Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

In welk land wordt je privacy het beste beschermd?

In opdracht van het Ministerie van Justitie gaat eLaw, Centrum voor Recht en Digitale Technologie, de bescherming van persoonsgegevens in verschillende EU-landen vergelijken. Is Nederland koploper, middenmoter of achterhoedespeler? Die vraag moet worden beantwoord alvorens de Tweede Kamer kan beslissen of aanvullende maatregelen nodig zijn.

Directe aanleiding voor het onderzoek is een motie vanuit de Tweede Kamer, waarin de regering wordt verzocht onderzoek te laten uitvoeren naar de positie van Nederland met betrekking tot de bescherming van (informationele) privacy in vergelijking met andere EU-landen.

Overheidsbeleid voor bescherming persoonsgegevens

In het onderzoek wordt de situatie voor bescherming van persoonsgegevens vergeleken tussen acht Europese landen: Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Roemenië, Italië, Zweden en Nederland. De vergelijking tussen de landen is gericht op het overheidsbeleid voor bescherming van persoonsgegevens, de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, de implementatie van wet- en regelgeving en toezicht en handhaving. Het onderzoek loopt van augustus 2016 tot en met mei 2017. Het onderzoeksteam bestaat uit Ilina Georgieva, Francien Dechesne, Simone van der Hof en Bart Custers.

Vragen?

Met vragen over het onderzoek kunt u zich richten tot mr. dr. ir. B.H.M. (Bart) Custers, hoofd onderzoek bij eLaw.

 

Achtergrond

In april 2016 is de nieuwe Algemene Verordening Gegevensbescherming aangenomen door de Europese Commissie. Met deze verordening, die vanaf 2018 zal gaan gelden, wordt een versterking van de privacy van burgers beoogd en een gelijk niveau van bescherming in de gehele EU. De huidige EU gegevensbeschermingsrichtlijn (95/46/EC) zal komen te vervallen. Omdat de verordening rechtstreeks van toepassing is, is de Wet bescherming persoonsgegevens dan achterhaald. De Nederlandse staat zal in de tussenliggende periode moeten onderzoeken of aanvullende wetgeving nodig is om de verordening aan te vullen.