Universiteit Leiden

nl en

Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht

Op 25 januari 2018, om 16:15 uur, verdedigt Yannick van den Brink zijn proefschrift getiteld ‘Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht’ in het Groot Auditorium van het Academiegebouw van de Universiteit Leiden. Het promotieonderzoek is begeleid door promotoren prof. mr. Ton Liefaard en prof. mr. drs. Mariëlle Bruning.

Yannick van den Brink.
Yannick van den Brink

Het onderzoek

Hoe verhoudt de voorlopige hechtenispraktijk in het Nederlandse jeugdstrafrecht zich tot de fundamentele rechten van minderjarige verdachten, zoals die zijn erkend in internationale en Europese kinder- en mensenrechtenverdragen en -richtlijnen? Dat is een vraag die de gemoederen al enige tijd bezighoudt. In de afgelopen jaren zijn door verschillende instanties, waaronder het Kinderrechtencomité van de Verenigde Naties, zorgen geuit over de toepassing van voorlopige hechtenis van minderjarige verdachten in Nederland.

Het promotieonderzoek van Van den Brink analyseert de functie, de juridische inbedding en de toepassingspraktijk van de voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht in het licht van het kinder- en mensenrechtelijke verbod op onrechtmatige en willekeurige vrijheidsbeneming. Op basis van observaties bij verschillende rechtbanken en interviews met rechters, officieren van justitie, advocaten en professionals van de Raad voor de Kinderbescherming, jeugdreclassering en justitiële jeugdinrichtingen ontstaat voor het eerst een goed beeld van de voorlopige hechtenispraktijk in het jeugdstrafrecht.

Conclusies

Uit het onderzoek komt naar voren dat de voorlopige hechtenis uiteenlopende functies en schaduwfuncties vervult en daarmee een belangrijke positie inneemt in de jeugdstrafrechtspraktijk. Tegelijkertijd wordt geconcludeerd dat de bescherming van minderjarige verdachten tegen onrechtmatige en willekeurige toepassing van voorlopige hechtenis niet optimaal is gewaarborgd. Het is niet gegarandeerd dat voorlopige hechtenis van minderjarigen structureel enkel op legitieme gronden en slechts als uiterste maatregel en voor de kortst mogelijke duur wordt toegepast. Gesignaleerd wordt dat de oorzaken hiervan op verschillende niveaus zijn gelegen: het wettelijke kader, het stelsel en de organisatie van instanties en voorzieningen, en de besluitvorming van rechters en andere professionele actoren in de voorlopige hechtenispraktijk.

Aanbevelingen

In het proefschrift worden concrete aanbevelingen gedaan voor de wetgever, beleidsmakers, rechterlijke macht en andere betrokkenen in de rechtspraktijk. Zo wordt onder meer voorgesteld om de schorsing onder voorwaarden te schrappen uit de wettelijke regeling van de voorlopige hechtenis en te vervangen door een model waarin de rechter niet eerst de voorlopige hechtenis hoeft te bevelen alvorens hij minder ingrijpende alternatieven kan inzetten. Ook wordt aanbevolen om de nauwe samenhang tussen toepassing van de voorlopige hechtenis en straftoemeting in de jeugdstrafrechtspraktijk los te laten. Verder wordt gesteld dat kinderrechters in hun besluitvorming over de voorlopige hechtenis uiterst terughoudend zouden moeten zijn met het op basis van ‘pedagogische overwegingen’ voorbij gaan aan fundamentele rechten van minderjarige verdachten, te meer nu blijkt dat de opvattingen van rechters over wat ‘pedagogisch wenselijk’ is sterk uiteen kunnen lopen.

Toekomstbestendig scenario

Al met al biedt het proefschrift een unieke inkijk in de praktijk van voorlopige hechtenis en schetst het een toekomstbestendig scenario voor een jeugdstrafrecht dat beter recht doet aan de belangen van minderjarigen en die van de samenleving. Hiermee verschijnt het proefschrift op een goed moment, nu het jeugdstrafrecht volop in beweging is en de voorlopige hechtenis prominent in de belangstelling staat van de wetgever, beleidsmakers en de rechtspraak.

De bevindingen en aanbevelingen uit het onderzoek kunnen bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de recente conceptwetsvoorstellen over de voorlopige hechtenis in het kader van het wetgevingstraject ‘Modernisering Wetboek van Strafvordering’. Ook kan het onderzoek van waarde zijn voor de mogelijke nieuwe beleidskoers inzake de vrijheidsbeneming van jeugdige verdachten, zoals die momenteel wordt verkend binnen het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Voorts komt het proefschrift tegemoet aan de groeiende belangstelling voor de voorlopige hechtenis van jeugdigen in de rechtspraktijk en worden de bevindingen – o.m. door middel van lezingen en cursussen – breed verspreid binnen de rechtspraak, het Openbaar Ministerie en de advocatuur.

Symposia

Op 12 april 2018 organiseert de afdeling Jeugdrecht samen met het Instituut voor Strafrecht en Criminologie het symposium ‘Voorlopige hechtenis in Nederland en daarbuiten’. Voorts organiseert de afdeling Jeugdrecht op 13 april 2018 een internationaal symposium over vrijheidsbeneming van kinderen getiteld ‘Deprivation of Liberty of Children in The Justice System – Towards A Global Research Agenda’. De inschrijving is geopend!

Prof. mr. Ton Liefaard en prof. mr. drs. Mariëlle Bruning over Yannick van den Brink

Liefaard: 'Yannick van den Brink heeft op minutieuze wijze inzichtelijk gemaakt hoe rechterlijke beslissingen over voorlopige hechtenis van jeugdigen tot stand komen en hoe dit zich verhoudt tot internationale kinderrechten.'

Bruning: 'Met zijn promotieonderzoek laat Yannick overtuigend zien hoe juridisch en criminologisch onderzoek elkaar (nodig heeft en) kan versterken en rijke inzichten kan bieden. In zijn onderzoek leidt dit tot een geintegreerd en krachtig pleidooi voor de noodzaak van een wetswijziging om de regeling van voorlopige hechtenis voor jeugdigen meer ‘ kinderrechtenproof’  te maken.'