht onderzoek op het gebied tweedetaaldidactiek.

Fundamentele vragen in de taalwetenschap

Als we de andere drie fundamentele vragen in de taalwetenschap beschouwen, kunnen we zelfs concluderen dat deze vragen gerelateerd zijn aan de eerste, fundamentele,  leerbaarheidsvraag, en dus ook relevant zijn voor onderzoek naar tweedetaaldidactiek:

  • Hoe verschillen talen over de hele wereld (zijn talen even makkelijk of moeilijk te leren)?
  • Hoe veranderen talen in de loop van de tijd (hoe leidt taalleren tot taalverandering)?
  • En hoe wordt taal in realtime geproduceerd en begrepen (hoe leiden cognitieve processen tot taalverwerving en hoe zijn de cognitieve processen hetzelfde of verschillend voor vroege en late taalleerders)?

Taalwetenschappers hanteren verschillende invalshoeken bij het aanpakken van deze kwesties. De vraag hoe talen verschillen is vooral een structurele kwestie, en taalkundigen hebben talen op verschillende niveaus beschreven: van het niveau van klanken tot het niveau van tekst- of discoursorganisatie. Hoe en waarom talen veranderen is vervolgens vooral een sociale vraag, omdat talen veranderen door generaties heen, door contact tussen talen door migratie, en vanwege de behoefte van mensen om bij sociale groepen te horen.

De vraag hoe talen in realtime worden verwerkt is cognitief, waarbij taalwetenschappers onderzoeken hoe en welke cognitieve processen in het brein bezig zijn, bijvoorbeeld tijdens de fenomenale taak om te luisteren en te spreken met ongeveer vijf woorden per seconde. Voor tweedetaaldidactiek zijn dezelfde structurele, sociale en cognitieve opvattingen over taal relevant om de directere praktijkgerichte vraag ‘Hoe taal te onderwijzen?’ te beantwoorden.

Een unieke positie voor onderzoek in vreemde talenklassen

Dit betekent dat voor dergelijk praktijkgericht onderzoek een enorme hoeveelheid relevant onderzoek beschikbaar is, evenals een uitgebreide traditie in onderzoeksmethoden. Als we dit vergelijken met onderzoek naar didactiek van andere schoolvakken, blijkt dat deze situatie voor vreemde talen als schoolvakken uniek is. Neem bijvoorbeeld biologie. Het is niet zo dat het onderzoeksveld biologie zich vooral bezighoudt met de vraag: ‘Hoe wordt biologie geleerd?’ En de belangrijkste onderzoeksvraag van geschiedenis is niet ‘Hoe leren mensen Geschiedenis?’, enzovoort.

Praktijkgericht onderzoek en fundamenteel onderzoek basis voor pedagogiek van vreemde talen

Mijn conclusie voor dit stuk is dat zowel fundamenteel als praktijkgericht onderzoek nodig is om taalverwerving en -onderwijs in de klas beter te begrijpen en te bevorderen. Om bijvoorbeeld succesvolle didactieken voor het onderwijzen van werkwoordsvormen in het Spaans te onderzoeken, moeten onderzoekers eerst weten welke werkwoordsvormen problematisch zijn en waarom. Of voor (onderzoek naar) het onderwijzen en beoordelen van spreekvaardigheid is het eerst noodzakelijk om het concept van spreken op een fundamentele manier te begrijpen, vanuit verschillende invalshoeken (sociaal, cognitief). Omdat onderzoek naar het leren van vreemde talen deels voortbouwt op de uitgebreide onderzoekstraditie van de taalwetenschap, kunnen en moeten we deze unieke situatie benutten. We moeten samenwerken met onderzoekers die in de taalwetenschap werken aan de meer fundamentele onderdelen van de grote kwesties. Aan de Universiteit Leiden is er al interactie tussen het Leiden University Centre for Linguistics (LUCL) van de faculteit geesteswetenschappen en het praktijkgerichte onderzoek van het ICLON. Ik hoop dat we de samenwerking in de toekomst nog sterker kunnen maken, bijvoorbeeld via het Language Learning Resource Centre en door samen als docenten te werken aan de tweejarige MA voor (vreemde) talen.

Deze website maakt gebruik van cookies.