Universiteit Leiden

nl en

China vanuit Strafrechtelijk en Criminologisch Perspectief

Hieronder een verslag door Miranda Boone van het bezoek van een delegatie Leidse wetenschappers aan China, dat eind oktober heeft plaatsgevonden.

Op 25 oktober vertrekt een delegatie wetenschappers van Leiden Law Faculty in het kielzog van de decaan, Joanne van der Leun, naar China, Shanghai. Om elkaar niet kwijt te raken en de Chinese censuur te omzeilen hebben wij ons op aanraden van Simone van der Hof, hoogleraar Recht en Digitale Technologie van deze universiteit van te voren aangemeld bij Signal, een chatprogramma dat hoofdzakelijk wordt gebruikt door hen die buiten het zicht van de geheime dienst willen blijven (laat ik me vertellen als de digibeet van het gezelschap). Doel van de reis is uitwisseling te zoeken op het terrein van onderwijs en onderzoek. Zelf ga ik mee als coördinator van de Criminal Justice master en het Criminal Justice onderzoeksprogramma. Ik had vooraf de Routhledge Handbook of Chinese Criminology aangeschaft (Liqun Cao, Ivan Yvan Y.Sun and Bill Habenton, eds. 2014), een fascinerende verzameling artikelen van hoofdzakelijk naar het buitenland geëmigreerde Chinese wetenschappers of in China werkzaam geweest zijnde buitenlandse wetenschappers. Ik heb me goed ingelezen, want mijn kennis van China is verder beperkt tot wat een nieuwsfetisjist zoal opsteekt uit de media en de prachtige documentaire Langs de oevers van de Yangtze die vorig jaar is uitgezonden door de VPRO, maar ook nog gewoon via internet te raadplegen is.

Eenmaal geland op het vliegveld in Shanghai, duurt het even tot wij een Engelstalige ATM en de goedkoopste taxi gevonden hebben, waardoor we veel later in het hotel arriveren dan gepland. Daar staat Anette van Sandwijk, hoofd van het International Office al op ons te wachten. We hebben nog 15 minuten om ons om te kleden, een kop koffie te drinken en een broodje te eten voor we op weg moeten naar de East China University of Political Science and Law. Daar worden we opgewacht door de decaan van de faculteit en enige hoogleraren.  Helaas voor mij spreekt de Criminal Justice professor geen Engels, zodat ik tijdens dat gesprek helemaal niets te weten kom over waar men zich op deze universiteit nou zoal mee bezig houdt op het terrein van Criminal Justice. Dat wreekt zich als ik korte tijd later mijn lezing moet houden voor een publiek van zo’n 70 jonge mensen, ik neem aan dat het studenten zijn, waarvan ik geen idee heb of ze daar voor hun plezier of onder dwang zitten en wat hun achtergrond is. Het lijkt me dat alles wat ik zeg over ons Criminal Justice onderzoeksprogramma in China hypergevoelig ligt, maar heb de moed niet dat door middel van interactie zelf uit te zoeken, een frustrerende ervaring, omdat ik me echt heb voorgenomen deze week zoveel mogelijk van het Chinese rechtsysteem op te steken. Mijn collega’s delen deze ervaring echter niet en zien dat de Chinese studenten hun betrokkenheid op andere wijzen tonen. Inderdaad komen na afloop toch nog een paar studenten naar me toe om te bedanken en vragen te stellen over met name de detentie-omstandigheden van gedetineerden in Nederland.

De volgende dag bezoeken we in de ochtend Shanghai Jao Tong Universiteit, in de middag Shanghai International Studies University (SIS). Voorafgaand aan het inhoudelijke deel, is er steeds een rituele uitwisseling van visitekaartjes, beleefdheden en cadeaus. Onze decaan doet het fantastisch en weet steeds weer een subtiele nieuwe variant op een compliment naar voren te brengen. Vooral op SIS heeft Anette al duidelijk veel zendingswerk verricht, want ze vallen haar daar bijna om de hals van enthousiasme. Het valt me op dat niet iedere Chinese collega zijn visitekaartje al buigend met twee handen aan ons aanbiedt, hoewel wij daartoe strikte aanwijzingen hebben gekregen waar we ons ook nauwgezet aan houden.

Tijdens de vele overvloedige en smakelijke lunches en diners in benauwde kamertjes zonder ramen met alleen uitzicht op elkaar, komen we langzaam meer te weten over de Chinese leefomstandigheden. De aanhoudende trek van het platteland heeft de huizenprijzen in Shanghai opgedreven tot het 20-voudige van wat het 10 jaar gelezen was, aldus een van de gesprekspartners. En ondanks de rijen en rijen torenhoge flats die je voorbij rijdt als je je iets buiten het centrum van de stad begeeft, is er een groot tekort aan woonruimte in deze stad van 24 miljoen inwoners. Veel van onze gesprekspartners wonen dan ook op een behoorlijke afstand van de universiteit in kleine en niet altijd comfortabele appartementen. De auto is niet altijd een optie, omdat je pas een nummerbord krijgt als je succesvol bent in een loterij voor een nieuw nummerbord of een oud nummerbord koopt voor, omgerekend, 12.000 euro. Diverse van onze gesprekspartners zijn verschillende jaren achter elkaar uitgeloot. Ook een auto garandeert je niet dat je op tijd op je werk bent, ondervinden wij als we twee keer een taxi bestellen via een Chinese variant op Über en het systeem weliswaar aangeeft dat onze taxi er in enkele minuten zal zijn, maar het in werkelijkheid een half uur tot een uur duurt vanwege de eindeloze files. Zonder auto ben je overgeleverd aan de metro die in Shanghai wijdvertakt en snel is, maar wel ontzettend druk. Vanuit die optiek is het niet gek dat oud-studenten die wij spreken op een alumni-diner voor oud-studenten van drie Nederlandse universiteiten, hun periode in Leiden beschouwden als ‘paradise’ waar ze erg naar terugverlangen. Mede dankzij hun uitstapje naar het buitenland zijn de meesten van hen nu succesvolle werknemers in het bedrijfsleven of in een ‘law firm’, waar ze dagen maken van 8.00 uur ’s morgens tot midden in de nacht. Als ik hen vraag of ze elkaar nog regelmatig zien, lachen ze (wat in China heel veel betekenissen kan hebben, valt me op) en zeggen ze wel eens afspraken te maken, maar die meestal ook weer af te bellen, omdat ze zo moe zijn dat ze in het weekend alleen maar in hun bed willen liggen of er tegenop zien elkaar in deze miljoenenstad te proberen te bereiken. Volgens een vriend van de organisator van de avond, verschilt hun situatie echter niet van starters in vergelijkbare posities in Londen of zelfs Amsterdam.

En ja, stapje voor stapje raak ik ook aan de praat over het strafrechtsysteem. Ik tref een groot bewustzijn van de beperkingen van het eigen systeem, waarover men ook relatief open is. Veel handelingsruimte ziet men echter niet weggelegd voor zichzelf, wat maakt dat het uitoefenen van een functie in de praktijk van het strafrechtsysteem in het algemeen als weinig aantrekkelijke optie wordt gezien. Strafrecht in China is immers net zoveel politiek als recht. Bijna 100% van de verdachten die voor de rechter verschijnt, wordt veroordeeld (McConville en Xin Fu 2014, in: Liqun Cao, Ivan Yvan Y.Sun and Bill Habenton( eds) p. 98), vanuit juridisch oogpunt, maakt dat het werken als officier van justitie of strafrechtadvocaat weinig interessant. Mocht je al de moed hebben als kritische strafrechtadvocaat te proberen de onderste steen boven te halen, zal je dat grotendeels op eigen kosten moeten doen. De verdachten kunnen je immers meestal niet betalen en een bijdrage van de Staat hoef je in China niet te verwachten. Als ik aan tafel vraag waar voor onze criminologen de interessante plekken zijn in Shanghai, zwijgen alle disgenoten echter plotseling als het graf.

Op de valreep brengen we nog een bezoek aan Shandong Law School in Qingdao, een ‘stadje’ (tussen de vijf en zes miljoen inwoners) halverwege Shanghai en Beijing. De universiteit is kort geleden, inclusief docenten en studenten verplaatst vanuit Jinan, een afstand van bijna 400 kilometer. Dat zijn verhuisoperaties, waar de voorgenomen herinrichting van het gebouw van de rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden (KOG) bij in het niet valt. De decaan van de faculteit is dolenthousiast en rent met ons door de megalomane gebouwen. Voor de colleges worden we gesplitst en collega Van Meeteren en ik worden voor een groep Criminal Justice studenten neergezet waar we geacht worden allebei anderhalf uur te spreken in plaats van het half uur waar we op gerekend hadden. Dat geeft ons de tijd echt te proberen met de studenten in gesprek te komen. Dat lukt enigszins. Mijn pleidooi voor leefbare gevangenisomstandigheden, wordt niet vanzelfsprekend aanvaard, in zoverre wijken de Chinese studenten niet af van andere gezelschappen waarvoor ik spreek. Wel worden andere argumenten in stelling gebracht. Er wordt bijvoorbeeld gewezen op de positie van familieleden die jarenlang compensatie moeten betalen vanwege de faux pas van hun naaste. De veroordeelde dan in relatief prettige omstandigheden detineren wordt in dat kader gezien als een schoffering. Interessant is ook de discussie naar aanleiding van het verhaal van Masja van Meeteren over de positie van immigranten in Europa. In China blijkt die positie goed vergelijkbaar met die van Chinezen die van het platteland naar de stad verhuizen voor het vinden van werk. De studenten noemen voorbeelden van ‘huko ‘(gezinsregistratiesysteem) dat die voorkomen dat familieleden mee verhuizen naar de stad. Tijdens het laatste diner heb ik geluk en zit ik naast de Criminal Justice Professor die goed Engels spreekt en zelfs twee jaar met zijn gezin in Amerika gewoond heeft. Hij houdt zich vooral bezig met bewijs en onterechte veroordelingen, een hot topic in China sinds een aantal van die veroordelingen bekend werden, omdat het vermeende slachtoffer nog in leven was of de echte dader zich meldde. We hebben een interessante conversatie over de verschillende bewijssystemen van onze stelsels en het risico op onterechte veroordelingen.

Iets van het communistische gedachtengoed vind ik nog terug als ik voorafgaand aan mijn lezing aan Shandong Law School nog even naar het toilet wil. Vlak voor ik naar binnenstap vertelt mijn gastvrouw mij op neutrale toon dat er geen wc-papier is (in dit verder van alle comfort voorziene complex), maar dat ik vast zelf wel iets bij me heb. Een passerende studente herkent mijn verwarring en stopt me snel een pakje toe, waarin nog twee zakdoekjes resteren. In de geest van het oude China, deel ik eerlijk met de decaan.