Universiteit Leiden

nl en

'Archeologie is rondtasten tussen artefact en mens'

‘Archeologen graven geen verklaringen op, en al helemaal geen zekerheden’, aldus Joanita Vroom, hoogleraar Archeologie van Middeleeuws en Vroegmodern Eurazië. 'Hun taak is het overbruggen van de kloof tussen gevonden scherven en het dagelijks leven van mensen. Wat zegt keramiek uit vroeger tijd bijvoorbeeld over de eetgewoonten van toen, en vice versa?' Oratie op 12 april.

Joanita Vroom
Joanita Vroom: 'In de archeologie blijven de theorieën en modellen botsen met de werkelijkheid.'

Vroom windt er geen doekjes om: de archeologie probeert met argumenten het gat te vullen tussen opgegraven voorwerpen en het alledaagse bestaan van mensen in het verleden. Telkens opnieuw is er de wetenschappelijke botsing tussen de werkelijkheid van de scherf of het botsplintertje en de theorie van modellen en concepten, en soms lukt het stapje voor stapje tot nieuwe inzichten te komen.

Salade eten

In haar oratie richt Vroom zich onder meer op de relatie tussen keramiek en eetgewoonten in de periode omstreeks 1438. In dat jaar at keizer Johannes VIII van het tanende Byzantijnse Rijk bij Giovanni di Jacopo di Latino de Pigli in Toscane een salade met postelein. Dat is zeker, want Giovanni was zo onder de indruk, dat hij nauwkeurig opschreef hoe de keizer zelf de bladgroente schoonmaakte.

Omgekeerde weg

De nieuwe hoogleraar bewandelt met dit voorbeeld een voor archeologen vrij ongebruikelijk pad, namelijk van mens naar scherf. Het gedocumenteerde nuttigen van een salade leidt in dit geval naar het archeologische materiaal uit die tijd. Ze vertrekt vanuit de vraag: waaruit at de keizer zijn salade, uit een kom of uit een schaal? Borden kende men nog niet. Waarschijnlijk een kleine kom, want ‘communaal eten’, dus gezamenlijk uit één schaal, was destijds aan het hof niet meer gebruikelijk.’

Sgraffito–keramiek
Keizer Johannes VIII kan zijn salade heel goed uit zo'n schaaltje van Sgraffito–keramiek hebben gegeten.

Waar at de keizer precies uit?

En was de kom gemaakt van hout, metaal of van geglazuurd aardewerk? De laatste optie is het meest voor de hand liggend, denkt Vroom. ‘Want gedecoreerd en geglazuurd tafelgoed, zoals Sgraffito–keramiek met ingekerfde motieven, was in trek in de gegoede Byzantijnse kringen van die dagen.’ Misschien had Johannes zo’n kom meegenomen. Maar hij kon ook een kostbaar exemplaar van Chinees Mingporselein in zijn bagage hebben gestopt, want archeologische vondsten hebben aangetoond dat dergelijk porselein in de 15e eeuw al uit China werd ingevoerd in het Byzantijnse Rijk.

Spannende tocht

Vroom analyseert grote databases van keramiekvondsten over een lange periode en over een groot gebied om langzame verschuivingen te zien in de productie, de verspreiding, en het gebruik van voorwerpen, inclusief het in onbruik raken van bepaalde vormen en typen. Op basis daarvan krijgt ze zicht op veranderingen in de leefwijze van mensen. In haar oratie voert ze haar gehoor van één goed gedocumenteerde gebeurtenis in een spannende tocht langs eeuwen van ontwikkeling op het gebied van macht, handel én eetcultuur, met rollen voor de Byzantijnen, de Osmanen, de Noord-Europeanen en de Chinezen. ‘Uit puur enthousiasme’,  zegt ze zelf in haar oratie.

Tekst: Corine Hendriks
Mail de redactie

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie