Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Leidse taalkundigen ontcijferen Frygische en Lydische inscripties

De Leidse taalkundigen Alwin Kloekhorst en Alexander Lubotsky deden deze zomer een grote ontdekking. Zij ontcijferden enkele tientallen inscripties op potscherven gevonden in Daskyleion (Noord-West Turkije) als Frygisch en Lydisch, en bewezen daarmee de aanwezigheid van de Frygiërs en Lydiërs in dat gebied.

Sensationeel

Lydische inscriptie. Vooral het linker teken is belangrijk: dat komt alleen voor in het Lydisch alfabet. Van rechts naar links staat er ‘Sil’. Waarschijnlijk is dat het begin van een persoonsnaam is.
Lydische inscriptie. Vooral het linker teken is belangrijk: dat komt alleen voor in het Lydisch alfabet. Van rechts naar links staat er ‘Sil’. Waarschijnlijk is dat het begin van een persoonsnaam is.

De vondst van Kloekhorst en Lubotsky is sensationeel te noemen. Op basis van eerdere opgravingen werd al vermoed dat tussen de 6e en de 3e eeuw v.Chr. in en rond Daskyleion Grieken en Frygiërs hebben gewoond, maar nu is er ook bewijs voor de aanwezigheid van de Lydiërs. Het koninkrijk van de Frygiërs in het midwesten van de Anatolische hoogvlakte, had een rijke mythologie waarin koningen als Gordias (van de Gordiaanse knoop) figureerden. De Lydiërs staan bekend als een rijk volk dat hoogstwaarschijnlijk het muntgeld uitvond. Hierdoor is voor het eerst vast komen te staan dat Daskyleion in die periode een multi-etnische stad was. Dat is belangrijk, want we weten nog niet goed welke talen er in Noord-West Turkije werden gesproken voordat de Grieken er zich rond 800 v.Chr. begonnen te vestigen.

Doorbijten

Alwin Kloekhorst fotografeert een van de scherven. De inscripties fotograferen bij verschillende lichtinvallen bleek de beste manier om ze te kunnen lezen.
Alwin Kloekhorst fotografeert een van de scherven. De inscripties fotograferen bij verschillende lichtinvallen bleek de beste manier om ze te kunnen lezen.

Toen de Turkse archeologen Kaan Iren (Mugla University) en Handan Yildizhan (Nevsehir University) potscherven vonden met inscripties die ze niet konden ontcijferen, kwamen ze al snel in Leiden terecht. Kloekhorst, die in 2008 een VENI kreeg voor zijn onderzoek naar het Hettitisch (een taal verwant aan het Lydisch), geldt als een expert op het gebied van de Anatolische talen (een sub-groep van de Indo-Europese taalfamilie). Lubotsky op zijn beurt is een autoriteit op het gebied van de Frygische taal. Op verzoek van de Turken verbleven zij afgelopen juli een week lang in Daskyleion om de inscipties te ontcijferen. Kloekhorst: ‘Het was daar 35 graden en er was geen airconditioning. Dat was wel even doorbijten.’

 

Aan Zeus

Frygische inscriptie. Van links naar rechts staat er ‘Wana’, het Frygische woord voor ‘koning’. Het zou dus kunnen dat de schaal waartoe deze scherf behoorde aan het hof van de koning van Daskyleion werd gebruikt.
Frygische inscriptie. Van links naar rechts staat er ‘Wana’, het Frygische woord voor ‘koning’. Het zou dus kunnen dat de schaal waartoe deze scherf behoorde aan het hof van de koning van Daskyleion werd gebruikt.

De mooiste ontdekking is volgens Kloekhorst een klein scherfje waarop ‘Aan Zeus’ staat gekrast. ‘De meeste van die scherfjes zijn heel klein,’ legt hij uit, ‘de woorden zijn vaak afgebroken, en als het al een heel woord is gaat het meestal om een naam. Het voordeel is dat het Frygisch en het Lydisch allebei een eigen alfabet hadden. Dat is vaak onze enige houvast: zo weten we dat het geen Griekse tekst kan zijn.’ De vondst bedraagt ongeveer dertig inscripties. Dat lijkt niet veel, maar voor twee dode talen is het enorm. Kloekhorst: ‘We hebben in totaal slechts 150 Lydische fragmenten. Dan is elk nieuw stukje tekst welkom. Het zijn de kleine bewijsstukken waar we mee werken.’

 

Nieuwe scherfjes

Het opgravingshuis in het dorpje Ergili, waar Alwin Kloekhorst en Alexander Lubotsky een week overnachtten en werkten.
Het opgravingshuis in het dorpje Ergili, waar Alwin Kloekhorst en Alexander Lubotsky een week overnachtten en werkten.

Op verzoek van de Turkse archeologen maken Kloekhorst en Lubotsky een boek van de gezamenlijke ontdekkingen. Tevens zal er een artikel verschijnen waarin zij de vondsten kenbaar zullen maken. Maar daarmee is het waarschijnlijk nog niet afgelopen. ‘Terwijl we daar in Turkije waren,’ vertelt Kloekhorst, ‘kwamen er zo nu en dan nieuwe scherfjes met inscripties tevoorschijn. Ik kan me zo voorstellen dat we volgend jaar weer terug moeten.’

(13 september 2012/Coen van Beelen)