Geënterde olietanker: moreel begrijpelijk, juridisch omstreden
in de media beeld: Fredrick F via Unsplash
De inbeslagname van een olietanker nabij IJsland zet het internationaal zeerecht onder druk. Hilde Woker, specialist in het zeerecht en verbonden aan het Grotius Centre, zegt in een uitzending van BNR-nieuwsradio dat de Amerikaanse aanpak van de Russische schaduwvloot moreel begrijpelijk, maar juridisch problematisch is.
Volgens Woker vormt de Russische schaduwvloot ‘een ernstig probleem voor de internationale rechtsorde.’ Schepen varen onder andere vlaggen om sancties te omzeilen, waardoor rechtsmacht versplintert. Om dit tegen te gaan heeft de Verenigde Staten nu meerdere schepen van deze schaduwvloot geënterd en in beslag genomen, waaronder gisteren ook de tanker Marinera (voorheen de Bella 1), die nu ogenschijnlijk onder Russische vlag vaart. Hoewel de Verenigde Staten beargumenteren dat dit schip op een Amerikaanse sanctielijst staat, mag het enteren en in beslagnemen van schepen volgens het internationale zeerecht alleen onder zeer strikte voorwaarden. De vraag is of hier sprake van is.
Dat de geënterde olietanker tijdens de reis van naam en vlag veranderde, maakt de zaak extra complex. ‘Het zeerecht staat dat in principe niet toe, behalve bij een daadwerkelijke eigendomsoverdracht. Hoewel Rusland beweert dat het schip in het Russische schepenregister staat opgenomen, ontkent de VS dit en ziet het schip als een stateless vessel.’
Woker benadrukt dat Amerikaanse sancties geen vrijbrief zijn: ‘Op internationale wateren geldt het VN-Zeerechtverdrag, niet een nationale sanctielijst.’ Rusland noemt de actie piraterij, maar dat label klopt juridisch niet, zegt Woker. ‘Piraterij vereist een aanval door particuliere partijen voor eigen gewin. Dat is hier niet aan de orde.’ Toch begrijpt Woker dat kritiek wordt geuit op deze acties: ‘omdat deze inbeslagname niet volledig in lijn is met het internationaal zeerecht.’
Meer weten?
Lees het volledige BNR-artikel en beluister het betreffende geluidsfragment