Universiteit Leiden

nl en

'Een politicus hoeft geen supermoraalridder te zijn'

Van politici, ambtenaren en bestuurders wordt steeds vaker verwacht dat zij roomser zijn dan de paus. Dat is niet per se een positieve ontwikkeling, meent universitair docent Toon Kerkhoff na bestudering van tientallen integriteitskwesties.

‘Een beetje integer kan niet’, zei voormalig PvdA-minister Ien Dales ooit. Met andere woorden: je bent ofwel volledig integer, of je bent dat helemaal niet. Toch komt universitair docent Toon Kerkhoff tot een andere conclusie. Er is wel degelijk een grijs integriteitsgebied. Sterker nog, veel politici, ambtenaren en bestuurders krijgen vroeg of laat te maken met situaties waarbij de scheidlijn tussen ‘goed’ en ‘fout’ helemaal niet zo makkelijk te trekken is. Bovendien veranderen de opvattingen over wat integer is continu.

Privé wordt publiek

Kerkhoff komt tot die conclusie nadat hij samen met zijn collega Patrick Overeem (VU Amsterdam) een groot aantal integriteitskwesties beschreef die zich sinds 1945 in Nederland voordeden. In het rapport In opspraak: leren van integriteitskwesties bundelen zij recente zaken als die van burgemeester Onno Hoes en voormalig gedeputeerde Ton Hooijmaijers (beide VVD), maar ook oudere kwesties zoals de beruchte loodsenaffaire uit 1966. Daarbij werden in één keer 98 ambtenaren veroordeeld voor fraude, een nationaal record dat nog steeds standhoudt.

Wat bijvoorbeeld opvalt: steeds meer privézaken worden tegenwoordig gezien als publieke kwesties. Een publiek functionaris moet niet langer alleen maar verantwoording afleggen over wat hij of zij onder werktijd doet, maar ook over de tijdsbesteding in de avonduren. De publieke zaak is als het ware opgerekt, tot op een punt waarop vrijwel alle activiteiten afstralen op de reputatie van een politicus.

Toon Kerkhoff

Doorschieten

‘In 2004 raakte toenmalig wethouder Rob Oudkerk (PvdA) in opspraak, onder meer omdat hij cocaïne zou gebruiken in zijn privétijd,’ zegt Kerkhoff. ‘Het leidde weliswaar tot zijn aftreden, maar veel Nederlanders beschouwden het destijds als een privékwestie. Inmiddels lijken we daar veel harder in te zijn. Zo werd de buitenechtelijke relatie van Onno Hoes breed uitgemeten, terwijl dat overduidelijk een privézaak was.’

Maar politici, ambtenaren en bestuurders moeten toch van onbesproken gedrag zijn? Kerkhoff: ‘Zeker, maar je kunt er ook in doorschieten. Zo declareert premier Mark Rutte (VVD) bijvoorbeeld helemaal geen onkosten meer, om gedoe daarover te voorkomen. Ik weet niet of dat een positieve ontwikkeling is, want openbare declaraties vergroten wel de controleerbaarheid van de overheid.’ Het is volgens Kerkhoff en Overeem belangrijker dat mensen gevoel houden met maatschappelijke ontwikkelingen en hun handelingen daar continu op aanpassen.

Afschrikken

Bovendien schrikt de steeds sterkere focus op integriteit – soms ‘integritisme’ genoemd – nieuwkomers in het publieke domein af. Kerkhoff spreekt regelmatig met aspirant-gemeenteraadsleden of –wethouders die een publieke functie weigeren omdat zij bang zijn in integriteitskwesties te belanden. Kerkhoff: ‘Het is inmiddels bijna onmogelijk om er niet mee geconfronteerd te worden, zeker omdat er steeds meer publiek-private dwarsverbanden zijn. Stel: je wordt uitgenodigd voor een tennistoernooi door een groot bedrijf in je regio. Dat is belangrijk voor je netwerk als wethouder. Tegelijkertijd kan het lijken of je gefêteerd wordt door het betreffende bedrijf. Wat doe je in zo’n geval? Het is vaak lastig te bepalen wat de goede beslissing is.”

Op die manier belanden veel mensen in publieke dienst ooit in de grijze schemerzone van de integriteit. Je kunt simpelweg niet altijd een ‘supermoraalridder’ zijn, meent Kerkhoff, omdat het je functioneren in de weg staat of omdat je niet altijd ontkomt aan lastige morele keuzes. Al is dat wel steeds meer het verwachtingspatroon in de samenleving.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie