Universiteit Leiden

nl en

Sociale zekerheid nog altijd belangrijker dan gedacht

Uitgaven aan sociale zekerheid hangen samen met minder armoede en ongelijkheid, en lijken niet ten koste te gaan van de economische groei. Dat concludeert promovendus Emile Cammeraat op basis van internationaal vergelijkend onderzoek. Promotie op 1 oktober.

In ontwikkelde economieën wordt 20 tot 30 procent van het bruto binnenlands product (bbp) uitgegeven aan gezondheidszorg en uitkeringen gericht op ouderen, werklozen, gehandicapten, zieken, gezinnen en armen. Om deze uitgaven op een doelgerichte en kostenefficiënte manier te doen is het nodig om de economische effecten van sociale zekerheid in kaart te brengen.

Toenemende ongelijkheid

Het promotieonderzoek van Cammeraat is een aanvulling op analyses van internationale organisaties zoals het IMF en de OESO, die het afgelopen decennium steeds vaker signaleerden dat de toegenomen ongelijkheid een gevaar is voor de economische groei. Uit het onderzoek van Cammeraat blijkt dat sociale zekerheid kan worden ingezet om deze toegenomen ongelijkheid te verminderen zonder dat dit ten koste lijkt te gaan van de economische groei.

Investeren in jongeren

Hoewel sociale zekerheid dus belangrijk is, zien we dat de beleidsfocus is verschoven van inkomensbescherming naar het activeren van mensen in een uitkering. Voor deze beleidstrend onderzocht Cammeraat wat het effect was van verplichte activeringsprogramma's voor jongeren in de bijstand. Deze programma's, bedoeld om jongeren uit de bijstand te krijgen en aan een baan of een opleiding te helpen, hebben in de crisis van de afgelopen jaren niet geleid tot een toename van de arbeidsparticipatie of deelname aan onderwijs. De Wet Investeren in Jongeren (WIJ) leidde weliswaar tot een afname van 24 procent van het aantal jongeren in de bijstand, maar daar staat een groei van dezelfde omvang tegenover van jongeren zonder werk en onderwijs zonder bijstandsuitkering.

Partners

Naast sociale zekerheid kan ook de partner mogelijk inkomensverliezen opvangen door meer te gaan werken. Cammeraat onderzocht daarom de verhouding tussen het gezin en de overheid wanneer het gaat om compensatie van het inkomensverlies. Bij koppels leidt het in de WW-uitkering terecht komen van de man gemiddeld tot een bruto inkomensdaling van twintig- tot dertigduizend euro. Vrouwelijke partners compenseren slechts 2 tot 5 procent van dit inkomensverlies door meer te gaan werken, terwijl de WW-uitkering gemiddeld 37 tot 40 procent van het inkomensverlies compenseert in het jaar na het in de WW terechtkomen van de man. De overheid beschermt het huishouden dus ongeveer tien keer zo goed tegen inkomensverliezen dan de gemiddelde partner, stelt Cammeraat. Inkomensbescherming door de overheid blijft daarmee enorm belangrijk.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie