Universiteit Leiden

nl en

Pilgrimjaar: niet vieren maar herdenken

Er bestaan veel mythes over de Pilgrims, de groep Engelse geloofsvluchtelingen die in 1620 naar Amerika vertrok. Leefden ze in het begin wel vreedzaam samen met de oorspronkelijke bewoners? Met een internationaal congres vragen Leidse historici aandacht voor de werkelijke gevolgen van de kolonisatie. Ook de Leidse periode van de Pilgrims komt aan bod.

De Pilgrim Fathers worden vaak gezien als de grondleggers van de Amerikaanse natie. Met grote tentoonstellingen, congressen, boeken en herdenkingsbijeenkomsten wordt dit jaar herdacht dat deze Engelse migranten vierhonderd jaar geleden vanuit het Engelse Plymouth de oversteek waagden naar Amerika. Aan boord van de Mayflower bevonden zich honderd Engelsen. De helft van deze groep, radicale puriteinen die zich hadden afgescheiden van de Anglicaanse kerk, woonde van 1609 tot 1620 in Leiden. De Pilgrims stichtten in 1620 een tweede Engelse kolonie in Amerika, Plymouth Colony. Ze bouwden de kolonie op en introduceerden relatief democratische bestuursvormen die mogelijk van invloed zijn geweest op het latere politieke stelsel van de Verenigde Staten. 

Pijnlijke geschiedenis

‘Vroeger sprak men in Engeland en de Verenigde Staten bij een Pilgrimjaar van een viering’, merkt Joke Kardux op. ‘Maar de laatste tien jaar is er veel meer aandacht gekomen voor de kwalijke gevolgen voor de oorspronkelijke bewoners. Daarom spreken we liever van een herdenking.’ Amerika-expert Kardux publiceerde samen met historicus Eduard van de Bilt in 1998 het boek Newcomers in an old city. The American Pilgrims in Leiden 1609-1620. Dit voorjaar brengen ze een vierde, bijgewerkte editie uit.

Native American Massasoit en gouverneur John Carver roken een vredespijp. Bron: Sutro Library, San Francisco/Wikimedia

Internationaal congres

Daarnaast organiseren ze, samen met de Leidse stadshistorica Ariadne Schmidt, deze zomer het congres 4 Nations Commemoration: The Pilgrims and the politics of memory (26 - 28 augustus). Kardux licht toe: ‘We hebben gekozen voor een herdenking van vier “naties”: Engeland, Nederland, de Verenigde Staten én de native Americans, de oorspronkelijke bewoners van Amerika. Natuurlijk vormen de laatstgenoemden niet één natie, het is een beetje provocerend bedoeld om ook aandacht te vestigen op hun kant van de geschiedenis.’

Een selectie van activiteiten in het eerste halve jaar Leiden 400:

  • 15 februari Erfgoed Leiden en Omstreken: Ancestor Booth, vind sporen voorouders met hulp curator
  • 27 maart - 12 juli Expositie Museum De Lakenhal: Pilgrims 1620-2020: Grenzeloze vrijheid?
  • 9 april - 26 november Expositie Hortus Botanicus Leiden: Van Columbus tot Mayflower
  • 15 mei - 4 juli Expositie Museum Volkenkunde: First Americans

Perspectief van de native Americans

'Het perspectief van de native Americans is lange tijd verwaarloosd', zegt Van de Bilt. 'Daar kwam pas na de Tweede Wereldoorlog echt oog voor, en pas de laatste tien jaar is hier veel onderzoek naar gedaan.' De eerste Pilgrims vormden een kleine groep en volgens toenmalige bronnen stelden ze zich relatief bescheiden op. Kardux: ‘Dat moesten ze natuurlijk ook om te overleven. Uit de geschriften van die tijd blijkt wel dat ze werkelijk geïnteresseerd waren in de lokale inheemse cultuur.’

Schril contrast

Vanaf 1630 kwamen er veel meer Engelse puriteinen aan in Amerika en al snel liep hun aantal op tot 20.000 nieuwkomers. Dat leidde vaker tot conflicten met de oorspronkelijke bewoners van het gebied dat opeens New England ging heten. Kardux: ‘Die grote groep had natuurlijk veel meer impact. De eerste geromantiseerde Thanksgiving-maaltijd in 1621 staat in schril contrast met de werkelijke gevolgen van de kolonialisering en de al eerder overgebrachte ziektes, waardoor de oorspronkelijke bevolking van Noord-Amerika gedecimeerd werd.’ 

De eerste Thanksgiving in 1621 volgens Jean Leon Gerome Ferris (1863–1930). Beeld: Wikimedia

Mythevorming Thanksgiving

Die mythevorming rondom de eerste Thanksgiving in 1621 – dat de Pilgrims gebroederlijk de oogst vierden met de Wampanoag, na een bar eerste jaar waarin de helft van de passagiers van de Mayflower stierf – is in feite een 19e-eeuwse uitvinding. De Wampanoag waren een inheemse stam in New England waar de Pilgrims zich vestigden en met wie zij een wederzijds verdedigingspact sloten. De laatste jaren zijn er tal van publicaties in Amerikaanse media zoals The New Yorker die een heel ander beeld schetsen. Volgens de overlevering in de Wampanoag-cultuur, die nu veel geciteerd wordt, hadden de Pilgrims inderdaad een feestelijke bijeenkomst, maar was de stam hiervoor in eerste instantie niet uitgenodigd. De Wampanoag kwamen met een groep krijgers aangesneld omdat ze dachten dat de Engelsen werden aangevallen toen ze vreugdeschoten hoorden. De Engelsen twijfelden aanvankelijk aan de goede bedoelingen van de krijgers, maar deelden uiteindelijk wel met hen de maaltijd, zo luidt het verhaal van de Wampanoag.  

Introductie Afrikaanse slaven

Van de Bilt wijst op een andere discussie die The New York Times onlangs aanwakkerde: de krant wijdde in 2019 een serie artikelen aan 1619, het jaar vóórdat de iconische Mayflower aankwam. In 1619 werden de eerste Afrikanen naar Virginia gebracht. Van de Bilt: ‘De mythe dat alles begon met de Pilgrims in 1620 is discutabel: deze Afrikanen, de eerste “slaven,” waren er eerder dan de Engelse Pilgrims. De slavernij, zo stellen sommige historici, heeft op termijn een gevoel van gelijkheid onder witte Amerikanen bevorderd en daarmee indirect de democratie, al was dat gebaseerd op de fundamentele ongelijkheid van miljoenen tot slaafgemaakten. Vanuit die optiek staan niet alleen de Pilgrims uit 1620 aan de bakermat van de Amerikaanse democratie.' Bovendien hadden al eerder Engelsen zich in Noord-Amerika gevestigd die in 1607 de eerste Engelse kolonie, Jamestown, in Virginia oprichtten.

Congres met native Americans

Eén van de hoofdsprekers van het congres in Leiden is Jean O’Brien, historica en native American. Ze is co-auteur van een boek over Massasoit, de leider van de Wampanoag. Massasoit was aanwezig bij de eerste Thanksgiving in 1621 en ook O’Brien ontzenuwt de mythe van een serene vredesmaaltijd, omdat deze voorbij gaat aan het feit dat de Wampanoag een dynamische bevolkingsgroep was die door ziekte en kolonisering onder druk stond. In haar keynote lezing op het congres, die voor een breed publiek toegankelijk is, zal O’Brien ingaan op de beeldvorming en herdenkingscultuur rond Massasoit. Ook huidige Wampanoags zullen aanwezig zijn op het congres.

Pagina uit het Gerechtsdagboek van Leiden met het verzoek van de Pilgrims en het besluit van het stadsbestuur, d.d. 12 februari 1609, waarin toestemming verleend wordt, "mits zij zich goed gedragen en aan de wetten houden". Getekend door Jan van Hout. Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken

Leidse periode Pilgrims

Daarnaast gaat het congres in op de Leidse periode van de Pilgrims. De groep die wij nu de Leidse Pilgrims noemen, was in eerste instantie in 1608 van Engeland naar Amsterdam gevlucht. Maar wegens ruzies binnen de separatistische Engelse geloofsgemeenschap die daar al woonde, vroeg en kreeg de groep in 1609 toestemming om zich in Leiden te vestigen. Leiden was in die tijd na Amsterdam de tweede stad van de Republiek en het was bekend dat de stad veel protestantse vluchtelingen opnam. De groep koos zeker ook voor Leiden vanwege de aanwezigheid van een universiteit, aldus Kardux. De geestelijk leider John Robinson had zelf in Cambridge gestudeerd.

Angst verlies identiteit

Internationaal gezien is er weinig aandacht voor de Leidse episode, stelt Van de Bilt. Amerikaanse afstammelingen van de Leidse Pilgrims kennen over het algemeen wel die geschiedenis, maar dat geldt niet voor het grote publiek. Kardux: ‘In ons boek behandelen we de Pilgrims nadrukkelijk als migranten, die net als andere nieuwkomers vreesden dat ze hun identiteit zouden verliezen omdat hun kinderen zich teveel aanpasten aan de Nederlandse cultuur.’

17e-eeuwse bron

De belangrijkste bron over de vroege 17e-eeuwse periode is een geschrift van Pilgrim William Bradford, die ook in Leiden woonde en jarenlang gouverneur was van Plymouth Colony. Zijn boek Of Plymouth Plantation over de geschiedenis van deze kolonie is een van de grote klassieken uit de Amerikaanse geschiedenis en literatuur. Bradford wijdt een heel hoofdstuk aan Leiden. Dat is redelijk positief, aldus Van de Bilt. Bradford vertelt waarom ze naar Leiden kwamen, hoe het leven hier was en waarom ze uiteindelijk weer vertrokken.

Schaatsende Leidenaren voor het Academiegebouw. Tekening in Album Amicorum van Johannes van Amstel van Mijnden, 1601, Koninklijke Bibliotheek, Den Haag.

Lange arm Engeland

Er waren een paar redenen voor hun vertrek. De Engelse separatisten waren ook in Leiden niet helemaal veilig voor de lange arm van Engeland. Bovendien waren ze bang dat de tweede generatie te snel zou assimileren. Kardux: ‘Ouders zagen dat hun kinderen op zondag liever gingen schaatsen met hun Leidse leeftijdgenoten dan naar de kerk. Ze zagen zichzelf als Engelsen en niet als nieuwe Nederlanders.’ Van de Bilt wijst op het zware leven dat ze hier hadden. ‘De Pilgrims vonden werk maar velen verdienden heel weinig als ongeschoolde arbeiders in de textielindustrie.’

Negen presidenten stammen af van Leidse pilgrims

Volgens genealogisch onderzoek stammen negen Amerikaanse presidenten af van de Leidse Pilgrims. Barack Obama stamt via zijn moeders familie af van de Leidse pilgrimfamilie Blossom. Opvallend genoeg stamt ook de familie Bush, van presidenten George Bush senior (die in 1989 een bezoek bracht in Leiden, zie foto: Nationaal Archief/Rob Croes) en zoon George W. Bush, eveneens af van deze familie. Obama en Bush zijn dus verre familie van elkaar. Ook de presidenten John Adams, John Quincy Adams, Ulysses Grant, Calvin Coolidge, Zachary Taylor en Franklin Delano Roosevelt zijn nazaten van de Leidse Pilgrims.

Banden met de universiteit

Bekend is dat een aantal Pilgrims banden had met de Leidse universiteit. Geestelijk voorman Robinson was zeer geïnteresseerd in het theologisch debat rond de ruzieënde hoogleraren Gomarus en Arminius. Gomarus was streng in de calvinistische leer en geloofde dat de mens geen invloed kon uitoefenen op zijn zielenheil. De meer rekkelijke Arminius geloofde wel dat de vrije wil van de mens hierin een rol speelde. Robinson nam deel aan dit debat en koos de kant van Gomarus. Aanvankelijk hielden de Pilgrims hun kerkdiensten in het huis van Robinson aan de Kloksteeg, maar toen hun geloofsgemeenschap zich uitbreidde tot een paar honderd leden hielden zij zeer waarschijnlijk op zondag hun diensten in de nabijgelegen Faliede Begijnhofkapel van de universiteit. Een deel van deze voormalige kapel vormt nu een vleugel van het Bestuursbureau van de universiteit aan het Rapenburg. 

Plaquette aan de Leidse Pieterskerk verwijst naar het Leidse verblijf van de Pilgrims. Foto Wikimedia

Bescherming door de pedel

Sommige Pilgrims zoals Thomas Brewer stonden ingeschreven bij de universiteit. William Brewster, samen met John Robinson de belangrijkste leider van de Pilgrims, gaf als tutor Engelse les aan studenten. Samen met Brewer vestigde Brewster een geheime ‘Pilgrim Press’ in zijn huis in de Pieterskerkchoorsteeg, waar hij separatistische theologische geschriften uitbracht die naar Engeland werden gesmokkeld. Beiden werden op last van de Engelse koning gearresteerd. Brewster ontsnapte, waarschijnlijk met hulp van de Leidse autoriteiten. Dankzij zijn inschrijving aan de universiteit viel Brewer onder het universiteisrecht en dat kwam goed van pas toen de Engelsen eisten dat hij naar Engeland uitgeleverd zou worden. De pedel beschermde Brewer tijdens zijn tocht naar Rotterdam, vanwaar hij naar Engeland gebracht werd.

Anatomisch theater

Volgens Pilgrim-historicus Jeremy Bangs bezochten ook andere Pilgrims de universiteit. Myles Standish, militair adviseur, bezocht vermoedelijk colleges van ingenieur Ludolph van Ceulen en pilgrimarts Samuel Fuller leerde zeer waarschijnlijk meer over anatomie in het anatomisch theater van de universiteit.  

Leidse invloeden

Historici speculeren over de vraag in hoeverre de Pilgrims beïnvloed zijn door het Leidse verblijf. Een tweede keynote lezing op het Leidse congres, door puriteinenkenner Francis Bremer, gaat over dit onderwerp. In Amerika introduceerden ze, net als in de Nederlandse republiek, scheiding van kerk en staat, het burgerlijk huwelijk en, zoals al eerder vermeld, relatief democratische bestuursvormen. Haalden ze hun inspiratie uit Nederland? En was hun eerste Thanksgiving beïnvloed door de Leidse 3 October-viering?

Amerikaanse vernieuwingen

De Leidse of Nederlandse invloed moet ook weer niet overschat worden, aldus Van de Bilt. Sommige ideeën en ervaringen hadden ze natuurlijk al in Engeland opgedaan. ‘Het idee dat ze aan het begin van de democratische traditie staan, kun je ook in verband brengen met hun breuk met de Anglicaanse kerk en het opzetten van kleine geloofsgemeenschappen, waarin ook een belangrijke rol was weggelegd voor leken.’ En sommige Amerikaanse historici benadrukken weer dat de Pilgrims pas in Amerika met hun vernieuwingen kwamen en dat hun betrekkelijk democratische bestuursvormen een aanpassing waren aan de omstandigheden in de vroege kolonie, aldus Van de Bilt.   

Geen nieuwe mythes maken

Kardux denkt dat geestelijk leider Robinson wel beïnvloed is door zijn verblijf in Leiden: ‘Robinson was een orthodoxe calvinist maar tot op zeker hoogte is hij in Leiden toleranter geworden. Dat zien we in zijn brieven aan de kolonisten in Plymouth. Hij adviseerde de kolonisten om zich open te stellen voor de nieuwe omstandigheden en oorspronkelijke bevolking.’ Maar ook zij benadrukt: ‘We willen aandacht besteden aan de Leidse periode, maar er geen nieuwe mythe van maken.'

Afbeelding boven verhaal: 'The Embarcation of the Pilgrims' (1857) door Robert Walter Weir. Foto: Wikimedia

Tekst: Linda van Putten
Mail de redactie

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.