Universiteit Leiden

nl en

Rechten van het zich ontwikkelende kind

Terwijl een kind leert, zich ontwikkelt en meer vermogens krijgt, verandert ook zijn rechtspositie. Hoogleraar kinderrechten Ton Liefaard werkt nauw samen met Leidse sociale wetenschappers om die groeiende vermogens, en de juridische implicaties daarvan, te verduidelijken in ons rechtssysteem. 'Ons denken over kinderrechten is nog heel inconsistent.'

Hoe meer een kind groeit, leert en zich ontwikkelt, hoe groter zijn vermogens worden om situaties in te schatten en beslissingen te nemen. Volgens het VN Kinderrechtenverdrag, geratificeerd door bijna elk land ter wereld, verandert hierdoor de rechtspositie van kinderen ten opzichte van hun ouders, artsen, en anderen. In de praktijk levert dit uitgangspunt nog veel vraagstukken op. Zo speelde in Alkmaar een rechtszaak rondom de vraag of een twaalfjarige jongen zelf mocht beslissen of hij chemotherapie zou ondergaan of niet. De jongen wilde dat niet, maar dat zou zijn overlevingskansen drastisch verminderen. Zijn vader stapte naar de rechter om behandeling af te dwingen. 'In het geval van de zaak in Alkmaar heeft de rechter gezegd: we mogen de capaciteiten van een kind om zelf te beslissen niet negeren, ook al pakt zijn beslissing voor sommigen onwelgevallig uit. Dát is ook volgens mij de kern van het VN Kinderrechtenverdrag.'

Hoeveel inspraak hebben kinderen bij hun eigen medische behandeling?

Rechtspositie van kinderen verbeteren

Ton Liefaard en zijn onderzoeksgroep onderzoeken onder meer hoe sterk de rechtspositie is van kinderen in verschillende landen; in hoeverre worden hun rechten erkend en in de praktijk gebracht? Liefaard: 'Zo hebben we een rapport gepresenteerd aan de Raad van Europa over de juridische positie van kinderen op biomedisch vlak. 'We zien in Europa grote verschillen, bijvoorbeeld in de juridische erkenning van transgender of intersekse kinderen. Ook gaan landen heel uiteenlopend om met de vraag in hoeverre kinderen mogen beslissen over medicatie of medische behandeling.'

In het rapport bieden de onderzoekers aanknopingspunten aan om bijvoorbeeld transgender en intersekse kinderen als groep erkend te krijgen, en richtlijnen die ervoor kunnen zorgen dat staten medische professionals kunnen ondersteunen. Het rapport dient om de agenda van de Raad van Europa voor de komende jaren vorm te geven.

Participatie

Niet alleen de rechtspositie van kinderen is in het geding. Vaak speelt in landen de vraag in hoeverre en hoe kinderen hun stem mogen laten horen tijdens lopende juridische procedures. 'Ons denken over dit soort onderwerpen is heel inconsistent. Zo vinden we in Nederland kinderrechten belangrijk, maar zodra een kind zou kunnen meebeslissen over een ethische beslissing met ingrijpende gevolgen – bijvoorbeeld over medische aangelegenheden – deinzen we vaak terug. En ook op 'kleinere schaal' kun je vraagtekens stellen bij juridische uitgangspunten. Zo mogen volgens de Nederlandse wet, tijdens een scheiding, kinderen boven de 12 hun stem laten horen bij de rechter. Maar waarom de wet die scheidslijn aanbrengt, is onduidelijk. Ook is het de vraag hoe rechten van kinderen in de dagelijkse realiteit worden gewaarborgd. Zo hebben kinderen bijvoorbeeld het recht om gehoord te worden over beslissingen tot jeugdhulp en kinderbescherming, maar hoe wordt hier in de praktijk vorm aan gegeven? Met ons onderzoek willen we die staande rechtspraktijk uitdagen en kijken of uitgangspunten kloppen.' Ook wordt het kinderrechtenonderzoek gebruikt om juridische professionals en maatschappelijk werkers te trainen, bijvoorbeeld in de context van het jeugdstrafrecht. Een recent, in Europees verband ontwikkelde training is een behoorlijk succes, zegt Liefaard. 'Ongeveer 1000 mensen uit 11 verschillende landen hebben er al gebruik van gemaakt. De training is ook in meerdere talen vertaald.'

Samenwerking met sociale wetenschappen

Een van de belangrijke onderliggende vragen bij het onderzoeken van kinderrechten, is in hoeverre kinderen in staat zijn om zelf beslissingen te nemen en om effectief te participeren in procedures en besluitvorming. 'Vaak onderschatten we de capaciteiten van kinderen', zegt hij. 'Daarom hebben we belang bij het onderzoek van onder meer Eveline Crone. Dankzij haar onderzoek, en dat van andere collega's binnen de faculteit Sociale Wetenschappen en de faculteit Rechtsgeleerdheid, weten we steeds meer over de ontwikkeling van kinderen en hun capaciteiten.'


Instituut voor Privaatrecht, afdeling Jeugdrecht
Meer over onderzoek Ton Liefaard
VN Kinderrechtenverdrag
Rapport Ton Liefaard voor de Raad van Europa
Training ‘Can Anyone Hear Me? – Child-friendly justice

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie