Universiteit Leiden

nl en

Targeting recidivism

Op donderdag 26 januari 2017 verdedigt Anouk Bosma haar proefschrift ‘Targeting recidivism: An evaluation study into the functioning and effectiveness of a prison-based treatment program’. De verdediging begint om 15.00 uur, in het Academiegebouw van de Universiteit Leiden, Rapenburg 73. Promotor is prof. dr. Paul Nieuwbeerta, en copromotor dr. mr. Maarten Kunst.

Het programma Terugdringen Recidive

Om de hoge recidivecijfers onder ex-gedetineerden aan te pakken werd in 2007 het programma Terugdringen Recidive landelijk geïmplementeerd: Een resocialisatieprogramma dat zich richt op het verminderen van recidive onder gedetineerden met een minimale gevangenisstraf van vier maanden. Tot op heden is niet nagegaan in hoeverre het programma TR succesvol was in het verminderen van herhalingscriminaliteit onder deelnemers. Bosma onderzocht het functioneren en de effectiviteit van het programma TR, door een planevaluatie, een procesevaluatie en een productevaluatie uit te voeren. Hiermee kon worden nagegaan 1) In hoeverre het programma Terugdringen Recidive effectief was, gebaseerd op theoretische en empirische kennis; (2) In hoeverre het programma Terugdringen Recidive volgens plan functioneerde; en (3) in hoeverre het programma Terugdringen Recidive effectief was in het verminderen van herhalingscriminaliteit onder programma-deelnemers? Om haar onderzoeksvragen te beantwoorden werd een literatuurstudie uitgevoerd, en maakte Bosma gebruik gemaakt van een onderzoeksgroep van 3.981 gedetineerden, van wie gegevens uit een groot aantal registratiebestanden waren verzameld.

Belangrijkste conclusies

Het onderzoek van Bosma maakt allereerst duidelijk dat het programma Terugdringen Recidive aangemerkt kan worden als veelbelovend en ambitieus, gezien het methoden toepast die effectief zijn gebleken op basis van theorie en eerder onderzoek. Daarnaast werd echter aangetoond dat de uitvoering van het programma te kort schiet. Diverse uitvoeringsproblemen speelden het programma parten. Allereerst kwam slechts een kleine groep gedetineerden voor het programma in aanmerking, als gevolg van zeer strenge inclusiecriteria. Vervolgens bleek de uitval uit het programma hoog te zijn (dat betreft zowel niet-deelname als niet-afronding), wat in de meeste gevallen door organisatorische omstandigheden werd veroorzaakt. Daarnaast kwam uit deze studie naar voren dat gedetineerden in de meeste gevallen niet naar een gedragsinterventie werden verwezen, terwijl gedetineerden die wel werden verwezen niet werden verwezen naar een programma dat aansloot bij hun individuele kenmerken. Als gevolg van deze beperkingen was het programma Terugdringen Recidive slechts in staat een zeer kleine groep gedetineerden te bereiken. Deze deelnemers volgden meestal slechts een standaard programma, zonder gedragsinterventies gericht op het aanpakken van de factoren die samenhangen met herhaald crimineel gedrag. Ten slotte werd met deze studie aangetoond dat het programma Terugdringen Recidive alleen een klein effect had op de recidivecijfers van de groep daders die een standaard programma volgden. Gedragsinterventies, die veelal aangewezen worden als belangrijkste pijler van het programma Terugdringen Recidive, waren daarbij niet effectief. Al zijn de resultaten van het onderzoek belangrijk, zijn er kanttekeningen die bij de bevindingen geplaatst moeten worden. Zo werd een grote, maar ook enigszins selecte groep gedetineerden in het onderzoek geïncludeerd, en heeft Bosma zich in haar analyses volledig moeten baseren op registratiegegevens. Om de effectiviteit van resocialisatieprogramma’s in Nederlandse gevangenissen in de toekomst nog beter in kaart te kunnen brengen is volgens Bosma dan ook meer onderzoek nodig.

Over de auteur

Anouk Bosma werkt sinds 2010 bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie. Eerst als onderzoekscoördinator van het Prison Project, een grootschalig onderzoeksproject naar de effecten van detentie, waarbij zij verantwoordelijk was voor de dataverzameling, en zich bezighield met het verzamelen en analyseren van diverse bronnen van registratiegegevens. In 2012 is zij gestart met haar promotieonderzoek. Anouk is sinds oktober 2016 Universitair Docent Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie.