Universiteit Leiden

nl en

Drones en dilemma’s

Een jurist is vaak degene die op de rem trapt waar anderen vol gas vooruit willen. Dat geldt bij overheden, in de boardroom van een bedrijf en ook bij riskante militaire operaties. Eerstejaars juristen schrikken niet terug voor die rol, zo bleek na de vertoning van de spannende film Eye in the Sky tijdens de Introductieweek.

Wat doe je als je via het oog van je drone in een kamer te Nairobi een stel terroristen een bomgordel ziet omdoen, terwijl pal naast hun huis een lief, vrolijk en volkomen onschuldig negenjarig meisje haar broden zit te verkopen? Vuur je je ‘Hellfire’-raket af? Blaas je de terroristen op voordat ze in een druk winkelcentrum tientallen slachtoffers maken? Of spaar je het leven van dat ene meisje; laat de terroristen maar bloed aan hun handen hebben, jij houdt ze schoon? Voor dit dilemma staat een multinationaal team militairen, civiele gezagsdragers en juristen in de film Eye in the Sky. Eerstejaars-studenten Rechtsgeleerdheid, Notarieel Recht, Fiscaal Recht en Criminologie bekeken de film tijdens hun Introductieweek, en discussieerden er na afloop over met docenten van de rechtenfaculteit.

Vervreemdend

De film draagt diverse thema’s in zich die voor zowel criminologen als juristen actueel zijn. Voor criminologen de vorming en bestrijding van terroristische netwerken, de mogelijk negatieve effecten van contraterrorisme en het toenemende belang van beeldvorming in de media. Voor juristen de verschillende rechtssystemen die door elkaar heenlopen: het oorlogsrecht, het recht op gebruik van geweld, het internationaal strafrecht, het internationaal publiekrecht, het staatsrecht van de betrokken landen en de mensenrechten. En voor iedereen het vervreemdende effect van oorlogshandelingen die allang niet meer op een slagveld of vanuit een bommenwerper worden uitgevoerd, maar veilig vanuit een draaistoel in Las Vegas waar je zo een huiskamer in Nairobi onder vuur kunt nemen.

Pragmatische generatie

De centrale ethische vraag is natuurlijk of je zelf mag doden als je meent daarmee veel groter menselijk leed te kunnen voorkomen. Op een cruciaal moment in de film mogen de studenten hierover stemmen via hun mobiele telefoon: zou jij je moordwapen afschieten of niet? 63 procent kiest ja, 37 procent kiest nee. Docent Erik Koppe, een van de discussieleiders, herkent hierin het pragmatisme van de aankomende generatie studenten, verklaart hij na afloop. De meesten van hen waren nog peuters toen zich in 2001 de vliegtuigen in het World Trade Center boorden. Ze zijn opgegroeid met de vanzelfsprekendheid van een ‘oorlog tegen het terrorisme’. ‘Juist voor deze generatie is het goed om naar aanleiding van zo’n spannende film toch ook te reflecteren’, aldus Koppe. ‘Laat ze maar spelen met de gedachte dat het nemen van één mensenleven misschien wel teveel is voor een staat – wat daar ook tegenover staat – omdat anders moreel afglijden dreigt.’

Gesjoemel

Reflecteren kunnen de studenten wel, laten ze tijdens de discussie zien. Sommigen vinden dat er wel erg gehandeld wordt op basis van speculaties. Wie zegt dat de terroristen veel slachtoffers zullen gaan maken, of dat de kans op nevenschade bij de drone-aanval zoveel procent is? Eén student is blij te zien dat gewichtige beslissingen vanuit zo veel perspectieven worden bekeken, een ander is juist onthutst over het gesjoemel met de risicoanalyse. De voorspelde risico’s worden in de film onder druk naar beneden bijgesteld om maar te mogen aanvallen. Een derde student is het opgevallen dat de kolonel die de drijvende kracht achter de operatie is al zes jaar dezelfde terroristen achtervolgt. ‘Natuurlijk raakt zij gefixeerd op haar doel, dan kun je niet meer helder nadenken.’ Een criminologiestudent vraagt zich af of militaire operaties niet in gevaar komen nu dankzij cameradragende drones ook politici kunnen meekijken en zich overal mee bemoeien.

Rode kaart

De juristen in de film hebben op het eerste gezicht niet de meest sexy rol. Ze aarzelen, ze traineren, ze werpen bezwaren op en lopen de helden voor de voeten. Dat is hoe het in het echte leven ook vaak gaat, bereiden de docenten de studenten maar vast voor. En dat geldt niet alleen bij een spannende crisis, maar ook in meer alledaagse situaties zoals een bedrijfsovername of een nieuw kader voor provinciaal milieubeleid. ‘Je bent als jurist vaak niet de meest gezellige deelnemer aan het gesprek. De anderen vinden het gezeur wat je zegt, zij willen vooruit, jij trekt de rode kaart en houdt hen tegen. Je moet dan dus sterk in je schoenen staan’, aldus Koppe.

Koel hoofd

Tijdens de borrel blijkt dat de studenten geen moeite hebben met hun toekomstige rol. ‘Als iets niet mag, moet er ook iemand zijn die zorgt dat het niet gebeurt’, zegt Fenna de Haas laconiek. ‘Regels zijn er niet voor niets.’ Njyma Senghore, die de film ‘best wel heftig’ vond, hecht eraan dat er in elk gezelschap iemand is die kritisch blijft en die de andere kant van de zaak belicht – de kant die anderen niet zien – omdat er dan evenwichtiger beslissingen worden genomen. ‘Zo iemand zou ik best wel willen zijn.’ Camiel Coopmans heeft als bijna-bachelor rechtsgeleerdheid de bijeenkomst in goede banen helpen leiden. Hij merkt dat hij in de loop van zijn studie is veranderd en langzaam in zijn rol groeit. ‘De meeste juristen worden rationeler in de loop van hun studie. Je laat je minder intuïtief door je geweten leiden; je houdt het hoofd koel en maakt pas afwegingen als je voldoende informatie hebt. Wij beperken niemand, we beschermen juist vrijheden.’ En zo gaat iedereen geïnspireerd naar huis, klaar voor het nieuwe studiejaar.

Naast Erik Koppe verleenden ook Raisa Blommestijn, Jelle Cnossen, Afshin Ellian, Jenneke Evers, Tjebbe Geldof, Serge Gijrath, Larissa van den Herik, Georgina Kuipers, Joanne van der Leun, Jasmina Mackic en Erwin Muller als commentator/discussieleider hun medewerking aan de filmsessies voor de eerstejaarsstudenten.