Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Bardot en “The Fall and Rise of Blasphemy Law”

Een groep Leidse rechtsfilosofen en rechtstheoretici, zoals Paul Cliteur, Tom Herrenberg en Bastiaan Rijpkema, is de laatste jaren steeds meer geïnteresseerd geraakt in de spanning tussen theoterrorisme (terrorisme gebaseerd op een godsbeeld, een vorm van “religieus geweld”) en vrijheid van expressie.

Deze spanning heeft geleid tot een “nieuwe censuur”. Theoterroristen hebben duidelijk de bedoeling de vrijheid van expressie te vernietigen, in het bijzonder de vrijheid om religie vrijelijk te kritiseren. Dit is opmerkelijk, want de vrijheid een religie te kritiseren, is een mensenrecht.

In The Fall and Rise of Blasphemy Law, geredigeerd door Paul Cliteur en Tom Herrenberg, wordt een aantal casus besproken, waarbij dwang, soms zelfs terroristisch geweld, werd aangewend om kritiek op godsdienst onmogelijk te maken. Dat was het geval in de Rushdie Affaire

(1989), de Carrell Affaire (1987), de Jones Affaire (2010), de poging van de regering van Saoedi-Arabië om de film Dood van een prinses te onderdrukken (1980), maar vooral de liquidatie van de redactie van Charlie Hebdo (2015).

Opvallend genoeg gaat de logica van deze gebeurtenissen geheel voorbij aan prominente intellectuelen en aan politici, die vaak worden misleid door de ideologie van het multiculturalisme of postmodernisme. Het ontgaat velen volledig dat critici van godsdienst (met Rushdie als meest bekende voorbeeld) in feite worden gegijzeld door het hedendaags theoterrorisme. Zij leven het leven van een gegijzelde, maar dan in eigen land en schijnbaar in vrijheid.

Steun van de staat voor theoterrorisme

Opvallend is dat theoterroristen, ironisch genoeg, de laatste tijd onbedoeld steun krijgen van de officiële vervolgingsinstanties (Openbaar Ministerie) binnen Europese staten die godsdienstkritiek bemoeilijken. In niet-westerse staten kan godsdienstkritiek vaak worden bestreden door een beroep op godslasteringswetten (blasfemie). In vele Europese staten is die godslastering gedecriminaliseerd. Toch heeft dat niet tot een grotere vrijheid van kritiek gebracht, want godsdienstkritiek wordt nu vaak via een omweg strafbaar gesteld. De criticus wordt verweten dat hij de godsdienstige gelovige opzettelijk “beledigt”, “aanzet tot haat” jegens hem of haar, dan wel de godsdienstige gelovige “discrimineert” (zie de artt. 137c en d Sr.).

Daarmee zijn de godslasteringswetten die in Europa afgeschaft leken (“The Fall of Blasphemy”) weer terug van weggeweest (“The Rise”). Of liever gezegd: de functie van godslasteringswetten is overgenomen door de wetten die “haatzaaien” (of aanzetten tot haat) en aanzetten tot discriminatie strafbaar maken (art. 137d Sr.).

Wat dus heel onschuldig en zelfs welkom lijkt (haatzaaien ontmoedigen), heeft een pervers effect dat regeringen niet hebben bedoeld en wat ze ook niet onderkennen: dat deze wetgeving theoterroristen helpt in het smoren van kritiek die wordt geuit door critici van godsdienst.

Zeer verschillende figuren als de filmster Brigitte Bardot, de Italiaanse journalist Oriana Fallaci, de Franse schrijver Michel Houellebecq en de Nederlandse politicus Geert Wilders hebben ervaren hoe zij door die nieuwe wetgeving, die groepsbelediging en aanzetten tot haat strafbaar stelt (vaak geïntroduceerd in de jaren zeventig van de vorige eeuw), in hun kritiek worden gefrustreerd. Dat is het onderwerp van Bardot, Fallaci, Houellebecq en Wilders: gerechtelijke vervolging van religiekritiek en vreemdelingenvrees.

Oplossingen

De vraag is hoe we uit deze crisis komen? Zouden overheden moet inzetten op een nieuwe seculiere omgangstaal (Moreel esperanto)? Zou een “seculier perspectief” moeten worden gestimuleerd? En wat betekent dit alles voor onze staat en voor onze democratie? Moet deze meer weerbaar worden? En is het terrorismebeleid van de laatste jaren wel op de goede uitgangspunten gebaseerd? Moeten we niet een cultureel contraterrorisme adopteren? De grote fout die politici de afgelopen vijftien jaar lijken te hebben gemaakt, is dat omdat zij geen oplossingen hebben men maar dacht het probleem te moeten ontkennen. Dat is echter zo langzamerhand niet meer mogelijk. De problemen zijn te groot. Ook als een pasklare oplossing nog niet voorhanden is, is het erkennen van het probleem een belangrijke stap in de goede richting.

Bibliografie

Cliteur, Paul, and Herrenberg, Tom, eds., The Fall and Rise of Blasphemy Law, with a foreword by Flemming Rose, Leiden University Press, Leiden 2016. (Nog te verschijnen)

Cliteur, Paul, Bardot, Fallaci, Houellebecq en Wilders, De Blauwe Tijger, Groningen 2016. (Nog te verschijnen)

Cliteur, Paul, en Verhofstadt, Dirk, Het Atheïstisch Woordenboek, Houtekiet, Antwerpen 2016 (2015).

Cliteur, Paul, Herrenberg, Tom, and Rijpkema, Bastiaan, “The New Censorship: A Case Study of Extrajudicial Restraints on Free Speech”, in: Afshin Ellian and Gelijn Molier, eds., Freedom of Speech under Attack, Eleven, International Publishing, The Hague 2015, pp. 291-318.

Doomen, Jasper, en Schaik, Mirjam van, “Blasfemie in de huidige context”, in: Netherlands Journal of Legal Philosophy, 2015 (44), pp. 47-61.

Herrenberg, Tom, “Denouncing Divinity: Blasphemy, Human Rights, and the Struggle of Political Leaders to defend Freedom of Speech in the Case of Innocence of Muslims”, in: Ancilla Iuris, 1, 2015, pp. 1-19,

Rijpkema, Bastiaan, “Vrijheid van meningsuiting in de val tussen religieus extremisme en utilitarisme”, in: Nederlands Juristenblad, afl. 44/45, 14 december 2012, pp. 3106-3111.

Rijpkema, Bastiaan, red., Wat te doen met antidemocratische partijen? De oratie van George van den Bergh uit 1936, Ingeleid door Bastiaan Rijpkema, met een voorwoord van René Cuperus, en een nawoord van Paul Cliteur, Elsevier Boeken, Amsterdam 2014.