Universiteit Leiden

nl en

Rechtsgeschiedenis

Onderwijs

Leids rechtshistorisch onderwijs

Het Leidse rechtshistorische onderwijs kan bogen op een lange traditie. De eerste hoogleraar Romeins recht werd meteen in 1575 aangesteld: het was Cornelis de Groot, een oom van zijn beroemdere neef Hugo. Sindsdien is Rechtsgeschiedenis niet meer weg te denken uit het Leidse curriculum.

De afdeling Rechtsgeschiedenis verzorgt onderwijs in het eerste en derde jaar van de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid, en in het tweede jaar van de bacheloropleiding Notarieel recht. Daarnaast worden enige keuzevakken aangeboden, alsmede een cursus in het lezen van Latijnse juridische teksten. De afdeling is bovendien bekend om haar bloeiende en actieve studievereniging voor Romeins recht en Europese rechtsgeschiedenis, Philips van Leyden b.p.

Vakken afdeling Rechtsgeschiedenis

Het Romeinse recht wordt wel het fraaiste bouwsel genoemd dat Rome aan West-Europa heeft nagelaten. Dit geldt niet alleen voor de inhoud, maar ook voor de vorm die dat recht heeft aangenomen, als het resultaat van een historische ontwikkeling waarin het recht van een stadstaat veranderde in dat van een wereldrijk. Iedere keer dat een jurist naar een wetboek grijpt, in schriftelijke vorm uitgevaardigd met exclusief gezag door een daartoe bevoegde overheid, is hij bewust of onbewust schatplichtig aan de Romeinse keizers.

Het Romeinse privaatrecht in het bijzonder vormt tot op de dag van vandaag de verbindende schakel tussen het privaatrecht van de Europese landen. Alle codificaties van het burgerlijk recht op het West-Europese continent bouwen voort op de structuur en de begrippen van het Romeinse vermogensrecht, dat tot diep in de negentiende eeuw werd beschouwd als het ‘gemeenschappelijke recht’ (ius commune). Een inleiding op het Romeinse vermogensrechtelijke systeem is daarom niet alleen een goede inleiding op de structuur van het hedendaagse Nederlandse vermogensrecht. Zij vormt tevens een onmisbare voorwaarde voor begrip van het privaatrecht van de ons omringende landen.

In deze cursus wordt aandacht besteed aan die delen van het Romeinse privaatrecht die doorgaande betekenis hebben voor het moderne recht. In 6 hoorcolleges en werkgroepen komt materiële recht aan bod, waarbij jaarlijks wordt gewisseld tussen het goederenrecht en het verbintenissenrecht. Tot slot wordt in hoorcollege 7 ingegaan op de staatkundige ontwikkeling die het Romeinse rijk heeft doorlopen om te komen tot een codificatie. Daarnaast wordt ook de receptie in West-Europa behandeld, die ertoe heeft geleid dat het Romeinse fenomeen van een wetboek én de inhoud daarvan duurzamer zijn gebleken dan brons.

Meer informatie: e-studiegids Romeins Recht.

In het gebonden keuzevak Vergelijkend en Internationaal Privaatrecht (BA-III) komen de oorzaken en gevolgen van het privaatrechtelijk pluralisme in Europa aan de orde. Het vak wordt aangeboden in samenwerking met de afdeling Internationaal Privaatrecht.

In dit vak verwerft de student in de eerste plaats kennis van de (historische) oorzaken, vormen en gevolgen van rechtsverscheidenheid in het privaatrecht, waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan het recht met betrekking tot bezit en koop van roerende zaken in de tradities van de Romeinsrechtelijk gevormde ‘civil law’ en de Engelse ‘common law’. In de tweede plaats leert de student welke problemen binnen die rechtsverscheidenheid kunnen ontstaan op het vlak van de rechterlijke bevoegdheid, het toepasselijke recht en de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse beslissingen, en verwerft hij kennis van de oplossingen die het internationaal privaatrecht daarvoor aanreikt.

Meer informatie: e-Studiegids Vergelijkend en Internationaal Privaatrecht.

Het vak Geschiedenis van het Europese Privaatrecht bouwt voort op de vakken Romeins Recht (voorheen Historische Ontwikkeling van het Recht) en Inleiding tot het Burgerlijk Recht. Uitgaande van het Romeinse recht en het daarop gebaseerde Europese ius commune wordt uiteengezet op welke wijze dit recht heeft doorgewerkt in de belangrijkste West-Europese codificaties (de Franse Code civil, het Duitse BGB en het Nederlandse oude en huidige BW). Daarnaast wordt aandacht besteed aan de parallelle ontwikkeling van het Engelse privaatrecht, dat zich onafhankelijk van het gemene Romeinse recht heeft gevormd.

Dit vak biedt door middel van horizontale (grensoverschrijdende) en verticale (historische) rechtsvergelijking een inleiding op het Europese goederenrechtelijke systeem. In dit vak wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de ontwikkeling van de leerstukken eigendom, bezit en overdracht. Als onderdeel van het werkgroeponderwijs schrijven studenten een korte rechtsvergelijkende beschouwing over een probleem van Nederlands goederenrecht.

Meer informatie: e-Studiegids Geschiedenis van het Europees Privaatrecht.

The general part of this course provides a comparative survey of political and constitutional developments, from the Middle Ages until the present day, in German, English and French speaking territories, including (if sufficient time is available) the (Dutch-speaking) Low Countries. Supra-regional and supra-national systems and frames of reference will also be referred to in order to provide links between particular legal developments in Europe. The aim of the general part is (apart from providing general information and background on constitutional history) to emphasise how the different national traditions of the past centuries are still influential in current developments of the various national legal systems and of European integration.

The themes addressed in the special part of the course vary from year to year. They may relate to a specific national system, but also to the history of public international law, with a special interest for the interaction between international relations and international law, e.g. with regard to the development over the centuries of the concept and reality of an ‘international community’.

More information: e-Studiegids History of European Public Law.

Langzaam maar zeker tekenen zich in Europa de contouren af van een supranationale regering die op steeds meer terreinen de politiek (en dus ook het recht) bepaalt en soms zelfs domineert van de in de Europese Unie deelnemende nationale staten. In de grond gaat dit Europese streven naar unificatie terug op herinneringen aan oude universele staatsstructuren - het Romeinse rijk, het middeleeuwse Heilige Roomse rijk, de Rooms-katholieke kerk - die er toe hebben bijgedragen dat in Europa kan worden gesproken van een gemeenschappelijke juridische cultuur. In de hoor/werkcolleges wordt een aantal dominante integratiemodellen behandeld, te weten die van het Romeinse rijk en het daarop voortbouwende middeleeuwse Heilige Roomse rijk; de federale staatsvorm zoals die oudtijds bestond in de voormalige Republiek der Verenigde Nederlanden en tegenwoordig in het Zwitserse Eedgenootschap en de Verenigde Staten van Noord Amerika; de doctrine van de nationale staat, die een vrucht is van de Franse revolutie, en de ineenstorting daarvan ten gevolge van de Wereldoorlogen. Tot slot wordt aandacht besteed aan het Europese integratieproces binnen het verband van de Europese Unie en de Raad van Europa.

Meer informatie: e-Studiegids Europese Codificatiegeschiedenis.

Parallel aan het vak Romeins Recht in het tweede semester biedt prof.mr. E. Koops een cursus aan in het lezen van Latijnse juridische teksten. Tijdens deze cursus wordt in 7 bijeenkomsten ingegaan op de schriftelijke bronnen van het Romeinse recht, waaronder de Instituten van de Romeinse jurist Gaius (ca. 110-180 n. Chr.) en de Digesten van keizer Justinianus (ca. 482-565). Studenten lezen Latijnse teksten over het goederen- of verbintenissenrecht uit verschillende bronnen. Deze teksten worden vervolgens door prof. Koops nader uitgelegd en in historische context geplaatst. Kennis van het Latijn strekt tot aanbeveling, maar is geen vereiste voor deelname.