Universiteit Leiden

nl en

Neanderthaler had 120.000 jaar geleden al verfijnde jachttechniek

Neanderthalers konden al heel zorgvuldig en van dichtbij jagen op prooidieren. Dat concludeert een internationaal team van archeologen, waaronder Leidse onderzoekers, in het tijdschrift Nature Ecology and Evolution. Publicatie op 25 juni.

Aan dit onderzoek werkten de Leidse archeologen Wil Roebroeks en Eduard Pop mee. Pop noemt de ontdekking een mijlpaal. ‘Het is een belangrijke stap vooruit in onze kennis van de neanderthalers. Het toont aan hoe zij met een houten speer hun prooi moeten hebben verkregen en over welke jachtvaardigheden zij beschikten.’

Oudste jachtwonden

Het internationale team onderzocht wonden op skeletten van twee grote damherten die door neanderthalers werden gedood. Dit gebeurde naar schatting zo’n 120.000 jaar geleden. Het zijn de oudste jachtwonden die ooit gedocumenteerd zijn. De skeletten werden gevonden langs de oevers van een klein meer, Neumark-Nord 1, dichtbij het huidige Halle in het oosten van Duitsland.

Een van de gevonden botten - de wervel van een hert - met daarin het gat, ontstaan door een speer.
Een van de gevonden botten - de wervel van een hert - met daarin het gat, ontstaan door een speer.

Steken, niet werpen

Met behulp van geavanceerde bewegingssensortechnologie en een proefopstelling zoals de politie ook gebruikt bij ballistisch onderzoek, gingen de onderzoekers na hoe de wonden ontstaan moeten zijn. Door een houten speer met relatief lage snelheid in een bot te steken, konden ze de specifieke vorm van één van de wonden reproduceren. De onderzoekers concluderen hieruit dat neanderthalers de dieren van heel dichtbij benaderden, en hun speren hoogstwaarschijnlijk vanuit een onderhandse hoek staken en dus niet vanaf een grote afstand wierpen. Een dergelijke confronterende manier van jagen vereiste zorgvuldige planning en zeer nauwe samenwerking tussen individuele jagers, aldus Pop.

Bosrijke omgeving

Het meer waar de jacht destijds plaatsvond, werd omringd door een dicht bos; een omgeving die bijzonder uitdagend wordt geacht voor jagers-verzamelaars, zelfs voor moderne jagers. In dit gebied zijn tijdens opgravingen tienduizenden botten van grote zoogdieren (waaronder damherten, paarden, runderen) en duizenden artefacten uit deze laatste interglaciale periode gevonden. Die vondsten suggereren dat de neanderthalers goed konden overleven in deze bosrijke omgeving.

Smoking gun

Hoewel vroege menssoorten hoogstwaarschijnlijk meer dan een half miljoen jaar geleden met wapens begonnen te jagen, was er tot nu toe geen echt bewijs over hoe zij houten speerachtige objecten - die eerder ook zijn gevonden in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland - gebruikten. ‘Wat betreft het speergebruik hebben we nu eindelijk de crime scene die past bij de spreekwoordelijke smoking gun’, aldus de onderzoekers.

Simulatie van de wijze waarop neanderthalers het hert met hun stootspeer doodden.
Simulatie van de wijze waarop neanderthalers het hert met hun stootspeer doodden.

Samenwerking

In samenwerking met Duitse archeologen van onderzoeksinstituut MONREPOS en wetenschappers van de universiteiten van Mainz en Zürich zijn in de periode van 2003 tot 2007 grootschalige opgravingen in Neumark-Nord uitgevoerd. Tientallen Leidse studenten hebben ook geholpen met de opgravingen in het 125.000 jaar oude merenlandschap. Pop: ‘Dit project heeft veel vondsten en publicaties opgeleverd, en heeft er ook toe geleid dat eerder opgegraven materiaal opnieuw geanalyseerd werd. Met onder andere dit artikel als resultaat.’

Beeld boven: Leidse studenten graven door de opvulling van een van de Neumark-Nord meertjes, zomer 2007.

Mail de redactie

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie