Universiteit Leiden

nl en

Opvoeden is samenspel

De week van de opvoeding staat dit jaar in het teken van ‘Opvoeden is samenspel’. De strekking is dat ouders er niet alleen voor staan in de opvoeding. Opvoeding door anderen dan alleen de biologische ouder, ook wel ‘alloparenting’ genoemd, komt in alle rangen en standen voor. John Bowlby, geboren in de hogere middenklasse, werd aan het begin van de 20e eeuw opgevoed door een babysitter en zag zijn ouders zelden. Toen de jonge Bowlby vier jaar werd en zijn babysitter de familie verliet, ervoer hij dat zijn hele verdere leven als een verlies. Zijn vroege ervaringen hebben een grote invloed gehad op de ontwikkeling van zijn latere gehechtheidstheorie. Bowlby ontwikkelde zijn theorie gecentreerd rondom de moederfiguur.

Alloparenting

‘Alloparents’ of hulpouders kunnen genetisch verwant zijn aan het kind, zoals grootouders en zussen, maar ook niet-verwanten kunnen de rol van opvoeder op zich nemen, zoals de babysitter van Bowlby. Alloparenting is niet voorbehouden aan de menselijke soort; ook bij sommige diersoorten wordt de opvoeding gedeeld. Potvissen fungeren als gastouder terwijl de moeder van het jong diep duikt om voedsel te vinden. Deze hulpouders blijven aan het wateroppervlak om het jong te behoeden voor gevaar - zoals een orka.

Bij olifanten voeden alle vrouwtjes in de kudde de jongen gezamenlijk op. Op een speelse manier leren zij de jongen wat wel en niet mag en waar voedsel te vinden is. De vaderolifanten verlaten de kudde zodra zij volwassen zijn en hebben dus niet of nauwelijks een aandeel in de opvoeding. Gelukkig is dat niet bij alle soorten het geval; van keizerpinguïns is bekend dat zij toegewijd samen met moederpinguïn de opvoeding delen. En uit onderzoek van de laatste decennia komt naar voren dat mensenvaders even goed als moeders in staat zijn liefdevolle zorg en opvoeding aan hun kinderen te geven (hoewel de geïnvesteerde tijd nog wat achterblijft bij die van  moeder )1.

Alloparenting komt in zowel westerse als niet-westerse culturen voor. Cross-culturele studies - zie bijv. Kramer & Veile, 2018 - laten zien dat bij jagers-verzamelaars baby’s overdag 25 tot 85% van de tijd in handen zijn van anderen dan de moeder. Soms is dit de vader, maar heel vaak de grootmoeder of andere familieleden. Wat betreft vaderzorg spannen de Aka pygmeeën in Congo de kroon. Hewlett, een cultureel antropoloog, bracht jaren door in deze bevolkingsgroep en concludeerde dat Aka vaders de meest toegewijde vaders wereldwijd zijn2.

The Orchardist and his Family or Summer Afternoon, by Henry Varnum Poor, 1914

Wat betekent het voor kinderen om opgevoed te worden door anderen dan de eigen ouders? Ondervinden zij daarvan nadeel? Volgens de primatoloog en antropoloog Sarah Hrdy zijn kinderen zelfs beter af als zij worden opgevoed door meer dan één persoon, onder andere omdat alloparenting de overlevingskansen van het kroost aanzienlijk vergroot3.

Tegenwoordig reikt het doel van opvoeden wat verder dan alleen het kroost levend houden. Het belang van vroege relaties met vertrouwde volwassenen wordt door bijna alle wetenschappers op het gebied van de vroegkinderlijke ontwikkeling onderstreept. Ook moderne ouders verwachten dat alloparents aan wie zij de zorg van hun kinderen toevertrouwen aandacht besteden aan de fysieke én emotionele veiligheid van hun kinderen en daarnaast bij voorkeur ook aan het stimuleren van hun ontwikkeling.

Gehechtheid aan alloparents

Onderzoek laat zien dat kinderen gebaat zijn bij het ontwikkelen van een veilige gehechtheid aan vertrouwde volwassenen en dat zij gehecht kunnen raken aan meer dan één persoon. Een gehechtheidsnetwerk met verschillende ‘hulpouders’ ligt voor de hand vanuit evolutionair perspectief. Bij de menselijke soort vraagt het enorm veel inspanningen van ouders om hun kinderen groot te brengen, zowel in emotioneel als fysiek opzicht. Vergeleken met soortgenoten in de dierenwereld zijn mensenkinderen relatief lang onvolwassen en afhankelijk van de zorg van hun ouders. Omdat ouders kunnen uitvallen - door ouderlijke onmacht, ziekte, of overlijden - moet de zorg van kinderen kunnen worden overgenomen door anderen. Mensen zijn hier ook op toegerust. Zij kunnen net als sommige diersoorten voor de kinderen van hun soortgenoten zorgen. Adoptie en pleegzorg zijn daarvan al eeuwenlang het bewijs. Talrijke studies hebben laten zien dat kinderen, zelfs na een slechte start van mishandeling of tehuiszorg, in staat zijn zich veilig te hechten aan zowel adoptie- als pleegouders, vooral als zij op jonge leeftijd in een ander gezin worden opgenomen: sciencedirect.com.

Alloparents kunnen niet alleen de biologische ouders (tijdelijk of permanent) vervangen, maar deze ook ondersteunen naast de reguliere opvoeding binnen gezinsverband. Kinderopvang is hiervan een goed voorbeeld. Kinderen hechten zich ook aan andere opvoeders die naast de ouders regelmatig voor hen zorgen, zoals gastouders en pedagogisch medewerkers in de kinderopvang. Recent lieten Bornstein en collega’s (2015) zien dat baby’s die ook opgevoed worden door een babysitter zelfs gezondere emotionele relaties hadden met hun moeder dan baby’s die uitsluitend door moeder werden opgevoed.  

Van belang daarbij is dat een kind gedurende de week niet te veel verschillende opvoeders ziet. Opvoeders die het kind regelmatig zien, zullen beter in staat zijn adequaat te reageren op signalen van het kind omdat zij het kind beter kennen en kinderen zullen zich veiliger voelen bij een vertrouwd persoon dan een onbekende. Stabiliteit van sensitieve opvoeders is dus belangrijk, wat gemakkelijker te realiseren is in kleine groepen dan in grote groepen (Vermeer & Groeneveld, 2016).

Hoe werkt dat in niet-traditionele gezinnen waarin minstens één van beide ouders niet biologisch verwant is aan het kind? Een recente lijn van onderzoek richt zich op alloparenting in moderne gezinsvormen zoals stiefoudergezinnen en homogezinnen, waarvoor Susan Golombok 4 en haar team pionierswerk hebben gedaan. Dit Britse onderzoek laat zien dat gezinsstructuur (aantal ouders, geslacht en seksuele geaardheid, genetische verbondenheid en methode van verwekking) geen rol van betekenis speelt voor de ontwikkeling en het welbevinden van kinderen.

Gehechtheidsnetwerken

Empirisch onderzoek laat inderdaad zien dat, zoals Hrdy veronderstelt, kinderen profijt kunnen hebben van gehechtheidsrelaties met meer personen - ‘gehechtheidsnetwerken’. Er zijn aanwijzingen dat meerdere veilige gehechtheidsrelaties gunstig zijn voor de latere ontwikkeling (Kochanska & Kim, 2013). Daarnaast kan een goede relatie met een alloparent een buffer vormen voor kinderen die een minder goede relatie met de biologische ouder hebben. Zo kan kinderopvang van hoge kwaliteit bijvoorbeeld compenseren voor een minder goede opvoeding thuis, zoals geïllustreerd wordt in een grootschalige Amerikaanse studie naar de invloed van kinderopvang (Friedman & Boyle, 2008). 

Het onderzoek naar de invloed van netwerken van opvoeders op de ontwikkeling van kinderen staat echter nog in de kinderschoenen. Juist in het nader onderzoeken van deze netwerken ligt een uitdaging voor toekomstig onderzoek. Opvoeden is weliswaar samenspel, maar de gezamenlijke invloed van de verschillende spelers op de ontwikkeling van kinderen is nog nauwelijks onderzocht.

Geraadpleegde boeken

  1. Cabrera, N. J., & Tamis-LeMonda, C. S. (Eds.). (2013). Handbook of father involvement: Multidisciplinary perspectives. Routledge.
  2. Hewlett, B. S. (1993). Intimate fathers: The nature and context of Aka Pygmy paternal infant care. University of Michigan Press.
  3. Hrdy, S. B. (2011). Mothers and others. Harvard University Press.
  4. Golombok, S. (2015). Modern families: Parents and children in new family forms. Cambridge University Press.

Week van de Opvoeding

maandag 1 tot en met zondag 7 oktober 2018

Het opvoeden van kinderen en jongeren is belangrijk maar soms best lastig. Daarom staat de hele week in het teken van opvoeden en ouderschap. Ouders én professionals die te maken hebben met opvoeden staan er niet alleen voor. De Week van de Opvoeding draait om ontmoeting en uitwisseling tussen ouders, medeopvoeders en professionals: weekvandeopvoeding.nl.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie