Universiteit Leiden

nl en

Eerste toedieningen geneesmiddel aan de mens optimaal benutten

Zoveel mogelijk informatie verzamelen bij de toediening van een nieuw geneesmiddel aan mensen, kan veel kosten besparen in de verdere ontwikkeling van een middel en de veiligheid voor patiënten vergroten. Bovendien wordt snel duidelijk als een veelbelovende stof toch niet geschikt is als geneesmiddel. Het Centre for Human Drug Research (CHDR) in Leiden heeft methoden ontwikkeld om deze doelen te bereiken.

Hoe meet je bij gezonde vrijwilligers en patiënten de gewenste en ongewenste effecten van een potentieel nieuw geneesmiddel? Hoe vertaal je de beschikbare kennis uit het laboratorium in veilige en informatieve experimenten met menselijke proefpersonen? Welke metingen, proeven of scans leveren de meeste betrouwbare informatie op? Dat is het soort vragen waar de klinisch farmacologen van CHDR de antwoorden op zoeken. Dagelijks worden hier geneesmiddelen getest, meestal in opdracht van sponsors uit de farmaceutische industrie maar ook heel vaak in samenwerking met onderzoekers van LUMC en Universiteit Leiden. Vroeger werden nieuwe geneesmiddelen alleen door de farmaceutische industrie ontwikkeld, maar in toenemende mate worden middelen direct ontwikkeld in het LUMC.

Leidse Rode Loper - Deel 4 van 9: Klinisch onderzoek
 

'Pijnlijke' tests

CHDR onderzoekt geneesmiddelen tegen uiteenlopende klachten en ziekten, van pijn tot dementie, van multiple sclerose tot hart- en vaatziekten, van psychiatrische aandoeningen tot trombose. Een nieuw middel wordt meestal eerst getest in gezonde vrijwilligers. Ook al zijn zij zelf niet ziek of hebben zij geen pijn, met gerichte tests kan er wel veel nuttige informatie verzameld worden. Zo kan duidelijk worden of het middel de plek bereikt waar het moet werken (bijvoorbeeld de hersenen). Ook kunnen verschillende effecten in kaart worden gebracht, bijvoorbeeld als de proefpersoon er minder alert door wordt. Met beeldvormende technieken zoals PET-scans en MRI kan gekeken worden waar het middel terechtkomt en of het veranderingen veroorzaakt. En om het effect van een pijnstiller te meten, heeft het CHDR een aantal 'pijnlijke' tests, zoals afwisselende warmte en kou. De klinisch farmacologen kijken telkens ook of er een verband is tussen veranderingen bij de proefpersoon en de concentratie van het middel in het bloed. Als die verandering (bijvoorbeeld pijnstilling, of een bijwerking zoals duizeligheid) gelijk opgaat met de hoeveelheid geneesmiddel, is het waarschijnlijk een effect van dat geneesmiddel.

Gezonde of zieke proefpersonen

De laatste jaren doet CHDR steeds meer onderzoek bij patiënten. Daar is ruimte genoeg voor in het nieuwe gebouw in het Leidse BioScience Park, waar de bovenste verdieping helemaal is ingericht voor gezonde of zieke proefpersonen. En soms worden ook studies verricht bij patiënten in het LUMC of het VUmc in Amsterdam. In alle gevallen gaat het om kleine aantallen patiënten bij wie gekeken wordt of het nieuwe middel zijn belofte enigszins waar kan maken. CHDR richt zich vooral op deze vroege fases in de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen, al doet het Leidse onderzoeksinstituut de laatste jaren ook vergelijkende studies bij honderden patiënten. Zo'n grote studie is voor farmaceutische bedrijven een hele investering. Het is dus winst als dankzij het onderzoek bij CHDR in een vroeg stadium duidelijk wordt dat een veelbelovende stof toch niet geschikt is. Of als men een betere inschatting kan maken van de meest effectieve en veiligste dosis. Voor patiënten is de winst eveneens duidelijk: een effectieve behandeling met zo min mogelijk bijwerkingen.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie