Universiteit Leiden

nl en

Het bevorderen van international criminal justice

Hoe moet de internationale gemeenschap reageren als er sprake is van genocide, oorlogsmisdrijven of misdrijven tegen de menselijkheid? Hoe kan zij de daders berechten, herhaling voorkomen en internationale eensgezindheid bevorderen en daarbij afstanden en cultuurverschillen overbruggen? De juristen van het Grotius Centre zoeken het uit en helpen zo organisaties die wereldwijde international criminal justice beter te functioneren.

De impact van het Strafhof

In juni 2012 deed het Internationaal Strafhof voor het eerst uitspraak in een strafzaak. Het veroordeelde de Congolese rebellenleider Thomas Lubanga tot twaalf jaar gevangenisstraf onder meer voor het op grote schaal ronselen en inzetten van kindsoldaten. 22 strafzaken zijn sinds 2002 voor het Hof gebracht die betrekking hebben op 9 conflicten, alle in Afrika. In 2 gevallen heeft dit inmiddels geleid tot een veroordeling. Juristen van het Grotius Centre, onder wie Carsten Stahn, Larissa van den Herik, en Bill Schabas , onderzoeken onder meer de impact van besluiten van het Strafhof in landen waarin de te berechten misdaden zijn gepleegd. Dat zijn veelal landen waar de rechtsstaat nog in ontwikkeling is. Met een team onderzoekers analyseren zij berichten in de media, doen enquêtes en houden interviews met slachtoffers en lokale rechtshandhavers. Ze doen ook suggesties om de wensen en gewoonten van de getroffen gebieden en het Strafhof beter op elkaar af te stemmen. Een nauwere samenwerking van het Strafhof met lokale autoriteiten zou bijvoorbeeld een stap in de goede richting kunnen zijn.

Neokolonialisme?

‘Het nog jonge Strafhof wil graag dat de inwoners van getraumatiseerde landen zoals Congo het gevoel hebben dat uit hun naam wordt rechtgesproken’, licht Larissa van den Herik het onderzoek toe. ‘Maar dat is niet vanzelfsprekend, wanneer je vonnissen velt vanuit een Haagse buitenwijk. Sommige Afrikanen beschouwen het Strafhof als een vorm van neokolonialisme. Dit brengt de vraag aan de orde wanneer internationale juridische interventie op zijn plaats is. Is verkiezingsgeweld iets voor het Internationaal Strafhof? Is het Hof te veel op Afrika gericht? Kan het Hof een rol spelen in het Midden Oosten, in Palestina of met betrekking tot IS? Dit zijn vragen waarvoor de Leidse en Haagse onderzoekers naar antwoorden zoeken, en waarbij zij het recht analyseren in de context van de politieke en internationale gemeenschap.

Het Internationaal Stafhof in Den Haag (foto Vincent van Zeijst, via Wikipedia Commons)
Het Internationaal Stafhof in Den Haag (foto Vincent van Zeijst, via Wikipedia Commons).

Straffen en verzoenen

Het Internationaal Strafhof is slechts één instrument om international criminal justice te bevorderen. Daarnaast zijn er ad hoc tribunalen (zoals het Joegoslaviëtribunaal, het Libanon tribunaal en het Sierra Leone tribunaal), onderzoekscommissies voor internationaal onderzoek  (bijvoorbeeld naar mensenrechtenschendingen in Darfur) en commissies voor waarheid en verzoening (zoals in Zuid-Afrika). In een globaliserende wereld is het logisch dat steeds meer rechterlijke, maar ook niet-rechterlijke organisaties zich inzetten voor vrede en gerechtigheid over de grenzen heen. Onderzoekers van het Grotius Centre proberen ervoor te zorgen dat al deze organisaties goed samenwerken. Ze beleggen bijvoorbeeld seminars waar alle betrokkenen met elkaar in gesprek gaan.  Of ze stellen richtlijnen en best practices op. Zo wordt voorkomen dat ieder voor zich het wiel uitvindt, of dat slachtoffers over hun traumatische ervaringen bij herhaling door verschillende instanties worden gehoord. Een meer theoretische vraag is of niet-rechterlijke commissies het recht anders toepassen dan rechters, en wat de gevolgen hiervan zijn.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie