Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English
Vernieuwde zaal Rijksmuseum van Oudheden RMO

‘Dionysus heeft er nog nooit zo mooi uitgezien’

Het verbouwde Rijksmuseum van Oudheden is weer open voor het publiek. Conservator Ruurd Halbertsma, Leids hoogleraar archeologie, vertelt waarom vernieuwing nodig was: 'Meer zichtbare samenhang tussen culturen, meer context en kunstzinnig licht.'

Restauratie-en schoonmaakoperatie

De gespierde torso’s van de Griekse en Romeinse goden imponeren in het verfijnde licht. Details op de kleding van de in marmer gebeeldhouwde vrouwen zijn goed zichtbaar. ‘Elk plooitje is te zien’, merkt conservator Ruurd Halbertsma op. Dankzij een grote restauratie- en schoonmaakoperatie komen de beelden en objecten meer tot hun recht. Halbertsma wijst naar de buste van de Griekse god van de wijn, hoog in de zaal. ‘Dionysus heeft er nog nooit zo mooi uitgezien.’

Dionysus, marmer Hellenistisch, ca 100 na Chr. (RMO)

Wisselwerking tussen culturen

Het RMO moest verbouwd worden omdat er onder de vloeren en achter de wanden asbest zat. De conservator greep die gelegenheid aan om een aantal zalen opnieuw in te richten. De Romeinse, Griekse en Etruskische oudheden vormen nu meer een eenheid, en de zalen lopen vloeiender in elkaar over. Halbertsma: ‘In andere musea wordt de Griekse cultuur vaak geïsoleerd getoond. Deze opstelling laat zien dat er juist veel wisselwerking was tussen de verschillende culturen.’

Studenten actief in museum

Ruurd Halbertsma is naast conservator ook bijzonder hoogleraar Museale aspecten van de archeologie. Hij betrekt zijn studenten veelvuldig bij het museum. Een aantal werkte mee aan de ontwikkeling van lesmateriaal op basis van de nieuwe opstelling. Ook helpen studenten bij de ontsluiting van depotstukken, bijvoorbeeld door het vertalen van Griekse inscripties op antieke grafstenen. ‘Ik zie mezelf als een bruggenbouwer. In mijn colleges geef ik vaak eerst de theorie en daarna gaan we het museum in en voeren studenten opdrachten uit. Zo leren ze wat een museum met objecten kan bereiken.’

Grieks-Indiaas beeld

Aan de hand van zijn nieuwe concept van de culturele wisselwerking verdienen sommige depotstukken nu wel een plek op zaal. Nieuwe bruiklenen ondersteunen het verhaal. Als voorbeeld toont Halbertsma een stenen Boeddha-portret uit India, naar schatting 2.000 jaar oud. Het kapsel en de grote oren zijn typerend voor Indiase Boeddha’s, maar de wenkbrauwen, mond en kind zijn ‘heel Grieks’.

Oorlogsvoorstelling op vaas. (RMO)

Meer informatie alledaagse leven

Daarnaast plaatst het museum meer dan voorheen de objecten in een context. Achter de indrukwekkende parade van Romeinse keizers is een reusachtige kaartenwand geplaatst die het Romeinse rijk verbeeldt. Halbertsma wijst ook op een nieuwe wand met Atheense aardewerken vazen. De informatieborden beschrijven aspecten van het alledaagse leven van mannen, vrouwen, oorlog en spelen.

Een van de vernieuwde zalen. De opstelling is gebaseerd op het concept 'ritme', afgeleid van het Griekse woord rhythmos. Verrassende objecten en bescheidener voorwerpen wisselen elkaar af. (RMO)

 

Oorlog Midden-Oosten

Het vernieuwde museum blijft inspelen op de oorlogen en het bedreigde erfgoed in het Midden-Oosten. In de pop-up Museumshop (Nieuwe Rijn 26 in Leiden) is tot en met 30 december de expositie Postcard from Aleppo te zien. Het is een kunstproject dat de Syrische fotograaf Issa Touma organiseerde voor ontheemden in de stad Aleppo. In het najaar van 2016 start een tentoonstelling over Nineve, de ruïnestad in het noorden van Irak die door IS is verwoest. In het nog relatief rustige Jordanië voert het RMO samen met Leidse archeologen opgravingen uit. Halbertsma: ‘We hopen dat Jordanië gevrijwaard blijft van oorlog, maar voor de zekerheid worden alle gevonden objecten nóg beter en completer gedocumenteerd.’ 

(10 december 2015 - LvP)

De Universiteit Leiden staat aan de basis van het in 1818 opgerichte Rijksmuseum van Oudheden. De Leidse hoogleraar archeologie Caspar Reuvens was de eerste directeur van het museum. De eerste museale collectie werd voor een aanzienlijk deel gebaseerd op de universitaire collectie.