Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Dag van de Talen

Hoeveel talen spreken ze in Indonesië? Bestaat er een land Swahilië? Op de Dag van de Talen, 26 september, gaan Leidse docenten antwoord geven op deze en andere vragen aan leerlingen uit groep 8 en de brugklas. Ze geven hun lessen op het Rijnlands Lyceum.

Wereldtop

De school uit Oegstgeest doet voor de tweede keer mee aan de dag die door het Europees Platform wordt georganiseerd. Ieder jaar wisselt het thema. Dit jaar is het Vreemde taal, nieuw verhaal! Het lag voor de hand om de Universiteit Leiden om hulp te vragen bij de invulling van dit thema. De Faculteit der Geesteswetenschappen biedt immers een ruime keuze aan exotische talen. Het Leiden University Centre for Linguistics (LUCL) herbergt een groot aantal specialisten die allen behoren tot de wereldtop in hun vakgebied. Voor talen oostelijker dan Iran, westelijker dan Ierland en zuidelijker dan de Sahara, kan je in Nederland alleen in Leiden terecht, maar ook in de gebieden binnen deze grenzen is het LUCL goed thuis.

Brugklasleerlingen

Het Rijnlands Lyceum organiseert de lessen voor de tweede keer voor zijn eigen brugklasleerlingen. Dit jaar zijn ook leerlingen van groep 8 van basisscholen uit Leiden, Leiderdorp, Warmond, Noordwijk en Oegstgeest uitgenodigd. ‘Vorig jaar konden wij putten uit een grote groep docenten’, aldus Cora Reitsma van het Rijnlands Lyceum. ‘Eigen docenten, afkomstig uit een andere cultuur, eigen leerlingen van de internationale afdeling van onze school, oud-leerlingen die een buitenlandse stage hebben gevolgd of een vreemde taal studeren en een enkele ouder.’ Er waren vorig jaar ook een paar docenten van de Universiteit.

Happening

Reitsma: ‘Het was vorig jaar een groot succes. We hebben de eerste prijs gewonnen van het Europees Platform voor origineelste Dag van de Talen. Uiteraard hebben we toen besloten om het nogmaals te organiseren.’ In totaal biedt de school 26 lessen in 23 talen. Daarvan worden er tien verzorgd door Leidse docenten, van Hongaars tot Japans en van Pools tot Swahili (zie lijstje). De in totaal 250 brugklassers en basisschoolleerlingen kunnen gedurende een programma dat de hele ochtend duurt, drie verschillende taallessen kiezen van steeds 40 minuten. ‘Op dit moment weten we nog niet of we deze happening ook volgend jaar zullen organiseren’, zegt Reitsma.

Speelse manier

Voor de docenten die eigenlijk alleen ervaring hebben met lesgeven aan studenten, is het lastig om nu opeens voor een klas kinderen van elf tot dertien jaar te staan. Wat kan ik ze vertellen? En vooral hoe kan ik het ze vertellen, zodat ze het leuk blijven vinden? Dit zijn de grootste punten van zorg. De docenten hebben gekozen voor een speelse manier en zij die zelf kinderen hebben in de leeftijdscategorie van de doelgroep, hebben dankbaar gebruikgemaakt van hun ongezouten kritiek: ‘Wat is daar nou aan? Dat is toch zooooo saai!’

Quiz

Marian Klamer laat aan de hand van een oude schoolkaart van Nederlandsch Indië – met een inzet van Nederland op schaal – zien hoe groot Indonesië eigenlijk is. ‘Daarna vraag ik ze welke taal ze daar op school en tv spreken en ik laat ze raden hoeveel andere talen er daar nog zijn. Er zal wel niemand met het juiste antwoord: meer dan 700 komen.’ Aan de hand van voorwerpen en foto’s met situaties leert Klamer de kinderen vervolgens een aantal woorden en in een quiz test ze hoeveel ze ervan onthouden hebben.

Begroetingsritueel

Rinus Verdonschot confronteert de kinderen met een filmpje van een Japans begroetingsritueel. ‘Daar verstaan ze natuurlijk niets van, maar ik wil ervoor zorgen dat ze het aan het eind van de les wel kunnen verstaan.’ Hij streeft er zelfs naar dat de kinderen zich na de les zelf in het Japans kunnen voorstellen. Verder wil Verdonschot laten zien dat veel Japanse karakters gestileerde tekeningetjes zijn van de begrippen die ze uitbeelden, zoals: 山 ‘berg’ en 火 ‘vuur’. Jenneke van der Wal laat de kinderen puzzelen met werkwoorden in het Swahili, dat in een groot deel van Oost-Afrika de lingua franca is. ‘Bijvoorbeeld ni-li-enda betekent ‘ik ging’, tu-li-enda ‘wij gingen’ en ni-na-enda ‘ik ga’. Als je dat systeem door hebt, kan je met knippen en plakken een heel eind komen.’

Geheimtaal

Ook Jos Schaeken gooit het schrift van ‘zijn’ taal in de strijd. ‘Ik wil het Russische alfabet als ‘geheimtaal’ aan de kinderen presenteren. Sommige letters kennen ze al (K O M E T A), sommige zijn niet wat ze lijken (B, H, P, C) en sommige zijn totaal vreemd (Б, Д, Ж, И). Op het eind van de les kunnen ze dan hun naam schrijven en woorden als ТАКСИ, РЕСТОРАН en ПАСПОРТ herkennen.’ Verder laat Schaeken een stukje zien van de video die leerlingen van de middelbare school na zeven lessen Russisch (video) in het LAPP-Top-programma hebben gemaakt.

Taalgrenzen

Taal is natuurlijk onlosmakelijk verbonden met cultuur. Als taaldocent ontkom je er dan ook niet aan in een groot deel van de les daaraan aandacht te besteden. Bijvoorbeeld het feit dat Japanners voor elkaar buigen of dat ze met stokjes eten. Ook het inzicht dat landsgrenzen en taalgrenzen vaker niet dan wel samenvallen, komt aan de orde. De 700 talen van Indonesië werden al genoemd en Van der Wal laat zien dat er niet zoiets als een taal ‘Ghanees’ bestaat of een land ‘Swahilië’.
 
(23 september 2008/SH) 
 

De talen en docenten van het LUCL
Afrikaanse talen – drs. Jenneke van der Wal
Berber – dr. Maarten Kossmann
Hebreeuws – dr. Martin Baasten
Hongaars – dr. Anikó Lipták
Japans – drs. Rinus Verdonschot
Pools – drs. Pepijn Hendriks
Russisch – prof.dr. Jos Schaeken
Spaans – drs. Martine Bruil
Talen van Indonesië en Oceanië – dr. Marian Klamer
Talen van Indiaans Amerika – dr. Eithne Carlin